Vanaf 3 september mag een belangrijk deel van het Braziliaanse vlees voorlopig niet meer de Europese Unie binnen.
Voor Suriname is dat opvallend: ons land importeert miljoenen kilo’s Braziliaans pluimveevlees.
Toch betekent het Europese besluit niet dat Braziliaanse kip in Surinaamse winkels gevaarlijk is.
De werkelijke kwestie draait om garanties over het gebruik van bepaalde antibiotica en andere antimicrobiële middelen tijdens de productie.
Europa mist garanties uit Brazilië
Volgens EU-verordening 2026/1189 verliest Brazilië vanaf 3 september zijn huidige toelating voor onder meer pluimvee en rundvlees onder de nieuwe Europese regels voor antimicrobiële middelen.
Brussel stelt dat nog onvoldoende informatie beschikbaar is om te garanderen dat de volledige productieketen aan de nieuwe voorwaarden voldoet.
De regels moeten onder meer voorkomen dat bepaalde antimicrobiële middelen worden gebruikt als groeibevorderaar of dat middelen die specifiek voor menselijke geneeskunde zijn gereserveerd bij voedselproducerende dieren worden toegepast.
Dat is iets anders dan de ontdekking van gevaarlijke kip.
De Europese Commissie heeft niet bekendgemaakt dat Braziliaanse partijen die naar Suriname gaan verboden hoeveelheden antibiotica bevatten. Er is ook geen algemene terugroepactie.
Suriname haalt veel kip uit Brazilië
De handelscijfers maken de kwestie voor Suriname wel relevant. Volgens gegevens van UN Comtrade, ontsloten via de Wereldbank, importeerde Suriname in 2024 ruim 4,3 miljoen kilo pluimveevlees uit Brazilië, met een waarde van ongeveer US$5,1 miljoen.
In totaal importeerde Suriname dat jaar ongeveer 18,1 miljoen kilo pluimveevlees. Daarmee kwam ongeveer 24 procent, bijna één op iedere vier geïmporteerde kilo’s, uit Brazilië.
Belangrijkste vraag ligt nu bij Suriname
Suriname hoeft de Europese maatregel niet automatisch over te nemen. Het land hanteert eigen veterinaire invoereisen.
Een Braziliaans product dat niet aan een specifieke nieuwe EU-voorwaarde voldoet, is daarom niet vanzelf verboden of onveilig in Suriname.
Wel ontstaat een relevante vraag voor het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij: welke garanties verlangt Suriname zelf over antibioticagebruik bij Braziliaanse kip en wordt geïmporteerd vlees daadwerkelijk systematisch getest op residuen van diergeneesmiddelen?
Zonder zulke gegevens is er geen basis om consumenten af te raden Braziliaanse kip te eten.
De Europese beslissing geeft Suriname wel aanleiding om duidelijk te maken hoe streng de eigen controle op deze omvangrijke voedselimport werkelijk is.






