• Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact
Geen resultaat
Bekijk alle
Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
  • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

FAI Jarikaba: hoeveel keer moet de Staat nog betalen voor een bedrijf dat zichzelf niet kan dragen?

GFC Nieuws Opinie door GFC Nieuws Opinie
4 oktober 2026 03:00
in Opinie
FAI moet niet alleen worden gered, maar opnieuw worden opgebouwd

FAI moet niet alleen worden gered, maar opnieuw worden opgebouwd.

Het bezoek van districtscommissaris van Saramacca Aniel Ramautar aan Food and Agriculture Industries N.V. (FAI) Estate Jarikaba wordt gepresenteerd als een kennismakings- en oriëntatiebezoek.

Ramautar bezocht samen met de ressortleiders het bedrijf, sprak over de activiteiten en ontwikkelingen en benadrukte zijn persoonlijke verbondenheid met Jarikaba, waar hij zelf ooit werkzaam was.

Dat persoonlijke element maakt het bezoek bijzonder.

Maar wie naar de geschiedenis van FAI kijkt, kan moeilijk volstaan met een rondleiding, een kennismaking en gesprekken over de toekomst.

FAI is inmiddels een dossier dat veel grotere vragen oproept.

Hoe lang kan de Staat een bedrijf blijven financieren dat structureel moeite heeft om zichzelf draaiende te houden? En wanneer wordt staatssteun een tijdelijke investering in herstel en wanneer wordt het simpelweg het in stand houden van een bedrijf dat bedrijfseconomisch niet zelfstandig functioneert?

FAI is allang geen gewoon landbouwbedrijf meer

Sinds 2020 is de Staat Suriname volledig eigenaar van FAI. Dat gebeurde nadat de buitenlandse aandeelhouder zich terugtrok en het bedrijf met aanzienlijke financiële verplichtingen achterliet.

De Staat besloot FAI over te nemen om de productie en werkgelegenheid te behouden.

Mis dit niet:

Ruim USD 850 miljoen aan nieuwe leningen: wie betaalt straks de rekening?

Geen geld of connecties? Dan tel je voor sommige Surinamers niet mee

Dat was begrijpelijk. Een abrupt faillissement van een groot bacovenbedrijf zou niet alleen gevolgen hebben voor de werknemers, maar ook voor de export en de agrarische sector.

Maar een noodoplossing uit 2020 kan niet zes jaar later nog steeds als structureel bedrijfsmodel worden beschouwd.

Toch lijkt dat steeds meer de realiteit te worden.

De Rekenkamer constateerde dat FAI in 2021 en 2022 jaarlijks ruim SRD 34 miljoen aan subsidie van LVV ontving. In 2021 kwam daar nog een lening van ruim SRD 31,2 miljoen en ruim SRD 5 miljoen aan aanvullende subsidie bij.

De Rekenkamer stelde bovendien vast dat deze middelen mede ten koste gingen van geld dat voor andere exportbevorderingsmaatregelen beschikbaar was.

Dat is een belangrijk punt.

Het gaat namelijk niet alleen om de vraag hoeveel geld FAI krijgt.

Het gaat ook om de vraag wat Suriname met datzelfde geld elders in de landbouw niet kan doen.

De rekening blijft bij de belastingbetaler liggen

Ook in 2026 bleef FAI afhankelijk van overheidsgeld.

In het Financieel Jaarplan 2026 werd opnieuw ruim SRD 35 miljoen voor FAI opgenomen. Het geld moest onder meer worden ingezet om de productie voort te zetten en de salarissen te garanderen.

Dat betekent feitelijk dat de Staat niet alleen aandeelhouder is.

De Staat is tegelijkertijd financier, garantsteller en vangnet.

Dat kan tijdelijk noodzakelijk zijn. Maar zes jaar na de overname begint de vraag steeds dringender te worden of we nog over een tijdelijke reddingsoperatie kunnen spreken.

Of is dit inmiddels het bedrijfsmodel geworden?

Een staatsbedrijf produceert, loopt tegen financiële problemen aan en vervolgens moet de overheid bijspringen om de salarissen te betalen.

Dat is geen duurzaam model.

De productie vertelt een ongemakkelijk verhaal

De discussie wordt nog pregnanter wanneer naar de productiecijfers wordt gekeken.

Het beplante bacovenareaal in Suriname is de afgelopen jaren sterk gekrompen. Volgens overheidsgegevens bedroeg het areaal in 2020 nog 1.073 hectare. In 2022 was dat al teruggelopen naar 503 hectare. De bacovenproductie daalde in diezelfde periode van 6.241 ton naar 4.910 ton.

Daarmee is niet gezegd dat alle problemen door slecht management zijn veroorzaakt.

FAI en de overheid wijzen ook op ziekten zoals Moko, klimaatverandering, afgenomen marktvraag, het wegvallen van productieve arealen en een gebrek aan investeringskapitaal.

Dat zijn reële uitdagingen.

Maar juist daarom moet de discussie verder gaan dan de vraag hoeveel geld er nodig is om FAI overeind te houden.

De belangrijkere vraag is: welke structurele veranderingen zorgen ervoor dat hetzelfde probleem niet over enkele jaren opnieuw ontstaat?

Er zijn al vaker plannen geweest

Het probleem is namelijk niet dat er nooit plannen zijn gemaakt.

Er zijn rehabilitatieplannen geweest. Er is gesproken over uitbreiding. Er is gesproken over diversificatie. Er is gesproken over nieuwe markten en hogere productie.

In 2023 werd opnieuw gesproken over groei en het afbouwen van de afhankelijkheid van overheidssubsidies.

Toch kwam FAI eind 2025 opnieuw in zwaar weer terecht.

De directie waarschuwde toen dat de continuïteit ernstig onder druk stond. Onder meer export, landbouwinputs, ziektebestrijding en salarisbetalingen kwamen in gevaar. De vakbond sprak van een ernstige situatie en wees op een sterk gekrompen productieareaal. Ook werd gewaarschuwd dat honderden arbeidsplaatsen gevaar liepen.

Dan rijst toch een ongemakkelijke vraag.

Wat is er de afgelopen jaren daadwerkelijk structureel veranderd?

Als salarissen alleen met staatsgeld kunnen worden betaald

Het meest veelzeggende moment kwam eind 2025.

Toenmalig LVV-minister Mike Noersalim stelde dat financieel wanbeheer een belangrijke oorzaak was van de problemen bij FAI.

Volgens hem nam het bedrijf structureel voorschotten om salarissen te kunnen betalen. De minister stelde dat de normale bedrijfsvoering daardoor niet meer functioneerde.

Volgens dezelfde verklaring verstrekte de Staat maandelijks SRD 2,6 miljoen aan subsidie. Noersalim stelde bovendien dat in vijf jaar tijd meer dan SRD 200 miljoen aan subsidies in FAI was gestoken.

Dat zijn geen kleine bedragen.

Dan kan men niet blijven doen alsof FAI slechts tijdelijk wat financiële ondersteuning nodig heeft.

Wanneer een onderneming structureel geld nodig heeft om haar werknemers te betalen, moet er naar het volledige bedrijfsmodel worden gekeken.

Niet alleen naar de kas.

Niet alleen naar de salarissen.

Maar naar de inkomsten, kostenstructuur, productiviteit, afzetmarkt, investeringen, governance en verantwoordelijkheid van het management.

Het probleem is dus niet alleen geld

Dit is misschien wel het belangrijkste punt.

De reflex in Suriname is vaak om een bedrijf in moeilijkheden opnieuw geld te geven.

Maar geld lost geen structureel slecht bedrijfsmodel op.

Geld kan een salarisachterstand betalen. Het kan landbouwinputs financieren. Het kan machines repareren en productie opnieuw opstarten.

Maar geld alleen zorgt niet voor goed bestuur.

Geld creëert niet automatisch een markt.

Geld maakt een inefficiënte organisatie niet vanzelf efficiënt.

En geld voorkomt niet dat dezelfde fouten opnieuw worden gemaakt.

