De afgelopen tijd valt het mij op in gesprekken binnen mijn eigen kring.
Opvallend veel mensen die in Paramaribo wonen spreken openlijk over hun droom om naar Nederland te vertrekken en daar een nieuw leven op te bouwen.
Wat het extra opmerkelijk maakt, is dat het niet alleen gaat om mensen zonder perspectief. Integendeel, velen hebben een stabiele baan en een ogenschijnlijk goed bestaan. Toch overheerst ontevredenheid.
Gehuwde vrouwen bereid om man en kinderen achter te laten
Wat mij misschien nog het meest heeft geraakt, is hoe ver sommigen bereid zijn te gaan. Er zijn zelfs gehuwde vrouwen die zonder aarzelen aangeven dat ze zouden vertrekken als die kans zich voordoet.
Desnoods laten ze hun partner en zelfs hun kinderen achter in Suriname. Dat zijn geen uitspraken die je licht opvat. Het zegt iets over hoe sterk het verlangen naar verandering is geworden.
Onvrede zit dieper dan alleen geld
Persoonlijk vind ik het moeilijk te begrijpen dat het leven in een zogenoemd eerstewereldland zwaarder kan wegen dan het gezin. Maar tegelijkertijd dwingt het tot nadenken.
Want dit soort uitspraken ontstaan niet zomaar. Ze komen voort uit een gevoel van vastzitten. Veel van deze mensen geven aan dat ze hard werken, maar geen vooruitgang ervaren.
De kosten stijgen, de onzekerheid blijft en het gevoel dat inspanning niet wordt beloond, groeit. Nederland wordt dan gezien als symbool van stabiliteit, kansen en waardering.
Misschien is dat wel de kern van het probleem. Het gaat niet alleen om vertrekken, maar om wat men hier mist.
Zolang dat gevoel blijft bestaan, zal de droom van een leven elders voor velen aantrekkelijker blijven dan de realiteit thuis. Dat is een signaal dat we serieus moeten nemen.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







