Een verhoging van de lonen heeft volgens NPS-parlementariër Jeffrey Lau slechts beperkte betekenis wanneer tegelijkertijd de prijzen van voedsel, basisproducten en andere dagelijkse levensbehoeften blijven stijgen.
Volgens hem moet het beleid van de regering niet alleen gericht zijn op hogere salarissen, maar vooral op het daadwerkelijk verbeteren van de koopkracht van burgers.
Hoger salaris betekent niet automatisch meer koopkracht
Lau stelt dat een loonsverhoging pas werkelijk effect heeft wanneer ambtenaren en andere werknemers met hun inkomen ook daadwerkelijk meer kunnen kopen.
“Een loonsverhoging geven, maar de prijzen in de winkels blijven stijgen, heeft uiteindelijk weinig zin,” aldus de parlementariër.
Volgens Lau bestaat het risico dat een salarisverhoging vrijwel onmiddellijk wordt opgeslokt door hogere prijzen. Wanneer boodschappen, transport, huisvesting en andere noodzakelijke uitgaven blijven toenemen, blijft er onderaan de streep weinig tot geen financiële ruimte over.
Koopkracht moet centraal staan
De NPS-parlementariër vindt daarom dat de regering bij haar economisch beleid veel nadrukkelijker moet kijken naar de ontwikkeling van de koopkracht.
Een salarisverhoging moet volgens hem niet uitsluitend worden beoordeeld aan de hand van het bedrag dat op de loonstrook verschijnt.
Belangrijker is wat een werknemer met dat inkomen daadwerkelijk kan aanschaffen en hoeveel er na betaling van de noodzakelijke uitgaven overblijft.
“Het doel moet zijn dat mensen aan het einde van de maand daadwerkelijk méér kunnen overhouden, en niet alleen een hoger bedrag op hun loonstrook zien.”
Prijsstijgingen ondermijnen loonmaatregelen
Wanneer de prijzen sneller stijgen dan de inkomens, kan een nominale loonstijging zelfs leiden tot een situatie waarin werknemers er in de praktijk nauwelijks op vooruitgaan.
Volgens Lau moet daarom naast loonbeleid ook aandacht worden besteed aan prijsbeheersing en betaalbaarheid. Vooral de prijzen van voedsel en andere basisproducten hebben directe invloed op huishoudens, omdat deze uitgaven voor de meeste gezinnen niet eenvoudig kunnen worden uitgesteld of vermeden.
Het verhogen van inkomens zonder tegelijkertijd de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud in de gaten te houden, biedt volgens hem dan ook geen structurele oplossing.
Regering moet breder kijken
Lau pleit daarmee voor een bredere benadering van inkomensbeleid. De regering moet volgens hem niet alleen bepalen hoeveel werknemers erbij krijgen, maar ook maatregelen treffen die voorkomen dat de koopkracht vervolgens opnieuw wordt uitgehold door stijgende prijzen.
Daarbij gaat het volgens hem om een combinatie van inkomensverbetering, betaalbaarheid en bescherming van de koopkracht.
De kern van zijn boodschap is dat werknemers uiteindelijk niet geholpen zijn met een hoger nominaal inkomen als zij daarvoor minder goederen en diensten kunnen kopen.
Niet alleen een hoger loon, maar een beter besteedbaar inkomen
De discussie over loonsverhogingen zou volgens Lau daarom moeten verschuiven van de vraag “Hoeveel komt erbij?” naar de vraag “Hoeveel blijft er daadwerkelijk over?”
Een structurele verbetering van de levensstandaard vereist volgens hem dat inkomensgroei en prijsontwikkeling met elkaar in balans worden gebracht.
Zolang salarissen worden verhoogd terwijl de kosten van levensonderhoud tegelijkertijd blijven oplopen, dreigt een groot deel van het effect van de loonmaatregel verloren te gaan.
Voor Lau moet het uiteindelijke doel dan ook niet een hoger bedrag op papier zijn, maar meer daadwerkelijke koopkracht in de portemonnee van de burger.






