Een perceel in Suriname kan gevolgen hebben voor Nederlandse bijstand, ook wanneer de ontvanger zelf geen geld voor de aankoop heeft betaald.
Nederlandse rechters kijken namelijk vooral naar wie juridisch eigenaar is en over het bezit kan beschikken.
Het argument dat ouders, een oom of een andere familielid de grond heeft betaald, is daardoor niet automatisch voldoende om het perceel buiten de vermogenstoets te houden.
Niet zelf betalen is niet doorslaggevend
Dat blijkt onder meer uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit juni 2025.
Een man was mede-eigenaar van een woning, maar stelde dat zijn ex-partner de aankoop, hypotheek en andere kosten volledig had betaald.
De hoogste bestuursrechter voor bijstandszaken vond dat niet doorslaggevend. Omdat de man mede-eigenaar was, kon hij in beginsel over zijn aandeel beschikken.
Ook in rechtszaken over Surinaams vastgoed kwam dezelfde lijn naar voren. In een zaak stond een perceel van 444,8 vierkante meter officieel op naam van een bijstandsontvanger.
Zij stelde dat het perceel eigenlijk van haar oom was. Dat kon zij volgens de rechter onvoldoende met objectieve gegevens aantonen.
Familie betaalde grond kan toch vermogen zijn
Voor Nederlandse bijstand telt het vermogen waarover iemand beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
Staat een Surinaams perceel officieel op iemands naam, dan vormt dat een sterk uitgangspunt om het als diens vermogen te beschouwen.
Wie zegt dat de grond eigenlijk van ouders of andere familie is, moet dat dus goed kunnen onderbouwen.
Alleen verklaren dat iemand anders heeft betaald of dat familie niet wil dat het perceel wordt verkocht, hoeft niet voldoende te zijn.
Tegenbewijs is wel mogelijk. Rechtspraak laat zien dat iemand in bijzondere omstandigheden aannemelijk kan maken dat een perceel feitelijk aan een ander toebehoort.
Waarde en meldplicht blijven belangrijk
Een perceel op naam betekent niet automatisch verlies van bijstand.
In 2026 geldt een vermogensgrens van €8.000 voor alleenstaanden en €16.000 voor onder meer gehuwden, samenwonenden en alleenstaande ouders. Ook ander vermogen telt mee.
Buitenlands bezit dat relevant kan zijn voor het recht op bijstand moet bovendien worden gemeld. Wie een Surinaams perceel verzwijgt, riskeert onderzoek, terugvordering en mogelijk verlies van de uitkering.






