De invoering van nieuwe wetgeving is geen eindpunt, maar het begin van een toetsing aan de dagelijkse praktijk.
Dat was de kern van de boodschap van de voorzitter van De Nationale Assemblée, Michael Adhin, tijdens de opening van het congres Evaluatie Nieuw Burgerlijk Wetboek en aanverwante wetten.
Volgens hem moet worden onderzocht hoe de nieuwe wetgeving functioneert, waar knelpunten ontstaan en welke aanpassingen nodig zijn om de rechtspraktijk verder te versterken.
“Een wetboek wordt twee keer aangenomen. Eerst door het parlement, met een stemming. Daarna door de praktijk, dag na dag, in de akte en in het vonnis”, stelde Adhin.
Met die uitspraak benadrukte hij dat de parlementaire goedkeuring slechts één fase vormt. De uiteindelijke waarde van wetgeving blijkt uit de manier waarop rechters, advocaten, notarissen en andere betrokkenen ermee werken.
Zeven wetten onder de loep
Het Nieuw Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en aanverwante wetgeving, bestaande uit in totaal zeven wetten, traden op 1 mei 2025 in werking.
Al op 1 november 2024 hadden het Hof van Justitie en de Surinaamse Orde van Advocaten een commissie ingesteld om de toepassing van de nieuwe regels te volgen.
Adhin sprak zijn waardering uit voor het feit dat de evaluatie al vóór de inwerkingtreding was voorbereid. Daarmee werd volgens hem tijdig ruimte gecreëerd om ervaringen uit de rechtspraktijk te verzamelen en eventuele problemen systematisch in kaart te brengen.
Niet elk knelpunt vraagt om een wetswijziging
De Aansturingscommissie heeft de gesignaleerde knelpunten ingedeeld in vier categorieën: interpretatievragen, uitvoeringsproblemen, leemten in de wet en onbedoelde gevolgen voor andere wetten. Die indeling is van belang, omdat niet elk probleem automatisch een wijziging van de wet vereist.
“Een procedure die knelt, laat zich soms aanpassen zonder één woord van de wet te wijzigen”, merkte Adhin op. Als voorbeeld verwees hij naar het nieuwe Procesreglement voor civiele zaken, dat op 1 oktober in werking trad en is afgestemd op het nieuwe wetboek.
Concrete aanbevelingen voor de wetgever
Voor knelpunten die wel een wetswijziging noodzakelijk maken, riep de parlementsvoorzitter de congresdeelnemers op hun aanbevelingen nauwkeurig te formuleren.
Daarbij moeten zij per wetsbepaling aangeven welk probleem zich voordoet, welke rechtsgevolgen dat heeft en, waar mogelijk, een concreet tekstvoorstel met toelichting aanleveren.
Volgens Adhin kan De Nationale Assemblée dergelijke voorstellen vervolgens gericht behandelen en met de regering bespreken. De afdeling Juridische Ondersteuning zal de aanbevelingen beoordelen en waar nodig wetswijzigingen voorbereiden.
Parlement moet verantwoording afleggen
Adhin herhaalde zijn voorstel voor halfjaarlijks overleg tussen de regering, de rechterlijke macht, de advocatuur, het notariaat en andere betrokken instellingen.
Hij zegde toe dat het parlement de aanbevelingen van het congres in ontvangst zal nemen en dat een datum wordt vastgesteld waarop verslag wordt gedaan van de afhandeling ervan.
Daarmee ligt niet alleen een taak bij de juridische beroepsgroepen, maar ook bij de wetgever zelf. Een evaluatie heeft immers weinig betekenis wanneer vastgestelde knelpunten niet worden opgevolgd en aanbevelingen zonder duidelijk vervolg blijven liggen.
De praktijk wordt de uiteindelijke maatstaf
Het oude Burgerlijk Wetboek uit 1869 heeft Suriname bijna anderhalve eeuw gediend. Het nieuwe wetboek moet nu bewijzen dat het aansluit bij de behoeften van de hedendaagse samenleving en de dagelijkse rechtspraktijk.
Adhin stelde dat een eventuele eerste wijziging binnen enkele jaren juist kan aantonen dat de wetgever naar de praktijk heeft geluisterd.
De uitdaging is daarom niet om wijzigingen koste wat kost te vermijden, maar om ervoor te zorgen dat de wetgeving blijft functioneren zoals bedoeld: duidelijk, uitvoerbaar en passend bij de juridische werkelijkheid van Suriname.






