De positie van leerkrachten in Suriname moet worden verbeterd door hun maatschappelijke verantwoordelijkheden, opleidingsniveaus en onderwijsbevoegdheden beter te waarderen.
Minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken heeft benadrukt dat de presidentiële werkgroep geen reguliere loonsonderhandelingen heeft gevoerd, maar zich heeft gericht op een herwaardering van de functies binnen het onderwijs.
Op basis van de bevoegdheden en opleidingsniveaus van onderwijsgevenden zijn bepaalde functies opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot verschuivingen binnen de bestaande gradaties, die moeten resulteren in een betere beloning voor leerkrachten.
Volgens Bee zou het voorstel woensdag nog worden behandeld in de Raad van Ministers (RvM). De minister sprak de verwachting uit dat het voorstel zou worden goedgekeurd.
Herwaardering moet positie van leerkrachten versterken
De minister maakt duidelijk dat het bij de voorgestelde aanpassing niet uitsluitend gaat om een algemene loonsverhoging. De nadruk ligt op een betere waardering van de functies en de kwalificaties van onderwijsgevenden.
Daarbij wordt gekeken naar de bevoegdheden waarover leerkrachten beschikken en het opleidingsniveau dat zij hebben bereikt.
Door bepaalde functies opnieuw in te delen binnen de bestaande gradaties, moet een betere aansluiting ontstaan tussen de professionele kwalificaties, verantwoordelijkheden en beloning van leerkrachten.
De herwaardering maakt deel uit van de gesprekken die de regering de afgelopen maanden met verschillende onderwijsbonden heeft gevoerd.
Onderwijsbonden bereikten tussentijds resultaat
Op 27 oktober bereikten de regering en vertegenwoordigers van verschillende onderwijsbonden een tussentijds resultaat over de herwaardering van onderwijsgevenden. Volgens minister Bee hebben de gesprekken ongeveer drie maanden geduurd en zijn deze constructief verlopen.
De bonden konden zich voorlopig vinden in de berekeningen en het voorstel van de regering. De gesprekken worden echter voortgezet.
De onderwijsorganisaties hebben daarnaast gevraagd om hun inzichten op een later moment rechtstreeks aan president Jennifer Simons te mogen presenteren.
De regering streeft ernaar de gemaakte afspraken rond eind november 2026 uit te voeren. Daarvoor moeten de administratieve voorbereidingen worden afgerond.
Niet alle onderwijsbonden tevreden met voorstel
Ondanks het bereikte tussentijdse resultaat bestaat er binnen het onderwijsveld ook ontevredenheid over de voorgestelde herwaardering.
Het Syndicaat voor Onderwijsgevenden (SO) heeft aangegeven dat het resultaat onvoldoende perspectief biedt op een structurele verbetering van de inkomenspositie van leerkrachten.
Volgens het syndicaat mag een eventuele eenmalige uitbetaling met terugwerkende kracht niet worden verward met een blijvende salarisverbetering.
De bond roept leerkrachten daarom op om bij de verwerking van de nieuwe bedragen hun loonstroken zorgvuldig te controleren en vooral te kijken naar het nettoloon dat zij voortaan maandelijks ontvangen.
Het SO benadrukt dat de beloning beter moet aansluiten bij de opleiding, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van onderwijsgevenden.
De organisatie vindt dat tijdelijke financiële tegemoetkomingen niet voldoende zijn om de structurele problemen binnen het onderwijs op te lossen.
Eerdere afspraken over secundaire arbeidsvoorwaarden
De herwaardering staat niet op zichzelf. In juni 2026 bereikten de regering en de onderwijsbonden al een akkoord over verschillende secundaire arbeidsvoorwaarden.
Daarbij werden onder meer de brillentoelage, de vergoeding voor afstandsonderwijs, de vergoeding voor permanente educatie en de kledingtoelage aangepast.
Ook werden afspraken gemaakt over het wegwerken van achterstanden en het verbeteren van administratieve processen binnen het onderwijs.
De bonden zouden bij de verdere uitwerking van deze vraagstukken worden betrokken.
Waardering moet verder gaan dan alleen financiële aanpassingen
De discussie over de positie van leerkrachten raakt aan een breder vraagstuk binnen het Surinaamse onderwijs. Naast een rechtvaardige beloning spelen ook professionele ontwikkeling, loopbaanmogelijkheden, werkomstandigheden en de maatschappelijke waardering van het beroep een rol.
De regering heeft aangegeven vaker met de onderwijsbonden in overleg te willen blijven om het onderwijs op een hoger niveau te brengen.
De komende periode zal moeten blijken in hoeverre de voorgestelde herwaardering daadwerkelijk leidt tot een structurele verbetering van de positie van onderwijsgevenden.
Voor leerkrachten blijft vooral van belang wat de nieuwe indeling concreet betekent voor hun maandelijkse inkomen en hun verdere loopbaan binnen het onderwijs.






