fbpx

”Daling van de wisselkoers realiseer je niet met een wet en/of dreigementen”

GFC NIEUWSREDACTIE- Zonder de fundamentals op hun plaats, is het uiten van dreigementen voor daling van de wisselkoers net als water naar zee dragen.

Dit zegt de Surinaamse econoom Gerard Lau.

Als de wisselkoers door de overheid wordt vastgesteld op een ander niveau dan de vrije marktkoers, ontstaat er een parallelle koers, tenzij er een onuitputtelijke deviezenvoorraad is, zoals in Suriname tot 1983 het geval was.

Een koers bij wet maken in Suriname is ook een proces van distorsies creëren, meent Lau.

Dezelfde mening deelt Sanjay Gaurisankar, hoofd van de afdeling Financiële markten bij de Centrale Bank van Suriname (CBvS).

De totstandkoming van de wisselkoers bij een zwevend wisselkoersregiem staat volgens Gaurisankar in beginsel onder invloed van vraag- en aanbodfactoren, zoals overheids- en particuliere bestedingen (vraagzijde) en de exportactiviteiten (aanbodzijde). Een verstoring in deze factoren en de aanpak daarvan leiden tot wisselkoersveranderingen.

Hij wijst erop dat er tevens niet-economische factoren zijn, zoals de handhaving van wet- en regelgeving en morele aandrang, die van invloed kunnen zijn op de wisselkoers.

BEKIJK OOK
"Excuses voor het slavernijverleden zonder rechtsherstel zijn geen excuses"

Wet- en regelgeving zijn essentieel voor een ordelijk en transparant marktproces, terwijl morele aandrang verantwoord marktgedrag kan bevorderen. De uiting van dreigementen ter beïnvloeding van de wisselkoers heeft een kortstondig effect en bewerkstelligd geen duurzame wisselkoersstabiliteit.

Econoom Satcha Jabbar: “Dat gaat niet zo, helaas. Het omgekeerde wel, want als ‘hooggeplaatsten’ in koor zouden gaan fluisteren dat de koers zal gaan stijgen in december, zal dat zeker effect hebben op de koersen. Psychologisch effect, one-way. Velen hebben het over de werking van de markt, het spel van vraag en aanbod. Maar de markt is scheef in Suriname, en er is geen openheid en doorzichtigheid van spelregels. Dan gaan zaken fout. Vooral in kleine, open, import gedreven economieën als Suriname.

Wat volgens haar wel zou werken, is op korte termijn importen beperken door een sterk, ambitieus importvervangend beleid van vooral voedingsmiddelen.

Verder moeten de sociale subsidies eindelijk eens goed worden gemanaged en uitvoeren en binnen 2-3 jaar de export-opbrengsten hebben verhoogd met minimaal 25%.