Er was een tijd in Suriname dat buschauffeurs niet zomaar bestuurders waren, maar echte sterren op wielen.
Van oudere kennissen hoor ik vaak hoe anders het vroeger was, vooral in de jaren 70 en 80.
Een chauffeur met een glimmende bus, zorgvuldig aangebrachte versieringen en de nieuwste kaseko, soul of funk uit de luidsprekers had automatisch een bepaalde uitstraling. Het was meer dan een baan. Het was een status.
Voorin zitten naast de chauffeur was speciaal
Jonge vrouwen die naar school of werk reisden keken met bewondering naar deze mannen. Wie voorin naast de chauffeur mocht zitten, voelde zich speciaal.
Soms hoefde er niet eens betaald te worden voor de rit. Dat voorrecht werd gezien als een teken van interesse of waardering.
De chauffeur had controle over zijn route, zijn muziek en zijn sfeer. Dat gaf hem een aantrekkingskracht die moeilijk te negeren was.
Realiteit van vandaag laat ander beeld zien
Als ik nu om me heen kijk, lijkt dat tijdperk grotendeels voorbij. De romantiek rond het beroep is vervaagd.
Bussen zijn vaker functioneel dan stijlvol en chauffeurs staan onder druk van economische realiteit, verkeersstress en strakke schema’s. Het beroep heeft niet meer dezelfde sociale glans als toen.
Af en toe hoor ik nog verhalen over bewondering, maar het is niet meer wat het ooit was. De samenleving is veranderd en ook de symbolen van status zijn verschoven.
Waar vroeger een bus symbool stond voor vrijheid en charisma, is het vandaag vooral een middel om van punt A naar punt B te komen.
Misschien zegt dat minder over de chauffeurs en meer over hoe onze samenleving zelf is veranderd.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







