Misschien wordt het langzamerhand tijd dat Nederlandse boeren niet alleen protesteren, maar ook serieus over de grens kijken. Naar Suriname bijvoorbeeld.
Vrijdag protesteerden Nederlandse boeren op verschillende plaatsen tegen de stikstofplannen van het kabinet. Zij vrezen dat nieuwe regels hun vergunningen en daarmee de toekomst van hun bedrijven bedreigen.
Steeds meer beperkingen
Het Nederlandse stikstofprobleem is bepaald niet nieuw. Rechterlijke uitspraken hebben de druk op de regering opgevoerd om de uitstoot terug te dringen.
Vooral veehouders worden geconfronteerd met maatregelen die volgens boerenorganisaties hun bedrijfsvoering steeds moeilijker maken.
Ik vraag mij daarom af: waarom zou een Nederlandse boer die zijn bedrijf wil voortzetten Suriname niet serieus overwegen?
Suriname heeft ruimte
Suriname beschikt over landbouwgrond en kent gebieden met vruchtbare bodems en ruime beschikbaarheid van zoetwater. De overheid ziet landbouw bovendien nadrukkelijk als een sector met ontwikkelingsmogelijkheden.
Voor een ondernemer die gewend is aan Nederlandse landbouwtechnologie, mechanisatie en efficiënte bedrijfsvoering kan dat interessant zijn.
Niet omdat Suriname geen regels heeft, maar omdat de agrarische sector hier niet met exact dezelfde stikstofdruk en ruimtelijke beperkingen te maken heeft als Nederland.
Maar laten we niet romantiseren
Toch zou het onverantwoord zijn om Nederlandse boeren voor te spiegelen dat Suriname een landbouwparadijs is. Dat is het absoluut niet.
Infrastructuur, drainage, financiering, arbeidskrachten, afzetmarkten en logistiek vormen serieuze uitdagingen. Suriname kampt zelf met een lage landbouwproductiviteit, gebrekkig waterbeheer en hoge transportkosten.
Ook grond verkrijgen is niet simpelweg een kwestie van een stuk land aanwijzen en beginnen. De regering werkt juist aan hervorming van het gronduitgiftebeleid en wil voorkomen dat landbouwgrond ongebruikt blijft.
Toch is het gesprek de moeite waard
Maar misschien is dát precies waarom Nederlandse boeren eens moeten komen kijken. Niet met het idee Nederland één op één naar Suriname te verplaatsen, maar om te onderzoeken wat hier mogelijk is.
Een Nederlandse boer brengt kennis, technologie, kapitaal en ervaring mee. Suriname kan daar grond, tropisch klimaat en ontwikkelingsruimte tegenover zetten.
Misschien ligt hier geen wonderoplossing, maar wel een kans.
Voor de Nederlandse boer die steeds minder ruimte krijgt, zou Suriname weleens het land kunnen zijn waar opnieuw ruimte ontstaat.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.






