De gewezen politietopper Sergio Gentle heeft zich in scherpe bewoordingen uitgesproken over het gebrek aan middelen om de veiligheid in Suriname te garanderen.
Volgens Gentle ligt de oorzaak niet bij de politieorganisatie zelf, maar bij structurele ontsporingen binnen het staatsbestel, met name rond het beloningsbeleid binnen het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht.
Kritiek op salarisverhogingen en rechtsstatelijke balans
Gentle stelt dat heimelijke en royale salarisverhogingen voor het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht hebben geleid tot een ernstige aantasting van het systeem van checks and balances.
Volgens hem heeft het vorige landsbestuur dit systeem feitelijk “omgekocht”, met als gevolg dat de rechtsstatelijke balans is verstoord.
Hij wijst erop dat rechtszaken tegen de Staat Suriname structureel worden vertraagd, terwijl zaken die door de Staat zelf worden aangespannen — onder meer tegen de vakbeweging — juist versneld worden behandeld.
Volgens Gentle is het nu aan het parlement om te bewijzen of het bereid en in staat is deze scheefgroei recht te zetten. “Het parlement moet laten zien of het de moed heeft om de balans te herstellen,” stelt hij.
Geen geld voor politie en veiligheid
Gentle verbindt de huidige situatie rechtstreeks aan het gebrek aan middelen voor de politie en andere afdelingen van het ministerie.
Hij stelt dat het salaris van de procureur-generaal een onevenredig zware druk legt op de staatsbegroting, zwaarder dan vele andere essentiële uitgaven samen.
Gentle noemt het beschamend dat, terwijl Suriname in een diepe economische crisis verkeert, rechters financieel volledig zijn gevrijwaard, terwijl zij recht spreken over burgers die nauwelijks in hun basisbehoeften kunnen voorzien.
Politieke verantwoordelijkheid en harde beschuldigingen
Gentle uit ook zware kritiek op de VHP. Hij stelt dat geen enkele vertegenwoordiger van de partij publiekelijk afstand heeft genomen van het gevoerde beleid. In zijn visie heeft de partij hiermee bijgedragen aan het ondermijnen van de staatsveiligheid.
Verder stelt hij dat ex-president Chan Santokhi volgens hem in staat van beschuldiging zou moeten worden gesteld vanwege wat hij noemt het ontwrichten van de inrichting van de Staat Suriname.
Oproep tot verantwoording
Volgens Gentle moeten alle personen die hebben bijgedragen aan dit beleid — en die daarvan hebben geprofiteerd — zonder uitstel ter verantwoording worden geroepen. Hij spreekt van ongehoord en onbehoorlijk bestuur.
Tot slot verwees Gentle naar de bekende songtekst van wijlen Papa Touwtjie, waarin Suriname wordt bezongen als een land dat huilt. Volgens hem is die kreet, bijna twintig jaar later, nog altijd actueel.
“Er komt geen verandering zolang steeds hetzelfde wordt gekozen en degenen die het verschil zouden moeten maken, eerst aan zichzelf denken,” aldus Gentle.







