Wat gebeurt er wanneer een conflict binnen een staatsinstelling niet langer alleen over wetten, benoemingstermijnen en bestuurlijke bevoegdheden gaat, maar uitmondt in een confrontatie tussen politieke partijen?
De gebeurtenissen rond de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) en de verhitte discussie in De Nationale Assemblée roepen precies die vraag op.
Wanneer parlementariërs elkaar beschuldigen, een coalitiepartner boos de vergaderzaal verlaat en de rechtspositie van een directeur inzet wordt van een politiek steekspel, moet de samenleving zich afvragen: gaat het hier werkelijk om de rechtsstaat, of zien we een machtsstrijd die achter juridische argumenten wordt uitgevochten?
De vraag of er sprake is van gijzeling is ernstig. Maar minstens zo ernstig is de mogelijkheid dat het woord wordt gebruikt als politiek wapen, terwijl de feiten nog moeten worden vastgesteld.
ntussen dreigt de kern van de zaak naar de achtergrond te verdwijnen: wie is bevoegd om het bestuur van TAS uit te oefenen, welke rechten heeft directeur Wendy Jap-A-Joe en wie neemt verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke chaos?
Het parlement als strijdtoneel
Tijdens de vergadering van De Nationale Assemblée vroeg ABOP-parlementariër Stanley Betterson om duidelijkheid over de gebeurtenissen bij TAS.
Hij noemde de situatie schaamteloos en vroeg zich af of een Raad van Commissarissen een directeur als het ware in gijzeling kan nemen. Ook vond hij dat het parlement de regering nadrukkelijk op haar verantwoordelijkheid moest wijzen.
NDP-fractieleider Rabin Parmessar was niet gediend van die uitspraken. Hij verlangde bewijzen voor de bewering dat de directeur door de RvC was gegijzeld.
De discussie liep zo hoog op dat DNA-voorzitter Ashwin Adhin de vergadering moest schorsen. Na de schorsing keerde de ABOP-fractie niet terug, terwijl de vergadering werd voortgezet.
Dit is geen fraai beeld van parlementaire controle. Het parlement hoort de plek te zijn waar de regering ter verantwoording wordt geroepen, waar juridische vragen worden onderzocht en waar de belangen van de samenleving centraal staan.
Wanneer een debat echter verzandt in wederzijdse verwijten en een fractie vervolgens wegloopt, blijft de burger achter met dezelfde vragen waarmee het conflict begon.
De ABOP-fractie kan haar vertrek beschouwen als een krachtig politiek signaal. Maar een lege stoel is geen antwoord op een juridische vraag. En verontwaardiging, hoe begrijpelijk die ook kan zijn, vervangt geen feitenonderzoek.
Tegelijkertijd mag de eis van Parmessar om bewijs niet worden gebruikt om lastige vragen af te kappen. Als er beschuldigingen zijn over onrechtmatig optreden, moeten die worden onderzocht.
Het parlement moet niet alleen vragen of een beschuldiging bewezen is, maar ook wat de regering doet om de feiten boven tafel te krijgen.
Gaat het om de wet of om de ABOP?
De uitspraak van Betterson dat de brief van minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme nergens op slaat, maakt duidelijk hoe diep het conflict inmiddels is doorgedrongen tot de politieke arena.
De minister heeft Jap-A-Joe meegedeeld dat haar benoemingstermijn is verstreken. Jap-A-Joe beroept zich daartegenover op haar arbeidsovereenkomst en betwist de juridische gevolgen die de minister aan het einde van haar termijn verbindt.
Dat verschil van inzicht moet juridisch worden opgelost. De relevante vragen zijn concreet: wat bepaalt de Wet Telecommunicatievoorzieningen?
Welke betekenis heeft de arbeidsovereenkomst? Welke bevoegdheden heeft de RvC na het verstrijken van de benoemingstermijn? En op welke rechtsgrond kan de raad het voorlopige bestuur overnemen?
Maar in de politieke discussie dringt zich nog een andere vraag op: zou dezelfde verontwaardiging klinken als de directeur niet door de ABOP was voorgedragen? Zou de kwestie even hoog oplopen als het om een functionaris ging die politiek verbonden is aan een andere coalitiepartij?
Dat zijn vragen die niet met speculatie kunnen worden beantwoord. Wel maken ze duidelijk waarom transparantie zo belangrijk is.
Wanneer politieke partijen zich nadrukkelijk mengen in de positie van functionarissen die zij hebben voorgedragen, moet voor de samenleving controleerbaar blijven of zij de wet verdedigen of vooral hun eigen invloed.
Een directeur die door een politieke partij is voorgedragen, is daarmee nog geen bezit van die partij. Evenmin is een Raad van Commissarissen automatisch een verlengstuk van de politieke machtsverhoudingen. Publieke functies moeten worden uitgeoefend binnen wettelijke kaders, niet volgens de logica van partijloyaliteit.
De coalitie kraakt: wie beschermt welk belang?
De gebeurtenissen bij TAS staan niet op zichzelf. Eerder heeft ABOP-topman Ronnie Brunswijk publiekelijk geklaagd dat volgens hem niet correct wordt omgegaan met directeuren die door de ABOP voor verschillende posten zijn voorgedragen. Tegen die achtergrond krijgt het vertrek van de ABOP-fractie uit DNA een extra politieke betekenis.
Het roept de vraag op of het conflict bij TAS inmiddels onderdeel is geworden van een bredere discussie over de verdeling van invloed binnen de coalitie.
Wordt hier vooral gestreden om de juiste toepassing van de wet, of speelt ook de vraag mee welke partij zeggenschap behoudt over door haar voorgedragen functionarissen?
Daarover zijn op basis van de beschikbare informatie geen definitieve conclusies te trekken. Maar het patroon verdient wel politieke en maatschappelijke aandacht.
Wanneer een coalitiepartij publiekelijk klaagt over de behandeling van haar voordrachten en vervolgens een conflict rond een van die functionarissen uitmondt in een confrontatie in het parlement, is uitleg noodzakelijk.
De coalitie moet duidelijk maken hoe zij onderscheid maakt tussen partijpolitieke afspraken en de wettelijke verantwoordelijkheid van publieke instellingen. Een voordracht door een partij mag geen vrijbrief zijn om iemand boven toezicht of wetgeving te plaatsen.
Omgekeerd mag een politieke meerderheid evenmin de indruk wekken dat zij een functionaris naar believen kan verwijderen zonder de toepasselijke regels te respecteren.
De echte toets is niet welke partij haar zin krijgt, maar of dezelfde regels gelden voor iedereen.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud







