De commissie belast met de uitvoering van het schoolvoedingsproject heeft overleg gevoerd met het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG) om de samenwerking rond hygiëne en voedselveiligheid te versterken.
Tijdens het overleg op dinsdag is afgesproken dat het BOG een actieve en structurele rol krijgt bij inspecties en controles binnen het nationale project.
Controles van bakkerij tot schoolbord
Volgens Phillis Tjin-A-Ton, waarnemend hoofd van de Milieu Inspectie van het BOG, zal de controleketen breed worden opgezet. “Wij zullen inspecties invoeren en controles uitvoeren op basis van hygiëne en sanitatie.
Dat betekent dat we het hele traject volgen: vanaf de bakkerijen tot en met het eindproduct op de scholen”, aldus Tjin-A-Ton.
De inspecties worden uitgevoerd in samenwerking met de keuringsdienst en richten zich specifiek op voedselveiligheid, opslag, transport en bereiding.
Volgens het BOG biedt deze aanpak extra zekerheid voor scholen en ouders. “Voor de school betekent dit dat we er zeker van kunnen zijn dat kinderen een gezond broodje of een gezonde maaltijd krijgen”, stelt zij.
Beperkte middelen, maar gezamenlijke inzet
Hoewel het BOG kampt met beperkte middelen, blijft Tjin-A-Ton positief over de samenwerking. “Met het team van het schoolvoedingsproject kunnen we dit samen realiseren. Door afstemming en planning kunnen we toch effectief controleren.”
Nationaal project vraagt nationale betrokkenheid
Mireille Cramer, voorzitter van de presidentiële werkgroep schoolvoedingsproject, benadrukt dat voedselveiligheid geen bijzaak is.
“Wanneer je bezig bent met voeding voor kinderen, moet hygiëne en gezondheid altijd centraal staan. Daarom hebben wij bewust gekozen voor samenwerking met het BOG”, zegt zij.
Volgens Cramer gaat het om een nationaal project dat alleen kan slagen met brede betrokkenheid. “We kunnen dit niet alleen. Nationale samenwerking is noodzakelijk om dit project duurzaam en verantwoord uit te voeren.”
Herstart schoolvoedingsprogramma in alle districten
Het schoolvoedingsproject is een herstart van een bestaand programma en vloeit voort uit de visie van president Jennifer Simons dat geen enkel kind in Suriname honger mag lijden. Alle districten zijn bij het project betrokken.
De voeding wordt geleverd door zes ondernemers die via een aanbesteding zijn geselecteerd en verantwoordelijk zijn voor verschillende schoolclusters.
Het project is officieel gestart op 8 december 2025 en sinds 5 januari operationeel.
De controle en monitoring worden uitgevoerd door een presidentiële werkgroep met vertegenwoordigers van meerdere ministeries.
Bron: gov.sr







