Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu heeft voorafgaand aan de vergadering van de Raad van Ministers vragen van de pers beantwoord over de internationale ontwikkelingen op de olie- en gasmarkt, de brandstofprijzen in Suriname, de voortgang van het Gran Morgu-project en de kansen voor lokale werkgelegenheid.
Volgens de minister staat de internationale energievoorziening onder druk door verstoringen in het Midden-Oosten. De sluiting van de Straat van Hormuz en aanvallen op energie-infrastructuur hebben gevolgen voor de aanvoer van olie en gas en dragen bij aan de stijgende brandstofprijzen.
Vooral diesel blijft volgens Brunings duur, omdat deze brandstof moeilijker te vervangen is in zwaar transport en aanverwante sectoren.
Suriname handhaaft voorlopig de prijsplafonds voor brandstoffen om de economie en de samenleving te beschermen.
Door de aanhoudende stijging van de internationale prijzen wordt het echter steeds moeilijker om deze maatregel vol te houden. De binnenlandse brandstofproductie biedt volgens de minister enige verlichting.
Gran Morgu-project verloopt volgens planning
De voorbereidingen voor het Gran Morgu-project verlopen volgens Brunings volgens schema. Van het project, waarmee naar schatting bijna US$ 11 miljard is gemoeid, is inmiddels ongeveer 43 procent uitgevoerd of besteed.
Ook de bouw van het productieplatform, de zogenoemde Floating Production, Storage and Offloading-installatie (FPSO), verloopt volgens planning.
De boorschepen worden binnenkort in Suriname verwacht. De eerste productieboringen moeten in december beginnen.
Het project omvat zowel productieputten als injectieputten. Via de injectieputten worden gas en water teruggevoerd om de druk in het reservoir op peil te houden en de productie te ondersteunen.
De voortgang van Gran Morgu is van groot belang voor de toekomstige ontwikkeling van de Surinaamse olie- en gassector.
Tegelijkertijd blijft de vraag hoe het land de economische voordelen van deze ontwikkeling zo breed mogelijk kan benutten.
Meer Surinamers moeten profiteren van de olie- en gassector
Brunings benadrukte dat Surinamers zoveel mogelijk moeten meeprofiteren van de groeiende olie- en gasindustrie. Als voorbeeld noemde hij onderaannemer Halliburton, waar inmiddels bijna 70 procent van het personeelsbestand uit Surinamers bestaat.
De regering wil door middel van opleidingen en gerichte trainingen meer lokale arbeidskrachten voorbereiden op beschikbare functies in de olie- en gassector en andere sectoren met groeipotentieel.
Daarmee moet worden voorkomen dat de economische ontwikkeling grotendeels afhankelijk blijft van buitenlandse expertise, terwijl Surinaamse werknemers onvoldoende toegang krijgen tot de nieuwe kansen.
Gerichte scholing en voorbereiding op de gevraagde beroepsvaardigheden zijn volgens deze aanpak essentieel om de lokale participatie te vergroten.
Suriname 3.0 werkt aan strategische routekaart
Ook de ontwikkeling van een bredere economische strategie kwam aan de orde. In het kader van de Suriname 3.0 Summit wordt gewerkt aan een routekaart voor de toekomstige ontwikkeling van het land.
Tijdens de derde bijeenkomst worden eerdere voorstellen gevalideerd en strategische projecten geïdentificeerd. Daarbij gaat het onder meer om mogelijkheden binnen de landbouw, het toerisme en de goudsector.
De bedoeling is om de verschillende ontwikkelingsplannen te vertalen naar concrete behoeften op het gebied van werkgelegenheid, vaardigheden en opleiding.
Arbeidsbehoefte moet richting geven aan opleidingen
Tijdens een volgende bijeenkomst in november moet worden vastgesteld hoeveel arbeidskrachten nodig zijn, over welke vaardigheden zij moeten beschikken en op welk moment zij beschikbaar moeten zijn.
Deze informatie moet de basis vormen voor gerichte opleidingsprogramma’s en strategieën voor lokale participatie, oftewel local content.
Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden om werknemers vanuit de publieke sector te laten doorstromen naar de private sector.
Met deze aanpak wil de regering de aansluiting tussen onderwijs, arbeidsmarkt en economische ontwikkeling verbeteren.
De uitdaging blijft om de verwachte groei in de olie- en gassector en andere productieve sectoren om te zetten in duurzame werkgelegenheid en bredere economische kansen voor Suriname.






