Suriname staat aan de vooravond van een historische economische ontwikkeling.
Met de verwachte start van de offshore olieproductie in 2028 krijgt ons land de mogelijkheid om zijn economie te versterken, de staatsschuld terug te dringen en structureel te investeren in onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en werkgelegenheid.
Maar die toekomst is niet gegarandeerd. Olie in de zeebodem betekent nog geen welvaart voor de mensen op het land.
Het GranMorgu-project in Blok 58, met een geraamde investering van ongeveer US$ 10,5 miljard, is een belangrijke mijlpaal.
De eerste olieproductie wordt voor 2028 verwacht. De omvang van de investering onderstreept de economische kansen, maar maakt tegelijkertijd duidelijk hoe groot de verantwoordelijkheid is om de opbrengsten goed te beheren.
De vraag is daarom niet alleen hoeveel olie Suriname zal produceren of hoeveel inkomsten de staat uiteindelijk zal ontvangen. De wezenlijke vraag is: wat gaat de gewone Surinamer hiervan merken?
Krijgt een jongere beter onderwijs en meer kansen op werk? Kan een ondernemer groeien zonder afhankelijk te zijn van politieke connecties?
Worden gezinnen minder kwetsbaar voor economische schokken? En zullen toekomstige generaties eveneens kunnen profiteren van de rijkdom die vandaag wordt gewonnen?
Dat zijn de vragen waarop de samenleving concrete antwoorden verdient.
Informeer de bevolking: olierijkdom vraagt om openheid
Een goed geïnformeerd volk kan beter beoordelen of beleid in het nationale belang wordt uitgevoerd. Daarom moet de overheid begrijpelijke en actuele informatie beschikbaar stellen over de verwachte olie-inkomsten, de voorwaarden waaronder deze worden ontvangen, de overheidsuitgaven en de manier waarop de opbrengsten worden verdeeld.
Transparantie mag niet beperkt blijven tot persberichten waarin grote investeringen en toekomstige kansen worden aangekondigd.
Burgers moeten ook kunnen volgen welke afspraken zijn gemaakt, welke inkomsten daadwerkelijk binnenkomen en waarvoor het geld wordt besteed.
Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft in zijn beoordeling van Suriname gewezen op de noodzaak om de transparantie in de winningssector te versterken en inkomsten en betalingen tijdig openbaar te maken.
Ook goed functionerende controlemechanismen en verantwoordingsplicht zijn volgens het IMF van belang om te voorkomen dat de toekomstige olierijkdom verkeerd wordt beheerd.
Openheid is geen gunst van de overheid aan de bevolking. Het is een noodzakelijke voorwaarde voor vertrouwen.
Neem verantwoordelijkheid: de toekomst bouwt zichzelf niet
Het is gemakkelijk om alle problemen toe te schrijven aan de regering, politieke partijen of personen die het land besturen.
Natuurlijk rust op de overheid een bijzondere verantwoordelijkheid om beleid te ontwikkelen, wetten te handhaven en publieke middelen zorgvuldig te beheren. Maar de ontwikkeling van Suriname vraagt eveneens om een samenleving die verantwoordelijkheid durft te nemen.
Dat betekent dat burgers zich informeren, kritische vragen stellen en hun stem laten horen. Het betekent dat ondernemers investeren in kennis en kwaliteit, dat professionals hun deskundigheid inzetten en dat maatschappelijke organisaties beleid niet alleen bekritiseren, maar ook bijdragen aan oplossingen.
Verantwoordelijkheid betekent echter niet dat burgers de gevolgen van slecht bestuur zelf moeten dragen. De overheid blijft verplicht om behoorlijk, rechtvaardig en transparant te handelen. Burgerparticipatie moet daarom samengaan met politieke aanspreekbaarheid.
Een land wordt niet sterker doordat iedereen dezelfde mening heeft. Het wordt sterker wanneer mensen met verschillende inzichten bereid zijn samen te werken aan resultaten die het algemeen belang dienen.
Stel het nationale belang boven etnische en politieke verdeeldheid
Suriname is een samenleving met verschillende etnische, culturele en religieuze achtergronden. Die diversiteit hoeft geen obstakel te zijn voor ontwikkeling.
Zij kan juist een kracht vormen wanneer burgers gelijke kansen krijgen en gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen.
De toekomstige olie-inkomsten mogen geen instrument worden waarmee politieke bondgenoten worden beloond, achterbannen worden bediend of bepaalde groepen structureel worden bevoordeeld.
Nationale rijkdom behoort niet toe aan één partij, één regering, één etnische groep of een beperkte kring van invloedrijke personen.
