De aanhouding van een container met BOP-insecticiden, die inmiddels is vrijgegeven, gevolgd door de aanhouding van een container met Creoline, heeft volgens enkele Surinaamse ondernemers voor grote onrust gezorgd onder importeurs, winkeliers en consumenten.
Vooral de vraag welke producten precies onder de aangescherpte regelgeving vallen en hoe de overheid daarmee omgaat, zorgt voor onzekerheid.
De importeurs verwijzen naar het Besluit Negatieve Lijst, waarvan de basis teruggaat tot 2003. Dat besluit bepaalt welke goederen verboden zijn, vergunningplichtig zijn of aan registratie en certificering zijn onderworpen.
De regelgeving is echter in april 2026 opnieuw gewijzigd. Het gewijzigde staatsbesluit trad op 21 mei 2026 in werking.
Aangescherpte regels voor chemische producten
In de toelichting bij het staatsbesluit stelt de overheid dat de wijzigingen nodig zijn vanwege veranderende ontwikkelingen in het internationale goederenverkeer en vanwege de bescherming van veiligheid, volksgezondheid en milieu.
Ook wordt expliciet aangegeven dat de overheid de invoer van chemische stoffen en pesticiden beter wil reguleren vanwege mogelijke schade aan mens, dier, plant en milieu.
In het gewijzigde besluit zijn onder meer insectendodende middelen, schimmelwerende middelen, middelen tegen kieming, onkruidbestrijdingsmiddelen, rattenbestrijdingsmiddelen en desinfecteermiddelen opgenomen onder de verboden goederen.
Daarnaast zijn verschillende chemische producten, waaronder zogenoemde Gold Ore Dressing Agents die in de goudsector worden gebruikt, onder de vergunningplicht gebracht.
Voor importeurs roept dit echter praktische vragen op. Zij willen weten hoe producten die in de dagelijkse praktijk voor huishoudelijke hygiëne, ongediertebestrijding of desinfectie worden gebruikt, precies worden geclassificeerd.
“Waar eindigt dit?” vragen enkele importeurs zich af. Als bepaalde insecticiden en desinfecteermiddelen onder de aangescherpte regels vallen, bestaat volgens hen de vrees dat ook andere producten die consumenten dagelijks gebruiken, zoals bepaalde wasverzachters, pine-oil en afwas- of reinigingsmiddelen, onderwerp van discussie kunnen worden.
Of dat juridisch daadwerkelijk het geval is, hangt volgens de importeurs af van de precieze productomschrijving, samenstelling en HS-classificatie. Daarover willen zij duidelijkheid van de bevoegde instanties.
“Dit gaat niet alleen om handel, maar ook om volksgezondheid”
Volgens de importeurs moet bij de beoordeling van de maatregel niet alleen naar het milieu worden gekeken. Zij benadrukken dat Suriname te maken heeft met omstandigheden waarin insecten- en ongediertebestrijding voor veel huishoudens een praktisch gezondheidsvraagstuk is.
“Suriname is geen koud land met afgesloten woningen en airconditioning. Wij leven met open riolering, stilstaand water, dengue, malaria, chikungunya, ratten, slangen, kakkerlakken en andere insecten en reptielen”, stellen zij.
Betaalbare insecticiden en hygiëneproducten zijn volgens hen daarom voor veel huishoudens geen luxeproduct, maar een middel om de leefomgeving beheersbaar en hygiënisch te houden. Vooral mensen met lagere inkomens zouden volgens de importeurs geraakt kunnen worden wanneer betaalbare alternatieven verdwijnen.
Zij vrezen dat een plotselinge beperking van het aanbod uiteindelijk kan leiden tot hogere prijzen en schaarste. Ook wordt gewaarschuwd voor een mogelijke informele of illegale markt wanneer producten die consumenten blijven gebruiken niet langer regulier verkrijgbaar zijn.
Ondernemers willen weten waar zij aan toe zijn
De ondernemers benadrukken dat zij niet tegen regelgeving zijn. “Elke overheid mag milieubelangen meewegen”, zeggen zij.
Maar volgens hen moet beleid meerdere belangen tegelijkertijd afwegen: milieubescherming, volksgezondheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid van producten en de continuïteit van ondernemingen.
Voor importeurs is vooral de voorspelbaarheid van regelgeving van belang. Bestellingen worden volgens hen vaak maanden van tevoren geplaatst.
Contracten worden gesloten, transporten geboekt en financieringen aangegaan voordat een container daadwerkelijk in Suriname arriveert.
Wanneer de toepassing of interpretatie van regels vervolgens verandert terwijl goederen al onderweg zijn, kunnen ondernemers volgens hen met aanzienlijke financiële risico’s worden geconfronteerd.
“Ondernemers kunnen zich aanpassen aan nieuwe regels. Wat ze niet kunnen, is ondernemen in onzekerheid”, aldus de importeurs.
