De tweede jaarrede van president Jennifer Simons heeft in De Nationale Assemblée uiteenlopende reacties opgeleverd.
Terwijl sommige fractieleiders de aangekondigde plannen hoopgevend noemen, wijzen anderen op de kwetsbare financiële positie van Suriname, de hoge staatsschuld en de vraag of de aangekondigde maatregelen daadwerkelijk en tijdig zullen worden uitgevoerd.
President Simons presenteerde op 30 september haar beleidsvoornemens voor 2027. De regering raamt voor het komende jaar SRD 70,1 miljard aan inkomsten tegenover SRD 80,9 miljard aan uitgaven. Het begrotingstekort komt daarmee uit op SRD 10,8 miljard, oftewel 4 procent van het BBP.
Parmessar ziet verbetering in financiële cijfers
NDP-fractieleider Rabindre Parmessar zegt positief te zijn over de financiële cijfers die de president heeft gepresenteerd. Hij waardeert het dat Simons volgens hem op verschillende beleidsgebieden gedetailleerd is ingegaan.
Parmessar wijst vooral op de ontwikkeling van het begrotingstekort. Dat zou volgens hem zijn teruggebracht van 5 procent naar 4 procent.
Ook noemt hij de daling van de inflatie als een positieve ontwikkeling. Volgens de cijfers die tijdens de jaarrede werden genoemd, is de inflatie inmiddels onder de 10 procent gekomen.
De NDP-fractieleider benadrukt tegelijkertijd dat de cijfers tijdens de verdere behandeling van de begroting in het parlement nader zullen worden besproken.
Reyme: binnenland mag niet achterblijven
A20-fractieleider Steven Reyme noemt de jaarrede hoopgevend. Vooral de aandacht voor Suriname als geheel spreekt hem aan.
Volgens Reyme moeten de ontwikkelingskansen van kinderen in het binnenland gelijkwaardig zijn aan die van kinderen in de kustvlakte.
Daarmee raakt hij aan een terugkerend vraagstuk binnen het onderwijsbeleid: de verschillen in voorzieningen en kansen tussen Paramaribo, de districten en het binnenland.
Reyme waardeert daarnaast dat de president heeft benadrukt dat de economische situatie nog fragiel is en dat zij geen grote beloften wil doen.
Volgens hem moet samenwerking centraal staan bij het verdere herstel van het land. Ook de aangekondigde jaarlijkse Heritage Month noemt hij positief.
Gajadien wacht op concrete acties
VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien richt zijn aandacht vooral op de aangekondigde financiële hervormingen. Hij noemt onder meer de voorbereidingen voor de Comptabiliteitswet en het Spaar- en Stabilisatie Fonds.
De regering heeft aangekondigd het Spaar- en Stabilisatie Fonds vóór de eerste storting van toekomstige oliemiddelen operationeel te willen hebben. Daarvoor moet de bestaande wetgeving worden aangepast.
Voor Gajadien ligt de volgende stap bij de regering. Hij wacht naar eigen zeggen op concrete acties en benadrukt dat regering en parlement daarin samen moeten optrekken. Ook verwijst hij naar de BTW-wet en andere wetgeving waarbij volgens hem uitvoering noodzakelijk is.
Somohardjo: woorden moeten worden omgezet in daden
PL-fractieleider Bronto Somohardjo beoordeelde de jaarrede vooral vanuit de vragen die volgens hem bij de samenleving leven.
Worden boodschappen betaalbaarder? Welke kansen krijgen jongeren? Worden overheidsdiensten toegankelijker? Wat gaat er gebeuren met de goud- en oliesector?
Volgens Somohardjo heeft de president op deze onderwerpen antwoorden gegeven. Voor hem begint de echte toets echter pas na de jaarrede.
Hij wijst erop dat de president zelf heeft gezegd dat zij meer van daden dan van woorden is. Daarom wil Somohardjo vooral weten wanneer maatregelen worden uitgevoerd en op welke manier. De aangekondigde plannen moeten volgens hem uiteindelijk worden getoetst aan hun uitvoering.
Sampie waarschuwt voor hoge staatsschuld
ABOP-fractieleider Edgar Sampie kijkt met meer zorgen naar de financiële positie van het land. Hij verwijst naar de staatsschuld van 100,4 procent van het BBP en naar het begrotingstekort van 4 procent.
De regering heeft zelf aangegeven dat de schuldquote in augustus 2026 100,4 procent bedroeg en dat zij vanaf 2027 wil werken aan een duurzame daling richting het wettelijke plafond van 60 procent.
Volgens Sampie betekent de combinatie van een hoge schuld en een begrotingstekort dat Suriname beperkt is in zijn mogelijkheden om opnieuw internationaal te lenen. Hij pleit daarom voor meer investeringen in productie.
Asabina ziet kloof tussen beleid en verwachtingen
BEP-fractieleider Ronnie Asabina waarschuwt eveneens voor de maatschappelijke gevolgen van de economische situatie. Volgens hem zal de bevolking, gezien de financiële positie en het begrotingstekort, mogelijk nog offers moeten brengen.
Tegelijkertijd ziet Asabina een grote kloof tussen de verwachtingen van de samenleving en de dagelijkse realiteit. Die kloof moet volgens hem zo snel mogelijk worden verkleind.
Als dat niet gebeurt, kan volgens Asabina het vertrouwen in de overheid verder onder druk komen te staan, met mogelijke maatschappelijke onrust als gevolg.
Pawiroredjo: regering wordt aan uitvoering gehouden
NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo ziet vooral perspectieven in de plannen van de regering. Hij noemt de aandacht voor kwetsbare groepen belangrijk, vooral omdat Suriname volgens hem nog een moeilijk economisch traject tegemoetgaat.
Tegelijkertijd maakt Pawiroredjo duidelijk dat tevredenheid over de aangekondigde voornemens niet hetzelfde is als een blanco cheque.
“Taki na wan sani, maar doe na wan tra sani”, stelt hij. De NPS zal volgens hem de regering gedurende het jaar houden aan hetgeen tijdens de jaarrede is aangekondigd.
De echte toets begint na de jaarrede
De reacties van de fractieleiders maken één punt duidelijk: de jaarrede is voor het parlement niet het eindpunt, maar het begin van de politieke en financiële toetsing van het beleid.
De regering heeft ambitieuze plannen gepresenteerd voor onder meer economische stabilisatie, sociale bescherming, productie, onderwijs, infrastructuur en de voorbereiding op toekomstige olie-inkomsten. Tegelijkertijd blijft de financiële ruimte beperkt door de hoge staatsschuld en het begrotingstekort.
De komende begrotingsbehandeling zal daarom moeten uitwijzen hoe de aangekondigde ambities financieel worden onderbouwd, welke maatregelen prioriteit krijgen en welke concrete resultaten in 2027 worden verwacht.
De fractieleiders zijn het niet over alles eens, maar hun reacties komen op één belangrijk punt samen: de uitvoering zal uiteindelijk bepalender zijn dan de woorden van de jaarrede.