Het nationale belang vraagt om samenwerking over politieke grenzen heen. Dat betekent niet dat de oppositie haar controlerende rol moet opgeven of dat kritiek moet worden vermeden. Integendeel: een sterke democratie heeft zowel samenwerking als tegenspraak nodig.
Wat niet aanvaardbaar mag worden, is dat nationale ontwikkeling ondergeschikt raakt aan partijbelangen en politieke loyaliteit.
De maatstaf moet eenvoudig zijn: draagt een besluit bij aan de ontwikkeling van Suriname en verbetert het de levensomstandigheden van de bevolking?
Pak de oorzaken aan: corruptie, vriendjespolitiek en wanbeheer
De waarschuwing dat olie-inkomsten verkeerd kunnen worden besteed, is niet nieuw. De werkelijke uitdaging is ervoor te zorgen dat de noodzakelijke waarborgen daadwerkelijk functioneren voordat de grote inkomstenstromen op gang komen.
Het IMF heeft in 2026 benadrukt dat Suriname een beperkte periode heeft om de transparantie te verbeteren en anticorruptiemechanismen te versterken vóór de verwachte grootschalige olie-inkomsten.
Daarbij zijn onder meer de uitvoering van de aanbestedingswet, openbaarmaking van overheidsopdrachten en contracten, inzicht in de uiteindelijke belanghebbenden van bedrijven en versterking van vermogens- en inkomensverklaringen voor politiek prominente personen genoemd.
Dat zijn geen abstracte bestuurlijke verbeteringen. Ze bepalen mede of publieke middelen terechtkomen bij de projecten en diensten waarvoor ze bestemd zijn.
Daarom moeten overheidscontracten controleerbaar zijn, aanbestedingen eerlijk verlopen en vermoedens van belangenverstrengeling onafhankelijk worden onderzocht.
Controle-instanties moeten voldoende bevoegdheden en middelen hebben om hun werk te doen. Wie publieke verantwoordelijkheid draagt, moet ook verantwoording afleggen.
Corruptie bestrijden begint niet met beschuldigingen zonder bewijs. Het begint met systemen die misbruik moeilijker maken, overtredingen opsporen en consequenties verbinden aan bewezen schendingen.
Integriteit moet blijken uit de werking van instellingen, niet alleen uit de toespraken van bestuurders.
Investeer in economische zelfstandigheid en lokale kansen
De olie-industrie kan banen, opdrachten, kennis en nieuwe bedrijvigheid opleveren. Maar deze voordelen ontstaan niet automatisch voor iedere Surinamer.
Offshoreprojecten vereisen gespecialiseerde kennis, kapitaal, technische vaardigheden en internationale standaarden.
Zonder gerichte voorbereiding bestaat het risico dat een aanzienlijk deel van de hoogwaardige functies en opdrachten terechtkomt bij bedrijven en werknemers die al over die capaciteiten beschikken.
Staatsolie en zijn partners hebben aangegeven dat Surinaamse bedrijven al goederen en diensten aan het GranMorgu-project leveren en dat opleidingen en ontwikkelingsprogramma’s worden ingezet om lokale capaciteit te versterken.
Dat is een belangrijk vertrekpunt, maar de verdere ontwikkeling moet ervoor zorgen dat steeds meer Surinaamse bedrijven en werknemers duurzaam kunnen deelnemen.
Daarvoor zijn investeringen nodig in technisch en beroepsonderwijs, certificering, ondernemerschap, toegang tot financiering en kennisoverdracht. Ook kleine en middelgrote ondernemingen moeten kansen krijgen om aan de vereisten van de energiesector te voldoen.
Tegelijkertijd mag de economie niet volledig afhankelijk worden van olie. Landbouw, toerisme, productie, technologie en andere ondernemingen moeten zich eveneens kunnen ontwikkelen.
Economische zelfstandigheid betekent dat Suriname niet alleen grondstoffen verkoopt, maar ook kennis opbouwt, producten ontwikkelt en waarde toevoegt.
De olierijkdom moet de basis versterken voor een bredere economie die ook kan functioneren wanneer de olieproductie ooit terugloopt.
Zet kritiek om in concrete oplossingen
Suriname heeft geen gebrek aan waarschuwingen. Er wordt regelmatig gewezen op corruptie, politieke verdeeldheid, gebrekkige dienstverlening, economische kwetsbaarheid en het risico dat de bevolking onvoldoende profiteert van natuurlijke rijkdommen.
Die kritiek is noodzakelijk wanneer zij misstanden zichtbaar maakt. Maar kritiek alleen verandert geen school, creëert geen baan en verbetert geen gezondheidszorg.