Overgangsperiode roept eveneens vragen op
Ook de aangekondigde overgangsregeling van 60 dagen wordt door de ondernemers kritisch bekeken. Zij vragen zich af of een dergelijke periode voldoende is voor bedrijven die al eerder bestellingen hebben geplaatst, contracten hebben gesloten of voorraden hebben gefinancierd.
De importeurs willen daarom weten hoe de overheid omgaat met goederen die vóór de bekendmaking van de nieuwe regels zijn besteld, maar pas daarna in Suriname aankomen.
Ook willen zij weten welke positie bestaande voorraden innemen en of bedrijven die aantoonbaar te goeder trouw hebben gehandeld voldoende tijd krijgen om zich aan te passen.
De officiële wijziging van de Negatieve Lijst laat zien dat de overheid de regelgeving in 2026 daadwerkelijk heeft aangescherpt.
Tegelijkertijd moet per product worden vastgesteld onder welke categorie het valt en welke regeling daarop van toepassing is.
“Zijn er betaalbare alternatieven?”
Een andere vraag van de importeurs is welke alternatieven beschikbaar zijn. Als bepaalde chemische middelen vanwege hun milieueffecten worden beperkt of verboden, willen ondernemers en consumenten volgens hen weten welke effectieve en betaalbare alternatieven beschikbaar zijn.
“Zijn er inmiddels onschadelijke natuurproducten ontwikkeld die dezelfde werking hebben?” vragen zij zich af. Volgens de importeurs kan een verbod of beperking alleen duurzaam worden uitgevoerd wanneer consumenten en ondernemers ook daadwerkelijk toegang hebben tot veilige alternatieven.
Relatie met de goudsector
De timing van de aanscherping leidt bij sommige importeurs ook tot vragen over de bredere ontwikkeling rond chemische stoffen in Suriname.
In het gewijzigde Staatsbesluit wordt expliciet verwezen naar een toename van het gebruik van zogenoemde Gold Ore Dressing Agents in de goudwinningssector.
De overheid heeft daarom bepaalde chemische producten vergunningplichtig gemaakt en stelt dat ongecontroleerd gebruik schadelijke gevolgen kan hebben voor mens, dier en milieu.
Dat roept bij sommige ondernemers de vraag op of de recente aandacht voor chemische stoffen mede verband houdt met de problematiek rond de goudsector en de ernstige vervuiling en vissterfte rond de Moeroekreek.
Bij die vissterfte werd eerder een mogelijke chemische oorzaak onderzocht. De overheid meldde in juli dat eerste laboratoriumresultaten wezen op een vermoedelijke chemische oorzaak.
Later werd gemeld dat in water en vis verhoogde concentraties cyanide en kwik waren aangetroffen. Het volledige onderzoeksdossier was in september nog onderwerp van discussie.
De importeurs vragen daarom of er een verband bestaat tussen deze ontwikkelingen en de huidige strengere aandacht voor chemische producten.
Zij willen daarbij vooral een feitelijke toelichting van de overheid, zodat speculatie en geruchten niet de plaats van officiële informatie innemen.
Acht vragen aan de overheid
De ondernemers willen daarom concreet weten welke producten exact onder het gewijzigde besluit vallen en op basis van welke criteria die beoordeling wordt gemaakt.
Ook vragen zij wat precies het beleidsdoel is: bescherming van het milieu en de volksgezondheid, bevordering van lokale productie, beperking van valuta-uitstroom, of een combinatie van deze doelstellingen.
Daarnaast willen zij weten welke overgangsregeling geldt voor reeds geplaatste bestellingen, bestaande contracten en voorraden. Ook vragen zij hoe wordt voorkomen dat essentiële producten verdwijnen of voor bepaalde groepen onbetaalbaar worden.
Verder willen zij weten welke veilige alternatieven beschikbaar zijn voor producten die niet langer mogen worden ingevoerd, en of de overgangsperiode van 60 dagen volgens de overheid voldoende rekening houdt met de belangen van importeurs, winkeliers en consumenten.
Ook bestaat de vraag of de huidige aanpassingen onderdeel zijn van een bredere herziening van de Negatieve Lijst.
Ten slotte willen sommige importeurs weten of de recente milieuproblemen rond de Moeroekreek en de bredere zorgen over het gebruik van chemicaliën in de goudsector aanleiding hebben gevormd voor de verscherpte aandacht voor bepaalde chemische producten.
“Duidelijkheid schept vertrouwen”
Voor de importeurs is de kern niet dat de overheid geen regels zou mogen stellen. Hun boodschap is dat regels duidelijk, voorspelbaar en praktisch uitvoerbaar moeten zijn.
Zij vragen daarom om een duidelijke lijst van producten, heldere classificatiecriteria en transparante communicatie over de overgangsregeling.
“Duidelijkheid schept vertrouwen. Vertrouwen schept investeringen. Dat is wat Suriname nu nodig heeft, geen stilte en geruchten”, stellen de importeurs.






