De regering heeft nog geen definitief besluit genomen over de toekomst van de brandstofprijsplafond. Minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning zegt dat verschillende scenario’s worden onderzocht, waaronder een geleidelijke afbouw van de maatregel.
Tegelijkertijd wordt de brandstofprijs betrokken bij de lopende onderhandelingen over een loonsverhoging voor overheidspersoneel.
Brandstofcap kost staat honderden miljoenen per maand
De brandstofcap werd in maart 2026 ingevoerd als maatregel om de samenleving te beschermen tegen de gevolgen van de internationale prijsontwikkelingen en crisis.
Door de maximumprijs aan de pomp ontvangt de staat echter niet de volledige zogenoemde government take. Het verschil wordt door de overheid aan de oliemaatschappijen gecompenseerd.
Volgens minister Wijnerman loopt de financiële last voor de staat inmiddels aanzienlijk op. De overheid loopt naar schatting SRD 350 miljoen per maand mis. Tot en met juli 2026 zou het totale bedrag zijn opgelopen tot ongeveer SRD 1,4 miljard.
De minister benadrukte tijdens een persconferentie op vrijdag 21 augustus dat de regering nog bezig is met de analyse van de verschillende mogelijkheden. Een concreet tijdstip voor het beëindigen of aanpassen van de brandstofcap kan daarom nog niet worden genoemd.
Mogelijke gefaseerde afbouw
Volgens Wijnerman wordt onder meer gekeken naar een scenario waarbij de brandstofprijs geleidelijk wordt losgelaten. Daarbij wordt ook overleg gevoerd met president Jennifer Simons.
De regering staat voor een delicate afweging. Een onmiddellijke beëindiging van de brandstofcap kan leiden tot hogere brandstofprijzen en daarmee mogelijk tot extra druk op de kosten van levensonderhoud. Tegelijkertijd vormt het voortzetten van de maatregel een steeds zwaardere belasting voor de staatsfinanciën.
De minister gaf aan dat de huidige vooruitzichten niet erop wijzen dat brandstofprijzen op korte termijn vanzelf aanzienlijk zullen dalen.
Een eventuele aanpassing van de maatregel moet daarom zorgvuldig worden afgewogen tegen de financiële draagkracht van de staat en de gevolgen voor huishoudens en bedrijven.
Brandstofprijs onderdeel van loononderhandelingen
De discussie over de brandstofcap staat bovendien niet los van de onderhandelingen over een loonsverhoging voor overheidspersoneel. De regering en de vakbonden zijn hierover momenteel in gesprek.
De regering heeft een eerste voorstel van 10 procent loonverhoging gedaan, terwijl Ravaksur inzet op een verhoging van 25 procent. De onderhandelingen zijn nog niet afgerond.
Volgens Wijnerman moet bij de beoordeling van een loonvoorstel ook rekening worden gehouden met de mogelijke ontwikkeling van de brandstofprijzen.
Een loonsverhoging kan volgens haar gedeeltelijk teniet worden gedaan wanneer tegelijkertijd de brandstofprijzen aanzienlijk stijgen.
“Als de overheid loslaat en loonsverhoging geeft, betekent de verhoging niets”, stelde de minister, waarmee zij wees op het risico dat hogere brandstofkosten de koopkracht van werknemers opnieuw onder druk zetten.
Nieuwe onderhandelingsronde maandag
De onderhandelingen tussen de regering en de vakbonden worden voortgezet. Voor maandag staat een nieuwe bijeenkomst gepland, waarbij de verschillende voorstellen verder zullen worden toegelicht en besproken.
Hoeveel de verschillende loonvoorstellen de overheid uiteindelijk zouden kosten, kan volgens Wijnerman op dit moment nog niet worden vastgesteld. Eerst moeten de financiële gevolgen van de voorstellen verder worden doorgerekend.
Regering zoekt balans tussen koopkracht en staatsfinanciën
De combinatie van de brandstofcap en de loononderhandelingen plaatst de regering voor een financieel en maatschappelijk dilemma.
Enerzijds wil de overheid de koopkracht van burgers beschermen en voorkomen dat hogere brandstofprijzen direct doorwerken in transport- en andere kosten. Anderzijds neemt de financiële druk op de staatskas toe zolang de brandstofsubsidie wordt voortgezet.
De komende onderhandelingen en de besluitvorming over de brandstofcap zullen daarom bepalend zijn voor de manier waarop de regering de lasten voor burgers, werknemers en de staatsfinanciën met elkaar in balans probeert te brengen.
Bron: gov.sr