Juist daarom is het positief dat vanuit de overheid ook over herstructurering en publiek-private samenwerking is gesproken.

Maar ook een herstructureringsplan heeft weinig waarde als het uiteindelijk opnieuw neerkomt op dezelfde formule: de Staat betaalt, FAI probeert te produceren en na verloop van tijd ontstaat opnieuw een tekort.

De Rekenkamer legde een groter probleem bloot

De kwestie FAI moet bovendien worden bekeken binnen het bredere landbouwbeleid.

De Rekenkamer stelde vast dat aanzienlijke middelen die oorspronkelijk bedoeld waren voor andere exportbevorderingsmaatregelen, werden ingezet om FAI in stand te houden. Daarmee werd weliswaar voorkomen dat een belangrijk deel van de bananenexport volledig wegviel, maar tegelijkertijd werden andere mogelijkheden voor exportbevordering beperkt.

Daar zit een fundamenteel beleidsdilemma.

Moet de overheid bestaande bedrijven blijven redden omdat ze ooit belangrijk waren?

Of moet zij vooral investeren in een landbouwsector die op langere termijn meerdere sterke, concurrerende en zelfstandige ondernemingen kan voortbrengen?

Dat zijn twee verschillende beleidskeuzes.

En Suriname zou daar eerlijker over moeten discussiëren.

Jarikaba verdient meer dan alleen het behoud van banen

Dat betekent niet dat de werkgelegenheid bij FAI onbelangrijk is.

Integendeel.

Voor Jarikaba en Saramacca betekent FAI werk, inkomen en economische activiteit. Een faillissement of verdere afbouw zou daarom niet alleen een bedrijfsprobleem zijn.

Maar juist de werknemers verdienen een toekomst die niet afhankelijk is van de vraag of er volgende maand opnieuw subsidie beschikbaar is.

Werkgelegenheid is pas duurzaam wanneer het bedrijf dat die werkgelegenheid creëert ook duurzaam kan functioneren.

Een salaris uit overheidssubsidie is op korte termijn inkomen.

Een financieel gezond bedrijf dat zijn eigen salarissen kan betalen, is economische zekerheid.

Wat moet er dan gebeuren?

De discussie over FAI moet daarom veranderen.

Niet langer moet de eerste vraag zijn hoeveel geld nodig is om FAI opnieuw door de volgende crisis heen te helpen.

De eerste vraag moet zijn welk bedrijfsmodel FAI op termijn zelfstandig kan dragen.

Daarbij moet helder worden hoeveel productiecapaciteit werkelijk rendabel is. Welke arealen nog levensvatbaar zijn.

Welke investeringen noodzakelijk zijn. Welke markten voldoende perspectief bieden. Welke kosten FAI zelf kan dragen. Welke activiteiten moeten worden afgestoten. En of diversificatie daadwerkelijk economisch haalbaar is.

Ook moet duidelijk zijn welke rol de Staat op lange termijn wil spelen.

Wil Suriname eigenaar blijven? Is een strategische private partner wenselijk? Is een joint venture haalbaar? Of moet worden toegewerkt naar een andere eigendomsstructuur?

Zolang die vragen niet concreet worden beantwoord, blijft FAI gevangen in een vicieuze cirkel van crisis, subsidie, herstelplan en nieuwe crisis.

Het bezoek van Ramautar kan daarom juist méér betekenen

Het bezoek van districtscommissaris Ramautar hoeft niet te worden gezien als slechts een formele kennismaking.

Juist zijn betrokkenheid bij het gebied kan aanleiding zijn om breder te kijken naar de rol van FAI binnen de ontwikkeling van Saramacca.

FAI is niet alleen een onderneming.

Het is onderdeel van een gemeenschap.

Daarom zou het districtsbestuur niet alleen moeten vragen wat FAI vandaag produceert, maar ook hoe Jarikaba er over vijf of tien jaar uit moet zien.

Welke economische activiteiten kunnen naast FAI ontstaan?

Welke lokale ondernemers kunnen worden betrokken?

Hoe kan landbouw meer toegevoegde waarde creëren?

