Meer dan de helft van de jonge Surinamers overweegt binnen vijf jaar naar het buitenland te vertrekken, terwijl het land juist voor grote economische veranderingen door offshore olie staat.
Onderzoeker en socioloog Jaïr Schalkwijk wees zaterdag in Breukelen (Nederland) op die tegenstelling tijdens de lezing ‘Suriname 2050: Olie, Talent en de Diaspora’.
Volgens hem zijn olie-inkomsten alleen niet voldoende om brede welvaart op te bouwen.

54 procent jongeren denkt aan vertrek
Schalkwijk presenteerde resultaten uit het Landelijk Perceptieonderzoek Suriname 3.0. Het onderzoek werd door NIKOS uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Olie, Gas en Milieu.
Er werden 1.786 Surinamers van 18 jaar en ouder ondervraagd in 49 ressorten en negen districten. Het ministerie publiceerde het eindrapport in augustus.
Van de 18- tot 39-jarigen zegt 54 procent binnen vijf jaar een vertrek voor werk, studie of betere mogelijkheden te overwegen.
Tegelijk zegt 92 procent van deze groep bereid te zijn aanvullende opleidingen of trainingen te volgen wanneer daarmee meer inkomen kan worden verdiend.
Een vertrekintentie betekent overigens niet dat deze jongeren daadwerkelijk zullen emigreren.
Goed bestuur weegt zwaar
Tijdens de bijeenkomst kwam ook de manier waarop Suriname toekomstige olie- en gasinkomsten beheert aan bod.
Volgens het perceptieonderzoek vindt 91 procent goed bestuur en het tegengaan van corruptie belangrijker dan de nieuwe olie- en gasinkomsten zelf.
Onderwijs wordt eveneens als belangrijke investering genoemd. Daarnaast zien respondenten kansen voor landbouw en agro-industrie, toerisme, digitale dienstverlening en activiteiten rond bos en natuur.
Daarmee bestaat volgens het onderzoek steun voor een economie die niet uitsluitend afhankelijk wordt van olie en andere grondstoffen.
Diaspora kan grotere rol krijgen
De hoge vertrekbereidheid maakt volgens Schalkwijk ook de relatie met de diaspora belangrijker. J
ongeren die vertrekken nemen kennis en vaardigheden mee, maar kunnen vanuit het buitenland later ook bijdragen via expertise, ondernemerschap, investeringen en internationale netwerken.
Tijdens de bijeenkomst werd daarom niet alleen gesproken over het behouden van talent, maar ook over manieren om Surinamers buiten het land blijvend bij de ontwikkeling te betrekken.
De uitkomsten leggen vooral een opgave richting 2050 bloot: Suriname kan over aanzienlijk meer financiële middelen beschikken, maar moet tegelijkertijd voldoende onderwijs, vertrouwen en economische kansen bieden om jong talent aan het land te blijven verbinden.






