Een in Amsterdam woonachtige oud-militair van het Surinaamse Nationaal Leger moet zich op vrijdag 23 oktober voor de rechtbank in Den Haag verantwoorden voor vermeende oorlogsmisdrijven tijdens de Binnenlandse Oorlog in Suriname.
De man, die de Nederlandse nationaliteit bezit, wordt verdacht van betrokkenheid bij de dood van meerdere personen tijdens militaire operaties in het binnenland van Suriname. Dat meldt Stichting 8 December.
Aanhouding na verklaringen over dodelijke acties
De verdachte werd in oktober 2021 in Amsterdam aangehouden door het Team Internationale Misdrijven van de Nederlandse politie.
De zaak kwam aan het licht nadat de man naar verluidt verklaringen had afgelegd waarin hij aangaf in juni 1987 mensen te hebben gedood. Naar aanleiding daarvan werd officieel aangifte gedaan.
De verdenkingen hebben betrekking op gebeurtenissen medio 1987, tijdens zogenoemde zuiveringsacties van het Nationaal Leger in het Brokopondogebied, in de omgeving van Brownsweg.
In die periode woedde de Binnenlandse Oorlog, waarbij het Nationaal Leger onder leiding van Desi Bouterse streed tegen het Junglecommando van Ronnie Brunswijk.
Beschuldigingen werpen opnieuw licht op oorlogsgeweld
De zaak draait om de vraag of de oud-militair verantwoordelijk kan worden gehouden voor het doden van burgers die niet aan de gewapende strijd deelnamen.
Het opzettelijk aanvallen of doden van burgers die geen actieve rol spelen in vijandelijkheden kan, afhankelijk van de omstandigheden en het toepasselijke recht, een oorlogsmisdrijf opleveren.
De rechtszaak brengt daarmee opnieuw de gewelddadige periode van de Binnenlandse Oorlog onder de aandacht. Het conflict heeft diepe sporen achtergelaten in de Surinaamse samenleving, met name in het binnenland, waar burgers werden geconfronteerd met geweld, onveiligheid en de gevolgen van militaire operaties.
Tijdens de inhoudelijke behandeling zal moeten worden vastgesteld welke concrete handelingen de verdachte worden verweten en in hoeverre het beschikbare bewijs zijn individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid ondersteunt.
Surinaamse Amnestiewet houdt vervolging in Nederland niet tegen
Een belangrijk juridisch aspect van de zaak is de vraag of de Surinaamse Amnestiewet vervolging in Nederland kan verhinderen. De verdediging heeft eerder geprobeerd zich op deze wet te beroepen om strafvervolging te voorkomen.
De rechtbank heeft dat verweer verworpen. Volgens de eerdere beoordeling staat een buitenlandse amnestieregeling in deze zaak niet in de weg aan strafvervolging in Nederland voor de vermeende oorlogsmisdrijven.
De Nederlandse justitie baseert haar rechtsmacht onder meer op de Nederlandse nationaliteit van de verdachte en de toepasselijke regels voor de vervolging van internationale misdrijven.
Daarmee wordt duidelijk dat de grenzen tussen landen niet noodzakelijkerwijs verhinderen dat vermeende ernstige misdrijven die tijdens een gewapend conflict zijn gepleegd, strafrechtelijk worden onderzocht.
Strafzitting op 23 oktober om 09.00 uur
De inhoudelijke behandeling van de zaak staat gepland voor vrijdag 23 oktober om 09.00 uur bij de rechtbank in Den Haag.
Centraal staat de individuele strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de oud-militair voor de specifieke dodelijke slachtoffers die in de tenlastelegging worden genoemd.
Het is aan de rechtbank om de beschuldigingen, het bewijsmateriaal en de standpunten van zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging te beoordelen.
De verdachte geldt zolang er geen veroordeling is uitgesproken als onschuldig. De uitspraak in deze zaak kan van belang zijn voor de juridische beoordeling van vermeende oorlogsmisdrijven uit de Binnenlandse Oorlog en voor de vraag hoe dergelijke feiten, decennia na dato, alsnog voor de rechter kunnen worden gebracht.