En hoe kan de omgeving profiteren van economische activiteiten zonder afhankelijk te worden van één staatsbedrijf?

Dat is de bredere vraag die achter een kennismakingsbezoek schuilgaat.

FAI heeft geen nieuw plan nodig, maar een geloofwaardig eindmodel

Suriname heeft inmiddels voldoende ervaring met herstelplannen.

Wat ontbreekt, is het bewijs dat een plan daadwerkelijk leidt tot financiële zelfstandigheid.

Daarom zou de volgende fase anders moeten zijn.

Niet opnieuw een plan met mooie productiedoelstellingen.

Niet opnieuw een subsidie zonder harde voorwaarden.

Niet opnieuw wachten tot werknemers hun salaris niet ontvangen.

Maar duidelijke doelstellingen, transparante financiële rapportage, meetbare productie- en exportresultaten en periodieke beoordeling van de vraag of FAI daadwerkelijk op weg is naar zelfstandigheid.

Als dat niet lukt, moet ook de moed bestaan om een andere koers te kiezen.

Want staatsbezit mag geen vrijbrief worden voor structurele verliezen.

De echte vraag is niet of FAI gered kan worden

FAI is al meerdere keren gered.

De echte vraag is wat Suriname uiteindelijk met FAI wil bereiken.

Willen we een staatsbedrijf dat ieder jaar opnieuw moet worden ondersteund?

Of willen we een modern agrarisch bedrijf dat werkgelegenheid creëert, exporteert, waarde toevoegt en zijn eigen kosten kan dragen?

Dat verschil is essentieel.

Het bezoek van Ramautar aan Jarikaba kan daarom symbolisch belangrijk zijn. Hij kent het gebied vanuit zijn eigen arbeidsverleden. Hij kent de betekenis van Jarikaba.

Maar nostalgie kan geen bedrijfsstrategie zijn.

En subsidie kan geen verdienmodel zijn.

Als FAI werkelijk een toekomst moet hebben, zal die toekomst niet alleen uit nieuwe investeringen moeten bestaan. Zij zal vooral moeten worden gebouwd op goed bestuur, financiële discipline, productiviteit en een realistisch bedrijfsmodel.

Jarikaba heeft geen behoefte aan nog een tijdelijke redding. Jarikaba heeft behoefte aan een duurzame economische toekomst.

D. Karamat-Ali

Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.

Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud

ShareTweetSendSend

Blijf op de hoogte

Suriname kan niet blijven lenen zonder te weten wat het oplevert.
Opinie

Ruim USD 850 miljoen aan nieuwe leningen: wie betaalt straks de rekening?

Paramaribo Stadscentrum, illustratiefoto
Column

Geen geld of connecties? Dan tel je voor sommige Surinamers niet mee

ashwin ramcharan
Opinie

Jaarrede van president Simons weer ton vol beloften!

Tanken benzine pompstation
Column

Betalen voor benzine bij de pomp kan wel, maar voor je bon moet je ineens naar binnen

euro geld valuta
Column

Perceeleigenaren in Nederland vertrouwen familie in Paramaribo maar worden soms misleid

Na vertrek reddingshonden valt stilte rond zaak-Leysner.
Opinie

Rodney Leysner nog steeds vermist: waarom blijft het zo stil?

Nieuws uit Suriname | gfcnieuws.com

© 2026 GFC Nieuws

GFC Nieuws is een toonaangevend Surinaams mediahuis, gevestigd in Paramaribo. Sinds 2010 brengen wij dagelijks betrouwbaar nieuws, actualiteiten en lifestyle-artikelen met focus op Suriname en de Surinaamse gemeenschap wereldwijd. Onze redactie bestaat uit ervaren journalisten en columnisten, actief in zowel Suriname als Nederland.

  • Contact
  • Word redacteur
  • Colofon

Sociale media

Geen resultaat
Bekijk alle
  • Voorpagina
  • Suriname
  • Lifestyle
  • Nederland
  • Gezondheid
  • Opinie
    • Column
  • Entertainment
  • Sport
  • Adverteren
  • Contact

© 2026 GFC Nieuws