Boodschap CCK in verband met 46 jaar Staatkundige Onafhankelijkheid

INGEZONDEN– Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, een in liefde, een in streven, een van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander.(Filippenzen 2: 1 – 4)

Op 25 november is het 46 jaar geleden dat ons land Suriname de status van zelfstandige natie verkreeg. De stap werd gezet om te werken aan een rechtvaardige en vredevolle samenleving om zodoende de toekomst van
dit prachtig ons door God gegeven land en al haar burgers te waarborgen.

De totstandkoming van dit nobel streven lag en ligt nog steeds geheel en al in onze handen en kan alleen bereikt worden door eensgezindheid te betrachten en het dienen van het algemeen belang.

Dat Suriname nog vóór de onafhankelijkheid, gezien werd als een “Little United Nations”, heeft ons altijd met trots vervuld.

We moeten er echter wel van bewust zijn dat gewerkt moet worden aan een grotere en hechtere verbondenheid onder alle etnische groepen en dat de politieke verbondenheid die er is onder de gewone burgers niet verstoord raakt.

We moeten begrijpen en leren accepteren dat er veel meer soorten van mensen zijn. Onze voorouders zijn in de meeste gevallen hiernaartoe gehaald, en dat doet er heel veel toe. Het is niet uit vrije wil en eigen beweging dat zij – en daarmee wij als hun nazaten – hier tezamen kwamen.

Voor de natievorming is het daarom van eminent belang dat we respectvol onze multi-etniciteit en culturaliteit blijven accepteren zoals een van onze nationale helden Robin “Dobru” Ravales dit heel mooi aangeeft als hij zegt: “Wan bon someni wiwiri.”

De kolonisatieperiode die ruim 300 jaar lang gepaard ging met onmenselijke dwangarbeid heeft helaas diepe sporen achtergelaten op de saamhorigheid van ons volk.

Zowel op het individu als op grote groepen stampte de kolonisator een gevoel van minderwaardigheid en ontnemen van een eigen identiteit. Hierdoor werd de oriëntatie van het volk om soeverein te zijn danig verduisterd.

Alhoewel Suriname sinds 1958 reeds een zelfstandig deel was van het koninkrijk der Nederlanden, werden we niet als volwaardig en zelfstandig bejegend. De geopolitiek weerhield ons om een onafhankelijke politiek te voeren en ons te scharen achter de “niet gebonden landen” of te verenigen met andere Derde Wereldlanden. Ook dit heeft niet bijgedragen tot de eenwording van ons volk.

Met trots zeggen we dat we vredig naast elkaar leven, maar in wezen leven we niet met elkaar. De etnische verdeeldheid wordt door de politiek in stand gehouden door hier misbruik van te maken vooral rond de verkiezingen.

Politieke polarisatie en de zelfverrijking van politici ten koste van de ander, zorgen voor een nog diepere kloof tussen arm en rijk, tussen zij die zich alle luxe kunnen veroorloven en zij die niet weten waar de volgende maaltijd vandaan moet komen.

Dit alles werkt corruptie in de hand, die aan de bovenkant van de samenleving begint, en steeds meer naar alle lagen van de bevolking doordringt.

Daarnaast zorgen een verouderde en ingewikkelde regelgeving met een gebrekkige dienstverlening in de ambtelijke en private sector mede voor een stremming van de ontwikkeling van ons land maar ook voor verder moreel en ethisch verval.

Naast de eerder genoemde punten moeten de gevolgen van de staatsgreep van 1980, met o.a. de decembermoorden van 1982, de binnenlandse oorlog als gevolg, niet onderschat worden.

Moeizaam opgebouwde structuren zijn kapot gegaan; vele goed opgeleide Surinamers vooral uit de middenklasse die drager is van waarden en normen, zijn vertrokken in meerdere golven. Golven die terug te voeren zijn naar perioden van economische neergang vanwege slecht beleid na perioden van economische groei.

Deze voorzichtige en weliswaar onvolledige evaluatie van de afgelopen 46 jaar schetst een somber beeld, maar er is hoop! De apostel Paulus biedt ons ook in deze tijd perspectief. In het citaat bij de aanhef van deze boodschap vinden we het antwoord.

