De problemen van deze regering stapelen zich in zo’n hoog tempo op dat het nauwelijks nog bij te houden is. En dan te bedenken dat we pas een half jaar verder zijn.
Wat zichtbaar wordt, is geen reeks losse incidenten, maar een patroon dat steeds duidelijker vorm krijgt: partijloyalisten worden beloond, vrienden en familie worden beschermd, en de staat wordt bestuurd alsof het een privébedrijf is van de coalitiepartijen. Ondertussen blijven de sectoren die het land draaiende houden achter met lege handen.
Het contrast tussen woorden en daden wordt met de week groter, en de samenleving voelt dat haar vertrouwen opnieuw op de proef wordt gesteld.
Leerkrachten moeten wachten, het kabinet niet
Het meest recente voorbeeld is de situatie rond de leerkrachten. Terwijl zij al maanden worstelen met achterstallige betalingen en stijgende kosten, verklaart de president dat zij geen enkele toezegging kan doen over salarisverhogingen.
De boodschap is duidelijk: er is geen geld. Niet voor de mensen die dagelijks voor de klas staan, niet voor de mensen die de toekomst van Suriname vormen, niet voor de mensen die al jaren onderbetaald en overbelast zijn. Het is een boodschap die pijnlijk binnenkomt, juist omdat het onderwijs al zo lang op de rand van instorten balanceert.
Maar zodra het gaat om het personeel van het Kabinet van de President, lijkt diezelfde financiële krapte volledig te verdwijnen. Terwijl leerkrachten moeten smeken om hun basisloon, worden binnen het kabinet royale toelagen uitgekeerd, vastgelegd via een presidentieel besluit.
De bedragen zijn aanzienlijk, de rechtvaardiging is flinterdun en de verontwaardiging in de samenleving is volkomen terecht.
Hoe kan een regering die zegt geen geld te hebben, wél geld vinden voor zichzelf? Hoe kan een land dat zijn onderwijzers niet kan betalen, wél extra’s uitdelen aan politieke vertrouwelingen?
De regering draait, ontwijkt en verdraait
Wat de situatie nog pijnlijker maakt, is de manier waarop de regering zich in allerlei bochten wringt om dit beleid goed te praten. Eerst wordt gezegd dat er geen sprake is van een verhoging, maar slechts van een “andere verdeling”. Vervolgens blijkt uit de eigen documenten dat de totale uitgaven juist stijgen.
Daarna wordt beweerd dat het om een tijdelijke maatregel gaat, terwijl niemand kan uitleggen waarom die “tijdelijkheid” precies nu nodig is.
Het is een communicatieve dans die steeds wanhopiger oogt: een beetje ontkennen, een beetje verdraaien, een beetje sussen, maar nooit eerlijk zeggen wat er werkelijk gebeurt.
Het lijkt alsof de regering ervan uitgaat dat de samenleving niet kan rekenen, niet kan lezen en niet kan onthouden. Maar Surinamers zien het wel. Ze zien hoe woorden worden gebruikt om feiten te verdoezelen. Ze zien hoe verklaringen elkaar tegenspreken.
Ze zien hoe transparantie wordt beloofd, maar ondoorzichtigheid wordt geleverd. En ze zien vooral hoe de regering zichzelf steeds verder vastdraait in haar eigen verhaal.
En waar zijn de coalitiepartijen?
Wat deze situatie nog opvallender maakt, is de oorverdovende stilte vanuit de coalitie zelf. De partijen die samen deze regering vormen, NDP, NPS, ABOP, Pertjajah Luhur, BEP en A20, staan normaal bekend om hun luidruchtige standpunten, hun strijdlust en hun vermogen om overal commentaar op te leveren.
Maar nu het gaat om een kwestie die hun eigen geloofwaardigheid raakt, blijft het opvallend stil. Geen van de partijleiders corrigeert de president. Geen van hen corrigeert elkaar.
Geen van hen corrigeert de coalitie. De stilte is zo totaal dat het bijna voelt alsof men collectief heeft besloten dat loyaliteit belangrijker is dan verantwoordelijkheid.
Die stilte verdient op zichzelf een apart artikel, want ze zegt veel over de prioriteiten binnen de coalitie en de manier waarop macht wordt beschermd. Dat onderwerp zal in een volgend stuk uitgebreid worden besproken.
Het echte probleem: geen fouten erkennen, maar verbergen
Elke regering maakt fouten. Dat is normaal. Maar deze regering weigert ze toe te geven en kiest in plaats daarvan voor halve waarheden, misleidende formuleringen en politieke rookgordijnen. Dat ondermijnt niet alleen het vertrouwen, maar ook de geloofwaardigheid van het leiderschap.
Het probleem is niet dat er fouten worden gemaakt. Het probleem is dat de regering doet alsof ze niet bestaan, en dat ze liever de samenleving misleidt dan verantwoordelijkheid neemt.
Suriname verdient beter dan friends-and-family-beleid
Suriname verdient leiders die begrijpen dat macht geen privilege is, maar een verantwoordelijkheid. Leiders die beseffen dat je een land niet bouwt door je eigen kring te belonen, maar door te investeren in de mensen die het land dragen.
Leiders die niet alleen praten over transparantie, maar het ook toepassen. Leiders die niet alleen zeggen dat onderwijs belangrijk is, maar dat ook laten zien in hun begroting.
Zolang leerkrachten moeten wachten op hun salaris terwijl kabinetspersoneel wordt beloond met royale toelagen, blijft één ding duidelijk: de prioriteiten van deze regering liggen niet bij het volk, maar bij zichzelf.
En zolang dat niet verandert, zal Suriname blijven betalen, niet alleen in geld, maar in vertrouwen, in kwaliteit van onderwijs en in de hoop op een eerlijk bestuur.
Richard Bruins
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








