De Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA) blijft pleiten voor een zo spoedig mogelijke reactivering van het Constitutioneel Hof. Dat benadrukte SOVA-Deken Elleson Fraenk tijdens de opening van het zittingsjaar 2026-2027.
Volgens Fraenk laat de actuele discussie over wetgeving opnieuw zien hoe belangrijk het is dat constitutionele toetsing daadwerkelijk beschikbaar is.
De oproep van de SOVA maakt deel uit van een bredere boodschap over de rechtsstaat, de rechtsbescherming van burgers en ondernemingen en de verantwoordelijkheid van de verschillende actoren binnen de rechtspleging.
Constitutionele toetsing als waarborg
Fraenk verwees in zijn toespraak naar verschillende wetsontwerpen waarbij de SOVA het afgelopen jaar haar zorgen en kritiek kenbaar heeft gemaakt.
Daarbij keek de Orde onder meer naar de rechtszekerheid, de uitvoerbaarheid van voorgestelde regelgeving, de positie van de rechtzoekende en de kwaliteit van het wetgevingsproces.
Als voorbeeld noemde de Deken de discussie over de wetsvoorstellen inzake beslagen. Wanneer wetgeving gevolgen heeft voor de mogelijkheid om een rechterlijke beslissing daadwerkelijk ten uitvoer te leggen, moet volgens de SOVA ook worden gekeken naar de constitutionele waarborgen die daarbij behoren te gelden. Tegen die achtergrond bracht Fraenk opnieuw het Constitutioneel Hof ter sprake.
Hof al enige tijd niet actief
Volgens de Deken is het Constitutioneel Hof al enige tijd niet actief. De SOVA vindt dat de discussie over nieuwe wetgeving juist onderstreept waarom constitutionele toetsing beschikbaar moet zijn.
Het Constitutioneel Hof vormt volgens Fraenk een belangrijke waarborg voor de rechtsstatelijkheid van wetgeving en voor bescherming tegen gelegenheidswetgeving wanneer politieke of maatschappelijke belangen sterk kunnen oplopen.
“De Orde blijft daarom in het belang van de rechtstaat pleiten voor een zo spoedig mogelijke reactivering van het Constitutioneel Hof”, aldus Fraenk.
Rechtsbescherming centraal
De SOVA koppelt de roep om constitutionele toetsing nadrukkelijk aan de positie van de rechtzoekende. Volgens Fraenk moet de werking van de rechtsstaat uiteindelijk ook worden bezien vanuit de vraag in hoeverre burgers daadwerkelijk toegang hebben tot adequate rechtsbescherming.
In dat verband benadrukte hij ook de rol van de advocatuur. De positie van advocaten binnen het rechtsbestel is volgens de Deken niet bedoeld om advocaten persoonlijke privileges, status of invloed te geven. De positie van de advocaat vloeit volgens hem voort uit het recht van de rechtzoekende op adequate rechtsbijstand.
Wanneer bepaalde voorzieningen, informatie of toegang noodzakelijk zijn om die taak behoorlijk uit te voeren, gaat het volgens Fraenk dan ook niet alleen om het belang van de advocaat, maar vooral om het belang van degene voor wie de advocaat optreedt.
Verschillende verantwoordelijkheden binnen de rechtspleging
Fraenk benadrukte tegelijkertijd het belang van samenwerking tussen de verschillende actoren binnen de rechtspleging.
De contacten tussen de SOVA, het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie worden volgens hem steeds verder aangehaald.
Dat de verschillende partijen het niet altijd met elkaar eens zijn, hoeft volgens de Deken geen probleem te vormen. Verschillende verantwoordelijkheden kunnen immers leiden tot verschillende perspectieven.
Van belang is volgens hem dat de verschillende actoren met elkaar in gesprek blijven over de gevolgen die keuzes binnen het ene onderdeel van de rechtspleging hebben voor andere onderdelen.
Daarbij hoort volgens de SOVA ook dat klachtenmechanismen binnen de rechtspleging toegankelijk en effectief functioneren.
