ABOP-leider en parlementariër Ronnie Brunswijk heeft zich kritisch uitgelaten over het initiatiefvoorstel tot instelling van een College van Procureurs-Generaal.
Volgens Brunswijk zal hij hier niet zonder meer zijn medewerking aan verlenen. Hij waarschuwt dat ingrijpende institutionele wijzigingen zorgvuldig en met respect voor de Grondwet moeten worden benaderd.
“De Grondwet is niet zomaar gemaakt. Dit zijn serieuze zaken waarmee wij te maken hebben,” aldus Brunswijk in het parlement.
Hervorming geen taboe, maar wel doordacht
Brunswijk benadrukte niet principieel tegen hervormingen te zijn, maar riep op tot een grondige bezinning over de richting en consequenties van de voorgestelde wijzigingen.
“Ik ben niet tegen hervorming, maar laten we goed kijken wat we willen,” stelde hij.
Volgens de ABOP-leider is het voorstel niet eenvoudig, onvoldoende bediscussieerd en roept het fundamentele vragen op over de staatsinrichting.
Wachten op regering en initiatiefnemers
De vicepresident gaf aan te wachten op zowel de reactie van de initiatiefnemers van het wetsvoorstel als op duidelijke antwoorden van de regering.
Volgens hem kan de regering haar verantwoordelijkheid niet ontlopen door zich te verschuilen achter een parlementair initiatiefvoorstel.
“De regering moet zeggen wat zij wil en haar verantwoordelijkheid nemen, en die niet verschuiven naar een initiatiefwet van het parlement,” aldus Brunswijk.
Parlement geen ‘jaknikkers’
Brunswijk stelde dat het parlement een controlerende rol heeft en dat parlementariërs vrij moeten zijn om hun mening te uiten.
“Wij zijn hier geen jaknikkers. Ook om de regering te controleren moet ik mijn mening kunnen geven.”
Hij gaf aan expliciet de visie van de regering te willen horen over de voorgestelde hervormingen.
Kritiek op initiatief vanuit parlement
Hoewel Brunswijk niet stelde dat het initiatief ongrondwettelijk is, gaf hij wel aan dat hij het passender had gevonden als de regering zelf met een wetsvoorstel was gekomen in plaats van het parlement.
Daarnaast suggereerde hij dat parlementariër Ebu Jones mogelijk door de regering zou zijn geïnstrueerd om het wetsvoorstel in te dienen.
Parlementsvoorzitter Ashwin Adhin riep Brunswijk op geen beschuldigingen te uiten zonder onderbouwing. Naar aanleiding daarvan vroeg Jones het woord voor een persoonlijk feit.
Jones gaf aan de bijdrage van Brunswijk te waarderen, maar stelde dat het onjuist en ongenuanceerd is om te suggereren dat hij namens de regering zou handelen.
“Het is ieders recht om gebruik te maken van een grondwettelijke regeling. Het betichten van het willen ‘spelen voor de regering’ klopt niet,” aldus Jones.
Politieke spanning rond hervormingen
De opmerkingen van Brunswijk zorgden voor zichtbare beroering in het parlement en onderstrepen de politieke gevoeligheid van de voorgestelde hervormingen binnen het staatsbestel.
Het debat maakt duidelijk dat er behoefte is aan heldere communicatie en regie vanuit de regering, alvorens verdere stappen worden gezet.







