Stichting Wan Okasi heeft in een gesprek met een delegatie van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR) aandacht gevraagd voor de wijze waarop vrijheid van meningsuiting, mensenrechten en de democratische ruimte in Suriname in de praktijk worden ervaren.
Voorzitter Aniel Koendjbiharie vertegenwoordigde Stichting Wan Okasi tijdens het gesprek, dat plaatsvond op uitnodiging van de Surinaamse Vereniging van Journalisten.
Hij bracht daarbij een bredere maatschappelijke zorg naar voren: in Suriname wordt kritiek niet altijd door formele verboden de kop ingedrukt, maar kan ook een cultuur van rancune ertoe leiden dat mensen zichzelf censureren.
Geen geweer tegen het hoofd, maar wel angst voor de gevolgen
“Niemand houdt in Suriname een geweer tegen je voorhoofd om je de mond te snoeren. Zo grof werkt het niet”, stelde Koendjbiharie tijdens het gesprek.
Volgens hem heeft zich in de loop der jaren een systeem ontwikkeld waarin mensen rekening houden met mogelijke consequenties wanneer zij zich kritisch uitlaten.
Die consequenties hoeven volgens hem niet altijd zichtbaar of formeel te zijn. Het kan gaan om een andere houding, een gemiste kans, een deur die niet meer opengaat of het gevoel dat iemand op een later moment wordt afgerekend op zijn of haar uitgesproken mening.
Daarmee ontstaat volgens Wan Okasi een vorm van zelfcensuur die moeilijker zichtbaar is dan directe onderdrukking, maar wel degelijk invloed kan hebben op de vrijheid van meningsuiting.
Afhankelijkheid kan kritiek onder druk zetten
Koendjbiharie wees erop dat dit patroon volgens hem al binnen gezinnen kan beginnen. Mensen die afhankelijk zijn van zorg, ondersteuning of andere vormen van hulp kunnen het gevoel krijgen dat zij vooral dankbaar moeten zijn en daarom voorzichtig moeten zijn met kritiek.
Vooral mensen met een beperking kunnen volgens hem met deze situatie worden geconfronteerd. Wanneer ondersteuning wordt ervaren als een gunst in plaats van als een recht, kan het uitspreken van kritiek al snel worden geïnterpreteerd als ondankbaarheid.
“Wie afhankelijk is van zorg of steun binnen het gezin, leert al vroeg: wees dankbaar, en houd je kritiek voor jezelf”, aldus Koendjbiharie.
Het patroon werkt door in de samenleving
Volgens de voorzitter van Wan Okasi blijft dit mechanisme niet beperkt tot de privésfeer, maar kan het zich voortzetten binnen verschillende maatschappelijke sectoren.
Op school leren mensen volgens hem zich vaak aan te passen. In het bedrijfsleven kan een ondernemer terughoudend worden om zich kritisch uit te spreken uit angst dat dit gevolgen heeft voor zijn onderneming of bijvoorbeeld voor vergunningen.
Ook binnen organisaties en vakbonden kunnen mensen volgens hem terughoudend worden wanneer zij vrezen dat hun persoonlijke belangen worden geraakt omdat zij voor hun achterban opkomen.
Ook in de politiek bestaat volgens Koendjbiharie het risico dat kritische geluiden onmiddellijk worden geïnterpreteerd als politieke partijdigheid, terwijl kritiek ook vanuit maatschappelijke betrokkenheid kan worden geuit.
Kleinschaligheid: kracht én kwetsbaarheid
Een belangrijk aspect dat tijdens het gesprek werd benoemd, is volgens Wan Okasi de kleinschaligheid van de Surinaamse samenleving.
Dat Surinamers elkaar kennen, wordt vaak gezien als een kracht en onderdeel van de sociale warmte van het land. Tegelijkertijd kan diezelfde kleinschaligheid volgens Koendjbiharie ervoor zorgen dat mensen zich minder vrij voelen om zich uit te spreken.
“Wie kritiek uit, kent de ambtenaar, de baas, de buurman persoonlijk — of wordt zelf gekend. Er is geen plek om je achter te verschuilen”, stelde hij.
Volgens hem kan juist deze sociale verwevenheid ervoor zorgen dat mensen de mogelijke gevolgen van hun woorden zwaarder laten meewegen.
Een recht dat je niet durft te gebruiken, is in de praktijk geen recht
Wan Okasi vindt daarom dat de beoordeling van de vrijheid van meningsuiting in Suriname niet uitsluitend moet worden gebaseerd op wetgeving en formele waarborgen.
Ook moet volgens de stichting worden gekeken naar de daadwerkelijke maatschappelijke ruimte waarin mensen hun mening kunnen geven.
De centrale vraag is volgens Koendjbiharie of mensen zich daadwerkelijk veilig genoeg voelen om kritiek te uiten zonder bang te zijn voor represailles of persoonlijke consequenties.
“Want een recht dat je niet durft te gebruiken, is in de praktijk geen recht”, benadrukte hij.
Volgens Wan Okasi is het daarom belangrijk dat vrijheid van meningsuiting niet alleen wordt beschermd tegen directe overheidsbeperkingen, maar dat ook wordt gekeken naar de maatschappelijke omstandigheden die ervoor kunnen zorgen dat mensen zichzelf het zwijgen opleggen.
Niet klagen, maar zichtbaar maken wat te lang onbenoemd bleef
Koendjbiharie beschouwt het gesprek met de IACHR als een belangrijk moment om deze minder zichtbare dimensie van mensenrechten en democratische ruimte onder de aandacht te brengen.
Volgens hem gaat het daarbij niet om het afvallen van Suriname, maar juist om het zichtbaar maken van mechanismen die binnen de samenleving onvoldoende worden besproken.
“Dit gesprek was voor mij een belangrijk moment: niet om te klagen over Suriname, maar om iets zichtbaar te maken wat te lang onbenoemd is gebleven.”
Stichting Wan Okasi hoopt dat het gesprek bijdraagt aan een cultuur waarin kritiek niet wordt gezien als een aanval of ondankbaarheid, maar als een essentieel onderdeel van een gezonde democratische samenleving.
De stichting pleit voor een samenleving waarin burgers, journalisten, ondernemers, mensen met een beperking, maatschappelijke organisaties en politieke actoren hun zorgen en kritiek kunnen uiten zonder dat zij daarvoor persoonlijk worden afgerekend.
Een democratie wordt volgens Wan Okasi immers niet alleen sterker door de aanwezigheid van rechten op papier, maar vooral wanneer burgers daadwerkelijk de ruimte en veiligheid ervaren om van die rechten gebruik te maken.