Paulus maakt zich zorgen over de gemeente in Filippi, die verdeeld dreigt te raken. De eenheid staat op het spel. Hij werpt het gewicht van de liefde, die ze in Filippi voor hem koesteren, in het spel om dit te voorkomen.
Hij stelt die liefde in dienst van hun éigen welzijn. Hij smeekt hen om eensgezind te zijn. Waardoor zijn vermaning niet als stekelige kritiek, maar als een warme waarschuwing klinkt.

Zijn boodschap kunnen we concreet benoemen in de volgende punten:

1. Liefdevolle bemoediging. Vooral in DNA staan partijen onverzoenlijk tegenover elkaar en zien elkaar als vijanden in plaats van Surinamers die elkaar liefdevol corrigeren en bemoedigen.

2. Gemeenschap van Geest: we worden eerder gedreven door een geest van verdeeldheid in plaats van te zoeken naar wat we gemeenschappelijk hebben.

3. Hartelijkheid: bij veel loketten van de ministeries, in de wachtkamers van de artsen en specialisten maar ook in de bus en op straat ervaren wij nog steeds een onpersoonlijke en zelfs ruwe behandeling.

4. Barmhartigheid: wij doen al veel met het weinige toch zouden wij nog meer aandacht mogen hebben voor degene die vanwege ziekte, lichamelijke- en geestelijke beperking, werkloosheid of andere omstandigheden buiten hun schuld niet meer rondkomen of helemaal niet meer voor zichzelf kunnen zorgen.

5. Saamhorigheid en eensgezindheid: wij mogen onze vredevolle multi-etnische samenleving nooit als vanzelfsprekend beschouwen. Wij moeten er voortduren aan werken door steeds meer te weten te komen over de godsdienst en cultuur van de ander. Wij groeien in eensgezindheid wanneer wij als buren meeleven met elkaar lief en leed.

6. Niet toegeven aan partijzucht. Partijzucht belemmert de evenwichtige groei van de samenleving. De partijleiders moeten hier het voorbeeld geven. Het nationaal belang moet niet een lege frase zijn maar de belangrijkste drijfveer bij alle beslissingen.

7. IJdelheid: wij pronken graag met allerlei statussymbolen van dure auto’s, sieraden, smarttelefoons en dure kleding en meegaan met de laatste mode waardoor wij onszelf storten in diepe schulden en bovendien onszelf belachelijk maken.

8. Nederigheid: nederigheid of eenvoud siert de mens. Wij hoeven ons niet anders voor te doen. We hoeven ons niet te schamen voor onze materiele armoede. Door de eenvoud te bewaren leren wij onszelf steeds beter kennen en zijn beter instaat onze menselijke waardigheid te ervaren en uit te dragen.

Verschillen van mening en van inzichten zijn onvermijdelijk. Wrijvingen en botsingen zijn niet te voorkomen. Wij zijn allemaal verschillende mensen met verschillende achtergronden, komaf en karakters. Maar wij kunnen streven en blijven werken aan het nobele dat 46 jaar geleden geuit is bij onze Onafhankelijkheid.

Het is één doel kennen en dat als één volk najagen. Dat doel is de verheffing van ons prachtig land en al haar
burgers!

Paulus leert ons de ander in de samenleving te aanvaarden…wie hij of zij ook zijn mag. Hij roept ons op de ander te accepteren als onze broeder, onze zuster, onze medeburger. Want die ander is allereerst iemand, die ook leven mag van dezelfde genadevolle liefde waarvan een ieder afhankelijk is.

Paulus houdt ons hier geen ideaal voor. Een ideaal, dat toch nooit of te nimmer bereikt zal worden. Maar omdat wij om elkaar geven en omdat we om ons land Suriname geven, is het belangrijk elkaar te verstaan, te ondersteunen en te omarmen ondanks de verschillen die er zijn en ons maken tot een “Little United Nations”.

Bij de herdenking van 46 jaar staatkundige onafhankelijkheid is het onze hoop en bede dat wij deze boodschap van Paulus goed tot ons laten doordringen en ook eensgezind naar gaan leven.

GOD ZIJ MET ONS SURINAME
HIJ VERHEFF’ ONS HEERLIJK LAND
HOE WIJ HIER OOK SAMEN KWAMEN
AAN ZIJN GROND ZIJN WIJ VERPAND
WERKEND HOUDEN W’IN GEDACHTEN
RECHT EN WAARHEID MAKEN VRIJ
AL WAT GOED IS TE BETRACHTEN
DAT GEEFT AAN ONS LAND WAARDIJ


Ds. Diana de Graven
namens het CCK