De directeur van Braganza Marketing Group (BMG), Lionel Blokland, heeft op 6 oktober een kennismakingsbezoek gebracht aan het Directoraat Welzijn en Arbeid.
Tijdens het gesprek is onder meer uitleg gegeven over de procedure voor het aanvragen van werkvergunningen voor buitenlandse arbeidskrachten.
Werkvergunning als onderdeel van groter landbouwproject
Blokland werd ontvangen door onderminister van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA), dr. Raj Jadnanansing, en vertegenwoordigers van het directoraat.
Zij informeerden de BMG-directeur over de geldende procedure voor werkgevers die buitenlandse werknemers in Suriname willen inzetten.
Volgens de overheidsregels moet een werkgever voor een vreemdeling die in Suriname arbeid zal verrichten in beginsel over een werkvergunning beschikken. De aanvraag ligt bij de werkgever, terwijl de buitenlandse werknemer de aanvraag mede ondertekent.
Bij de beoordeling wordt onder meer gekeken naar de beschikbaarheid van Surinaamse arbeidskrachten, de verblijfsduur en inburgering van de vreemdeling en de kwalificaties die voor de betreffende functie vereist zijn.
Braganza en de Mennonieten
Het gesprek komt op een moment waarop de betrokkenheid van Braganza bij de komst van Mennonitische landbouwers naar Suriname onderwerp is van een maatschappelijk en politiek debat.
Braganza heeft eerder bevestigd dat het voor zijn grootschalige landbouwprojecten samenwerkt met Mennonitische groepen.
Volgens Blokland gaat het daarbij om zakelijke samenwerkingsverbanden en niet om een verkoop van landbouwgrond aan Mennonieten.
De onderneming heeft daarnaast aangegeven dat de Mennonitische partners onder meer kennis, landbouwexpertise en arbeidsinzet inbrengen.
De projecten van Braganza omvatten grootschalige productie van onder meer soja en maïs. Volgens Blokland moet daarmee onder andere de binnenlandse productie van veevoer worden verhoogd en de afhankelijkheid van import worden verminderd. Voor de volledige uitvoering van de projecten zijn echter nog verschillende overheidstoestemmingen nodig.
Regering: geen aparte overeenkomst met Mennonieten
De regering heeft benadrukt dat er geen afzonderlijke overeenkomst bestaat tussen het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en de Mennonieten.
Minister Mike Noersalim heeft verklaard dat LVV afspraken heeft gemaakt met Braganza over landbouwactiviteiten en dat buitenlandse arbeidskrachten daarbij uitsluitend volgens de geldende wet- en regelgeving mogen worden ingezet. Voor de formele uitgifte van staatsgrond is bovendien het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer verantwoordelijk.
Tegelijkertijd heeft Braganza zelf bevestigd dat het Mennonitische groepen bij de uitvoering van de landbouwprojecten betrekt.
Daarmee ligt een belangrijk deel van de discussie niet alleen bij de vraag wie de landbouwgrond formeel heeft verkregen, maar ook bij de juridische status van de buitenlandse personen die daadwerkelijk op de projectlocaties werkzaam zijn.
President wil ontbossing van binnenland voorkomen
President Jennifer Simons heeft zich inmiddels uitgesproken tegen grootschalige ontbossing van het Surinaamse binnenland voor landbouwactiviteiten door Mennonieten.
Zij benadrukte op 4 oktober dat primair Amazone-regenwoud volgens haar niet voor grootschalige landbouw mag worden gekapt en verwees naar alternatieve landbouwgebieden waar landbouw kan plaatsvinden zonder het regenwoud aan te tasten.
Volgens de president heeft de overheid Mennonieten die zich zonder de vereiste toestemming in bepaalde gebieden bevinden, gesommeerd hun agrarische en bouwactiviteiten te staken en de gebieden te verlaten.
Personen zonder geldige verblijfsstatus zijn volgens haar voor verdere maatregelen overgedragen aan justitie. De regering onderzoekt daarnaast de bestaande afspraken en grondtoewijzingen rond de landbouwprojecten.
Werkvergunning is geen verblijfsvergunning
Het gesprek bij VWA maakt daarbij een belangrijk juridisch onderscheid zichtbaar. Een werkvergunning geeft een vreemdeling niet automatisch het recht om in Suriname te verblijven. De toelating en het verblijf vallen onder het beleid en de regelgeving van Vreemdelingenzaken van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
De kennismaking tussen Braganza en VWA kan daarom worden gezien als een formele stap in het verduidelijken van de regels waaronder buitenlandse arbeidskrachten bij de projecten kunnen worden ingezet. De uiteindelijke uitvoering van de landbouwprojecten blijft afhankelijk van meerdere vergunningen, waaronder milieu- en andere wettelijke toestemmingen.
Braganza heeft tegenover de pers inmiddels aangegeven dat het bedrijf de vereiste goedkeuringen van de overheid wil afwachten voordat de grootschalige teelt daadwerkelijk van start gaat.






