Na tien jaar zijn in Suriname opnieuw gevallen van chikungunya vastgesteld.
Stephanie Cheuk A Lam, waarnemend hoofd van de Milieu-Inspectie bij het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG), benadrukt dat de samenwerking tussen overheid en bevolking cruciaal is om verdere verspreiding tegen te gaan.
Preventie begint bij de burger
Chikungunya kent geen specifieke medicijnen of vaccins. Behandeling richt zich daarom op het verlichten van klachten. Cheuk A Lam legt uit dat de overheid haar rol kan spelen, maar dat inzet van iedere burger onmisbaar is.
“Iedereen kan bijdragen door stilstaand water rond woningen te verwijderen en broedplaatsen van muskieten te voorkomen. Alleen spuiten heeft onvoldoende effect,” stelt zij.
Acties van het BOG
Het BOG heeft verschillende afdelingen gemobiliseerd om de uitbraak aan te pakken. Samen met Openbare Werken worden grofvuil en potentiële broedplaatsen verwijderd.
Milieu-inspecteurs controleren woningen en bestrijden larven, terwijl entomologen onderzoek doen naar soorten muskieten en hun dichtheid.
Samenwerking als sleutel
De eerste bevestigde besmettingen kwamen in januari aan het licht via het Centraal Laboratorium. De uitbraak is vermoedelijk geïntroduceerd door een besmette persoon uit het buitenland en verspreid door lokale Aedes-muskieten.
Cheuk A Lam roept iedereen op alert te blijven en actief mee te helpen. “Samen kunnen we de verspreiding van chikungunya snel indammen,” aldus de BOG-medewerker.
Bron: gov.sr







