Het besluit van de regering dat er voorlopig geen structurele loonsverhoging komt, heeft tot onvrede geleid onder leerkrachten en andere ambtenaren.
Veel van hen reageren boos en teleurgesteld op de aankondiging van president Jennifer Geerlings-Simons dat de regering voorlopig kiest voor tijdelijke koopkrachtmaatregelen in plaats van een salarisverhoging.
Volgens verschillende leerkrachten en ambtenaren biedt de aangekondigde koopkrachtversterking nauwelijks verlichting in een periode waarin de kosten van levensonderhoud sterk zijn gestegen. Velen stellen dat de maatregel “niet meer is dan een druppel op een hete plaat”.
Tijdelijke koopkrachttoelage aangekondigd
De regering heeft besloten om een tijdelijke, onbelaste overbruggingstoelage toe te kennen aan verschillende groepen in de samenleving. Daarbij gelden de volgende bedragen:
Leerkrachten: totaal SRD 2500
Ambtenaren: totaal SRD 1500
AOV-gerechtigden: SRD 1000
Mensen met een beperking: SRD 1000
Sociaal zwakkere huishoudens: SRD 1000
Algemene Kinderbijslag (AKB): verhoogd naar SRD 250 per kind per maand
De toelagen worden verstrekt als een overbruggingstoelage en zijn onbelast, wat betekent dat er geen belasting op wordt ingehouden.
Nadere uitleg door president en minister van Financiën
Tijdens een toelichting op vrijdag hebben president Simons en minister van Financiën en Planning Adeliene Wijnerman het besluit verder verduidelijkt.
Wijnerman gaf aan dat ambtenaren vanaf maart een maandelijkse koopkrachttoelage ontvangen. De bedragen worden gefaseerd opgebouwd:
Maart – mei: SRD 1000 per maand
Juni – augustus: SRD 1250 per maand
September – december: SRD 1500 per maand
Leerkrachten ontvangen daarnaast een extra overbruggingstoelage:
Maart: SRD 500
April – mei: SRD 700
Vanaf juni: SRD 1000 per maand
Daarnaast ontvangen AOV’ers, mensen met een beperking en sociaal zwakkere huishoudens in de maanden maart tot en met juni een extra bedrag van SRD 250.
Volgens de minister komen directeuren, onderdirecteuren en hogere functionarissen niet in aanmerking voor deze koopkrachtmaatregelen.
Voor de uitvoering van het pakket is naar schatting SRD 1,8 miljard nodig. De regering stelt dat met deze tijdelijke maatregelen wordt geprobeerd de koopkracht van burgers enigszins te ondersteunen, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan bredere economische stabiliteit.
Kritiek vanuit de ambtenarij
Ondanks de toelichting blijft de kritiek vanuit verschillende sectoren groot. Vooral leerkrachten en ambtenaren geven aan dat zij hadden gehoopt op een structurele loonsverhoging in plaats van een tijdelijke toelage.
Volgens vakbondsvertegenwoordigers en werknemers wordt de koopkracht al geruime tijd uitgehold door stijgende prijzen voor basisproducten, brandstof en nutsvoorzieningen.
Zij vrezen dat de aangekondigde toelagen onvoldoende zijn om de financiële druk op huishoudens daadwerkelijk te verlichten.
Binnen verschillende ambtelijke kringen wordt daarom opgeroepen tot verdere dialoog tussen de regering en de vakorganisaties om te komen tot duurzamere oplossingen voor het inkomensvraagstuk van ambtenaren.







