De leden van De Nationale Assemblée Ameerani Jarbandhan, Johnny Kasdjo en Hakiem Lalmahomed hebben de regering opgeroepen dringend werk te maken van de financiële nood waarin veel ouderen in Suriname verkeren.
In een brief aan president Jennifer Geerlings-Simons, via de minister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, vragen zij om duidelijkheid over de Algemene Oudedagsvoorziening (AOV), pensioenen, secundaire voorzieningen en concrete maatregelen om de koopkracht van ouderen te beschermen.
Volgens de parlementariërs staan de huidige uitkeringen niet in verhouding tot de kosten van levensonderhoud en de actuele armoedegrens.
Zij willen weten welke onmiddellijke maatregelen binnen dertig dagen kunnen worden getroffen en welke structurele hervormingen de regering binnen zes tot twaalf maanden wil doorvoeren.
Koopkracht ouderen sterk onder druk
In hun schrijven van 27 oktober stellen de DNA-leden dat ouderen die hun leven lang hebben bijgedragen aan de opbouw van Suriname, steeds moeilijker in hun basisbehoeften kunnen voorzien.
Zij wijzen op de stijgende kosten van voeding, medicijnen, vervoer, huur en nutsvoorzieningen, terwijl de koopkracht van ouderen onder druk staat door de ontwikkeling van de wisselkoers en de stijging van importprijzen.
De parlementariërs verwijzen naar officiële gegevens van de Centrale Bank van Suriname en het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS), waaruit volgens hen blijkt dat de wisselkoers sinds 2020 meer dan verdrievoudigd is. Vooral ouderen zonder financiële reserves of aanvullende inkomsten zouden hierdoor zwaar worden getroffen.
AOV en pensioenen tegenover de armoedegrens
In de brief wordt vermeld dat de reguliere AOV in maart 2026 SRD 2.250 bedroeg. Het minimumambtenarenpensioen zou in de praktijk tussen SRD 1.500 en SRD 2.000 liggen, afhankelijk van de opgebouwde rechten, de toepasselijke regeling en het pensioenfonds.
De DNA-leden verwijzen daarnaast naar een door het ABS gepubliceerde armoedegrens van SRD 7.586 per maand voor een alleenstaande volwassene, gebaseerd op inflatiecorrectie in juli 2025.
Volgens hen ontvangt iemand die uitsluitend afhankelijk is van de genoemde AOV-uitkering daarmee minder dan 45 procent van dit bedrag.
Zij vragen de regering om de actuele structurele AOV-uitkering en alle eventuele aanvullende voorzieningen duidelijk vast te stellen en openbaar te maken.
Ook willen zij weten welke berekeningsmethodiek wordt gebruikt voor AOV en pensioenen en waarom deze uitkeringen niet structureel worden aangepast aan inflatie en koersontwikkelingen.
Niet iedere oudere verkeert in dezelfde situatie
De parlementariërs benadrukken dat ouderen niet als één homogene groep kunnen worden behandeld. Een alleenstaande oudere die huur betaalt, chronisch ziek is en geen aanvullend pensioen ontvangt, bevindt zich volgens hen in een wezenlijk andere financiële positie dan iemand met een eigen woning en aanvullende inkomsten.
Daarom vragen zij om bijzondere aandacht voor ouderen met medische problemen, ouderen zonder aanvullend pensioen en personen die volgens de brief wel recht hebben op AOV, maar deze uitkering niet ontvangen.
Zij willen onder meer opheldering over de vermelding dat 13.203 ouderen buiten het AOV-systeem vallen, waarom deze groep geen uitkering ontvangt en welke maatregelen worden genomen om de betrokkenen te bereiken.
Ook secundaire voorzieningen moeten worden aangepakt
Volgens de brief gaat het probleem verder dan de hoogte van de AOV en de pensioenen. De parlementariërs wijzen op stijgende bijbetalingen bij het Staatsziekenfonds (SZF), dure medicijnen en medische behandelingen, hoge elektriciteits- en waterkosten en onbetaalbaar vervoer. Ook zouden structurele voedselondersteuning en effectieve compensatieregelingen ontbreken.
Zij stellen dat een verhoging van de AOV weinig effect kan hebben wanneer de kosten van essentiële voorzieningen tegelijkertijd blijven stijgen.
De regering wordt daarom gevraagd aan te geven welke stappen zij kan nemen om de medische kosten voor ouderen te verlagen, de toegang tot noodzakelijke voorzieningen te verbeteren en te voorkomen dat eventuele verhogingen door nieuwe prijsstijgingen teniet worden gedaan.
Dertien vragen aan de regering
In totaal leggen Jarbandhan, Kasdjo en Lalmahomed dertien vragen voor aan de regering. Zij willen onder meer weten hoeveel ouderen uitsluitend AOV ontvangen, hoeveel AOV combineren met een pensioen en hoeveel mensen ondanks hun aanspraak geen AOV ontvangen.
Verder vragen zij of de regering bereid is de AOV en pensioenen opnieuw te berekenen op basis van de actuele armoedegrens en een aanvullende regeling in te voeren voor ouderen die aantoonbaar onder het bestaansminimum leven.
Ook willen zij inzicht in de kosten van een structurele verhoging, het aantal ouderen dat daarvoor in aanmerking komt en de wijze waarop de maatregelen gefinancierd zouden kunnen worden.
Daarnaast verlangen de DNA-leden een transparant overzicht van de sociale uitgaven voor ouderen, inclusief de verhouding tot inflatie en koersontwikkeling.
Zij vragen ook binnen welke termijn de regering de vragen zal beantwoorden, welke ministeries verantwoordelijk worden voor de uitvoering en of periodieke rapportage aan De Nationale Assemblée mogelijk is.
Parlementaire controle op uitvoering noodzakelijk
De parlementariërs maken in hun brief onderscheid tussen acute noodmaatregelen en structurele oplossingen. De regering moet volgens hen aangeven welke ondersteuning binnen dertig dagen beschikbaar kan komen en welke hervormingen binnen zes tot twaalf maanden worden voorzien. Daarbij moet ook duidelijk zijn hoe de maatregelen financieel worden onderbouwd en gewaarborgd.
In hun slotopmerking stellen de DNA-leden dat ouderen niet op beleid mogen wachten terwijl zij dagelijks moeite hebben om rond te komen.
Zij benadrukken dat mensen die hun hele leven aan de ontwikkeling van Suriname hebben bijgedragen, op hun oude dag niet gedwongen mogen worden te kiezen tussen voeding, medicijnen en het betalen van vaste lasten.
De parlementariërs verwachten daarom een reactie van de regering waarin niet alleen toezeggingen worden gedaan, maar ook concrete maatregelen, verantwoordelijke instanties, termijnen en een controlemechanisme worden vastgelegd.






