De NV Havenbeheer Suriname treft voorbereidingen om de Jules Sedney Terminal uit te breiden met het oog op de verwachte groei van de olie- en gassector.
Volgens Aisa Tjon-Akon, manager Infrastructure van Havenbeheer, is de uitbreiding nodig om zowel nieuwe activiteiten als bestaande klanten te kunnen blijven faciliteren.
Met de ontwikkeling van de olie- en gassector wordt volgens Havenbeheer een toename van import- en exportactiviteiten verwacht. Dit vraagt onder meer om extra terrein en meer mogelijkheden voor het aanmeren van schepen.
Nieuwe kade en uitbreiding opslagterrein
De eerste fase van de uitbreiding omvat de aanleg van een nieuwe kade van 140 meter. Deze moet volgens de huidige planning in september 2027 worden afgerond. Daarna staat een verdere uitbreiding van de kade met 120 meter gepland.
Ook het opslaggebied wordt uitgebreid. Het terrein krijgt er 7,1 hectare bij, waarvan de oplevering eveneens voor september 2027 is voorzien.
Volgens Tjon-Akon is het voor oliemaatschappijen van belang dat werkzaamheden veilig, efficiënt en volgens internationale normen kunnen worden uitgevoerd. Havenbeheer wil de haveninfrastructuur hierop voorbereiden.
Digitalisering en logistieke doorstroming
Naast de fysieke uitbreiding wordt ingezet op digitalisering van havenprocessen. Havenbeheer werkt volgens Tjon-Akon samen met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) aan de ontwikkeling van een Port Community System (PCS).
Dit systeem moet de samenwerking tussen onder meer douane, havenbeheer en terminaloperators verbeteren en de doorstroming van lading efficiënter maken.
Ook de rehabilitatie van de Van ’t Hogerhuysstraat, de brug over het Saramaccakanaal en de aanleg van een truckingcenter maken deel uit van de voorbereidingen.
Tjon-Akon stelt dat grote rederijen voor de komende periode, nog vóór de eerste olieproductie, een aanzienlijke stijging van de te verwerken lading verwachten.
Baggerwerkzaamheden en mogelijke verdieping vaargeul
Havenbeheer voert daarnaast baggerwerkzaamheden uit langs de kades. Het doel is om een diepte van 7,5 meter bij laagwaterstand te realiseren.
Volgens Tjon-Akon zijn er schepen die een grotere diepgang nodig hebben. De mogelijkheden daarvoor zijn echter afhankelijk van de diepte van de vaargeul. Een verdere verdieping van de vaargeul zou daarom eerst moeten worden onderzocht.
De Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) moet hiervoor een haalbaarheidsstudie uitvoeren. Op basis van onder meer een prognose van het aantal schepen dat een grotere diepgang nodig heeft, kan worden bepaald of verdere verdieping van de vaargeul noodzakelijk is.
Training en ontwikkeling van lokale vaardigheden
Ook de ontwikkeling van lokale kennis en vaardigheden maakt deel uit van de voorbereiding. Havenbeheer heeft in 2025 samen met Port of Antwerp-Bruges het Suriname Port Training Institute (SPTI) opgericht.
Het instituut verzorgt trainingen voor lokale bedrijven en deelnemers uit de CARICOM. Daarbij ligt de nadruk op het ontwikkelen van vaardigheden volgens internationale standaarden.
Aanpak verkeersdrukte rond de haven
Om de verwachte toename van het havenverkeer op te vangen, wordt volgens Havenbeheer onder meer ingezet op het truckingcenter en een afsprakensysteem. Hiermee moet het transport beter worden gespreid en kunnen wachttijden worden beperkt.
Voor de verkeersafwikkeling buiten het havengebied is volgens Tjon-Akon samenwerking met de lokale autoriteiten nodig.
Zij wijst daarbij op het belang van een integraal verkeersplan voor Suriname, mede met het oog op de verwachte ontwikkelingen na 2028.
Bron: gov.sr