Daarom moet iedere serieuze analyse uiteindelijk leiden tot de vraag: wat moet er concreet gebeuren, wie is daarvoor verantwoordelijk en wanneer moet het resultaat zichtbaar zijn?
Bij het onderwijs kan dat betekenen dat middelen worden gekoppeld aan meetbare verbeteringen in leerprestaties, schoolvoorzieningen en de professionele ontwikkeling van leerkrachten.
In de gezondheidszorg kan het gaan om betere toegang tot medicijnen en betrouwbare dienstverlening. In de economie kan de nadruk liggen op meer productieve ondernemingen, vakgerichte opleidingen en transparante toegang tot overheidsopdrachten.
De overheid moet zulke doelen vertalen naar uitvoerbare plannen, realistische begrotingen en openbare voortgangsrapportages. De samenleving moet vervolgens kunnen beoordelen of beloften worden nagekomen.
Het is niet voldoende om te zeggen dat de olie-inkomsten ontwikkeling zullen brengen. Er moet zichtbaar worden welke ontwikkeling wordt gerealiseerd, voor wie en tegen welke kosten.
Bouw samen aan vertrouwen en duurzaam financieel beheer
Vertrouwen ontstaat niet doordat bestuurders vragen om geduld. Het ontstaat wanneer burgers kunnen zien dat afspraken worden nagekomen, publieke middelen zorgvuldig worden besteed en fouten worden erkend en gecorrigeerd.
Suriname heeft daarvoor een financieel en institutioneel kader nodig dat voorkomt dat tijdelijke olie-inkomsten leiden tot onverantwoorde uitgaven.
Het IMF heeft benadrukt dat een aanzienlijk deel van de toekomstige olie-inkomsten moet worden gespaard voor de toekomst en dat sterke instellingen noodzakelijk zijn om de economische en sociale voordelen duurzaam te maken.
Dat vraagt om duidelijke regels voor het gebruik van olie-inkomsten, onafhankelijk toezicht, periodieke audits en begrijpelijke rapportages aan het parlement en de bevolking.
Het vraagt ook om realistische begrotingen, zodat de overheid niet structureel verplichtingen aangaat die zij bij lagere olieprijzen niet kan nakomen.
Een verantwoord beleid moet rekening houden met schommelingen op de internationale oliemarkt, de kosten van de energiesector en de behoeften van toekomstige generaties.
Politici, ondernemers, deskundigen, maatschappelijke organisaties en burgers hebben daarin ieder een rol. Maar die gezamenlijke verantwoordelijkheid mag niet betekenen dat niemand meer aanspreekbaar is.
De regering moet leiding geven, het parlement moet controleren, deskundigen moeten onafhankelijk adviseren en burgers moeten de ruimte hebben om kritische vragen te stellen.
Vertrouwen is geen vervanging voor controle. Het is het resultaat van controleerbaar en betrouwbaar handelen.
Onze rijkdom, onze verantwoordelijkheid, onze toekomst
De verwachte olie-inkomsten vormen een historische kans, maar geen garantie op welvaart. De opbrengsten kunnen bijdragen aan een sterkere economie, betere publieke voorzieningen en meer kansen voor jongeren.
Ze kunnen echter ook nieuwe ongelijkheid, verspilling en afhankelijkheid versterken wanneer goed bestuur en verantwoord financieel beleid achterblijven.
Daarom moet Suriname nu handelen. Niet pas wanneer de eerste grote inkomsten zijn ontvangen, maar terwijl de instellingen, regels en plannen die nodig zijn voor een verantwoorde besteding nog verder kunnen worden versterkt.
De bevolking verdient inzicht in de inkomsten, eerlijke kansen op werk en ondernemerschap, betrouwbare overheidsinstellingen en aantoonbare verbeteringen in de kwaliteit van leven.
Dat zijn geen buitensporige verwachtingen. Het zijn redelijke eisen aan een land dat zijn natuurlijke rijkdom wil omzetten in duurzame ontwikkeling.
Suriname heeft mensen met kennis, ervaring, ondernemingszin en ideeën. Wat nodig is, is een gezamenlijke inspanning om die capaciteiten te verbinden aan een duidelijke nationale koers.
Laten wij daarom niet blijven steken in waarschuwingen over wat er mis kan gaan. Laten wij concrete afspraken maken, verantwoordelijkheden vastleggen, resultaten meten en elkaar aanspreken wanneer beloften niet worden nagekomen.
De olie is van tijdelijke waarde als wij haar niet omzetten in blijvende kansen. De echte rijkdom van Suriname ligt uiteindelijk in de mensen, de kennis, de instellingen en de toekomst die wij samen opbouwen.
Suriname verdient meer dan beloften. Suriname verdient resultaten.
Sonny Khoeblal
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







