Rakesh Jhagroe , voorzitter van de Adviesraad van De Nieuwe Leeuw (DNL), heeft forse kritiek geuit op het optreden en de publieke claims van minister Melvin Bouva inzake het buitenlands beleid.
Volgens Rakesh is er reden tot zorg wanneer een minister zonder diplomatieke achtergrond zich presenteert als architect van een nieuw diplomatiek kader.
“Wanneer een minister zonder diplomatieke achtergrond zich desondanks profileert als grondlegger van een nieuw diplomatiek raamwerk, dan is het land gewaarschuwd,” aldus Rakesh.
“In de leer, maar wel het apparaat vervangen”
Jhagroe stelt dat Bouva zich feitelijk nog in een leerfase bevindt, maar tegelijkertijd pogingen onderneemt om het bestaande diplomatieke apparaat ingrijpend te herstructureren. Daarbij zouden personen worden ingezet die volgens hem op cruciale vlakken tekortschieten.
Volgens de voorzitter van de Adviesraad DNL ontbreekt het de minister bovendien aan aantoonbare persoonlijke verworvenheden, waardoor hij zou teruggrijpen op een doorzichtige strategie die in Surinaamse termen neerkomt op: “gebruik tra s’ma alen fu prani in karu.”
Bizarre bedragen en bestuurlijke misleiding
Rakesh zet grote vraagtekens bij de door minister Bouva gepresenteerde financiële en materiële ‘successen’. Bij toetsing aan verifieerbare feiten houdt volgens hem de claim dat deze resultaten het directe gevolg zijn van de inzet van één minister geen stand.
De opgesomde bedragen en projecten vertonen geen samenhangend patroon van individuele beleidssturing, maar vormen volgens Rakesh een lappendeken van langlopende bilaterale, multilaterale en filantropische trajecten, die grotendeels buiten één ministeriële portefeuille tot stand zijn gekomen.
China, India en internationale donoren
De kwijtschelding van USD 16 miljoen door China in augustus 2025 past volgens Rakesh binnen een wereldwijd toegepaste Chinese schuldherstructureringspraktijk en kan niet worden toegeschreven aan een afzonderlijke Surinaamse onderhandelingsprestatie. Hetzelfde geldt voor de schenking van zestien ambulances, die valt binnen standaard ontwikkelingshulp.
Ook de USD 20 miljoen die in september 2025 in New York werd toegezegd door internationale natuurbeschermingsorganisaties is volgens Rakesh het resultaat van jarenlange ecologische positionering van Suriname en VN-processen, en niet van ad-hoc ministerieel optreden.
De Indiase bijdrage van USD 250.000 voor Quick Impact Projects noemt hij symbolisch van aard en onderdeel van een vast format binnen India’s ontwikkelingsdiplomatie.
Projecten zijn geen persoonlijke prestaties
Jhagroe wijst erop dat het baggerproject van USD 10 miljoen met Invest International Nederland en het ministerie van Openbare Werken expliciet is gekoppeld aan een staatsbezoek en technische noodzaak.
De Marokkaanse roadmap van USD 1 miljoen en de levering van 500 ton kunstmest ter waarde van USD 400.000 vallen volgens hem onder bestaande bilaterale kaders die collectief zijn voorbereid.
Ook operationele meeropbrengsten bij PSA van circa USD 400.000 kwalificeert hij als contractueel en operationeel van aard, niet als diplomatieke successen.
De aangekondigde EUR 66 miljoen in het kader van het slavernijverleden, via IDB en Nederland, bevindt zich bovendien nog in een procesfase en kan volgens Rakesh niet als gerealiseerde opbrengst worden gepresenteerd. Projecten met Japan, Turkije, de Verenigde Staten en de Europese Unie verkeren eveneens nog in de pijplijn.
Optelsom is misleidend
Volgens de voorzitter van de Adviesraad DNL schuilt de kernfout in het narratief van de minister in de suggestie dat deze bedragen eenvoudig kunnen worden opgeteld als directe opbrengst van persoonlijke inzet.
“In werkelijkheid weerspiegelen zij structurele internationale relaties, bestaande verdragen en institutionele processen. Het presenteren van deze uiteenlopende posten als één beleidsmatige prestatie is inhoudelijk onjuist en bestuurlijk misleidend,” concludeert Jhagroe.






![[Aggregator] Downloaded image for imported item #428667](https://www.gfcnieuws.com/wp-content/uploads/2026/02/IMG_9335-1-scaled-1.jpg)