Wanneer van advocaten wordt verwacht dat zij verantwoordelijkheid nemen wanneer een cliënt of andere rechtzoekende een klacht heeft, mag volgens Fraenk van andere actoren binnen de rechtspleging eveneens worden verwacht dat klachten op een laagdrempelige, voortvarende en zorgvuldige wijze worden behandeld.
Rechtsstaat vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid
De oproep tot reactivering van het Constitutioneel Hof staat volgens de SOVA niet op zichzelf. Fraenk plaatste deze binnen een bredere verantwoordelijkheid van alle actoren die deel uitmaken van de rechtspleging.
De rechtsstaat wordt volgens de Deken niet alleen gevormd door de regels die worden gemaakt, maar ook door de wijze waarop degenen die met die regels werken hun verantwoordelijkheid nemen.
Daarbij moet volgens hem ruimte blijven voor kritiek en verschil van inzicht, maar moeten onafhankelijkheid, deskundigheid en integriteit ook daadwerkelijk zichtbaar zijn in de dagelijkse praktijk.
Toegang tot recht blijft aandachtspunt
In zijn toespraak wees Fraenk daarnaast op het belang van daadwerkelijke toegang tot het recht. Een rechtzoekende die in een district woont, heeft volgens de SOVA niet minder behoefte aan goede rechtsbijstand dan iemand in Paramaribo.
De Orde verwelkomt daarom de uitbreiding van zittingen buiten Paramaribo. Na Nickerie, Moengo en Brokopondo zullen ook in Albina zittingen plaatsvinden.
Tegelijkertijd maakt de SOVA zich zorgen over de afname van het aantal advocaten dat bereid is door de Staat gefinancierde rechtsbijstand te verlenen.
Uit de jaarlijkse enquête van de Orde blijkt dat het aantal advocaten dat bereid is zogenoemde kosteloze rechtsbijstand te verlenen, terugloopt. Het aantal advocaten dat deze dienstverlening ook in Nickerie wil aanbieden, ligt volgens de enquête nog lager.
De Raad wil de oorzaken hiervan verder onderzoeken. Volgens Fraenk kunnen bureaucratische obstakels waarmee advocaten bij deze dienstverlening worden geconfronteerd, daarbij een rol spelen.
Onafhankelijke advocatuur onderdeel van rechtsstaat
Ook de positie van de advocatuur zelf vraagt volgens Fraenk aandacht. Hij signaleerde onder meer dat advocaten steeds vaker onderwerp zijn van discussie in traditionele en sociale media.
De SOVA begrijpt dat de samenleving behoefte heeft aan informatie en dat de advocatuur aanspreekbaar moet zijn. Tegelijkertijd beperkt het beroepsgeheim de mogelijkheden van een advocaat om zich publiekelijk over een dossier te verdedigen.
Volgens Fraenk moet worden voorkomen dat advocaten zich uit voorzichtigheid steeds verder terugtrekken achter afstandelijkheid, formaliteit en risicomijding.
Een onafhankelijke advocatuur moet volgens hem ruimte bieden voor kritiek en verschil van inzicht, maar tegelijkertijd haar verantwoordelijkheid binnen de rechtsstaat blijven vervullen.
Reactivering Constitutioneel Hof als onderdeel van rechtsstatelijke versterking
Voor de SOVA is de reactivering van het Constitutioneel Hof daarmee onderdeel van een bredere versterking van de rechtsstaat.
Constitutionele toetsing, toegang tot rechtsbijstand, een goed functionerende rechterlijke macht en een onafhankelijke advocatuur hangen volgens de Orde met elkaar samen.
Fraenk benadrukte dat de veranderingen binnen de rechtspleging de komende periode steeds meer zichtbaar zullen worden in de dagelijkse praktijk. Dit vraagt volgens hem om voortdurende bereidheid tot leren, samenwerking en een kritische blik op bestaande werkwijzen.
De belangrijkste vraag daarbij moet volgens de Deken steeds zijn welke betekenis keuzes binnen de rechtspleging uiteindelijk hebben voor degene om wie het gaat: de rechtzoekende.
De SOVA blijft daarom pleiten voor een rechtsbestel waarin constitutionele waarborgen daadwerkelijk functioneren en waarin de verschillende actoren vanuit hun eigen verantwoordelijkheid bijdragen aan effectieve rechtsbescherming.






