De Commissie van Rapporteurs belast met de voorbereiding van de wet houdende nadere wijziging van de Wet Arbeidsadviescollege (AAC) heeft overleg gevoerd met het Arbeidsadviescollege.
Tijdens deze vergadering heeft het AAC aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgestelde wetswijziging.
Verruiming benoemingstermijn van twee naar vijf jaar
De voorgestelde wijziging voorziet in een verruiming van de benoemingstermijn van leden van het Arbeidsadviescollege van twee naar vijf jaar.
Tijdens het overleg is uitgebreid stilgestaan bij de achtergrond van zowel de oorspronkelijke termijn als de voorgestelde aanpassing.
Volgens het Arbeidsadviescollege was de termijn van twee jaar oorspronkelijk bedoeld om regelmatige vernieuwing mogelijk te maken.
In de praktijk blijkt deze periode echter te kort om te komen tot duurzame voortgang in werkzaamheden, consistente advisering en effectieve beleidsopvolging. De korte termijn leidt volgens het college herhaaldelijk tot onderbrekingen in planning en continuïteit.
Functioneren en kwaliteit van het college
Het AAC benadrukte dat de verruiming van de benoemingstermijn niet betekent dat disfunctionerende leden moeten worden gehandhaafd.
Tijdens de vergadering werd expliciet gesteld: “Het college mag niet opgescheept raken met leden die niet functioneren.”
Daarbij werd onderstreept dat werknemers-, werkgevers- en overheidspartijen te allen tijde de mogelijkheid behouden om leden tussentijds terug te roepen of te vervangen indien daar aanleiding toe is. Het functioneren en de kwaliteit van het college blijven daarmee leidend.
Cruciale rol in arbeidswetgeving
Verder werd benadrukt dat een goed bezet en actief Arbeidsadviescollege van essentieel belang is voor het wetgevingsproces.
Geen enkele arbeidswet kan worden behandeld of doorgestuurd zonder advies van het Arbeidsadviescollege. Een effectief functionerend college is daarom noodzakelijk om stagnatie in arbeidswetgeving te voorkomen.
Vragen vanuit de commissie
De commissieleden stelden tijdens het overleg onder meer vragen over:
de kwaliteit en samenstelling van het college;
de huidige uitdagingen en knelpunten;
de toenemende druk rondom salarisbetalingen aan ambtenaren;
het algemeen functioneren van het Arbeidsadviescollege.
Deze onderwerpen zullen worden meegenomen in de verdere behandeling van de wetswijziging.







