Suriname praat regelmatig over armoede, sociale achterstanden, jeugdproblematiek, onderwijs en werkgelegenheid. Maar volgens ir. Gracilio Pigot, oprichter van RoffaBOP, ontbreekt er een fundamentele schakel in het nationale beleid: een samenhangende aanpak voor zogenoemde kansengezinnen.
Volgens Pigot komen deze gezinnen wel terug in rapporten en sociale programma’s, maar hebben zij geen duidelijke plaats binnen de economische strategie van het land.
Dat is volgens hem niet alleen een sociale blinde vlek, maar ook een gemiste kans om Local Content Policy en Social Return on Investment (SROI) daadwerkelijk in te zetten als instrumenten voor brede maatschappelijke ontwikkeling.
Local Content bereikt niet vanzelf de gezinnen met de grootste achterstand
Suriname wil terecht dat grote economische projecten meer lokale waarde creëren. Lokale werknemers moeten kansen krijgen, lokale bedrijven moeten opdrachten kunnen uitvoeren en kennis en capaciteit moeten binnen de Surinaamse economie worden opgebouwd.
Dat is de gedachte achter Local Content.
Maar volgens Pigot schuilt daarin een belangrijk probleem. Wanneer lokale content uitsluitend wordt gemeten aan de hand van het aantal lokale werknemers, leveranciers en trainingen, wordt onvoldoende gekeken naar welke Surinamers daadwerkelijk profiteren.
Bij een groot bouw-, energie- of mijnbouwproject wordt in de praktijk vaak gezocht naar mensen die al inzetbaar zijn. Zij beschikken over diploma’s, werkervaring, vervoer, internet en een relatief stabiele thuissituatie.
Juist de gezinnen die met meerdere sociale en economische problemen tegelijk kampen, vallen daardoor gemakkelijk buiten beeld.
SROI dreigt een vinkje te worden
Hetzelfde risico bestaat volgens Pigot bij Social Return on Investment.
SROI moet ervoor zorgen dat economische investeringen ook maatschappelijke waarde opleveren. Maar wanneer sociale return vooral wordt ingevuld met een training, een donatie of een incidenteel maatschappelijk project, bestaat het gevaar dat SROI verwordt tot een administratieve verplichting.
Een bedrijf kan dan aantonen dat het “iets sociaals” heeft gedaan, zonder dat daadwerkelijk wordt vastgesteld of gezinnen structureel sterker zijn geworden.
De fundamentele vraag zou volgens Pigot daarom moeten zijn: wat verandert er in het leven van de gezinnen die in en rond een groot projectgebied wonen?
De paradox van lokale ontwikkeling
Daar ontstaat volgens Pigot een opmerkelijke paradox.
Juist de gezinnen die het meest zouden moeten profiteren van lokale werkgelegenheid, opleidingen en sociale investeringen, worden het minst bereikt.
Local Content kan daardoor een verdelingsmechanisme worden binnen de groep die al relatief sterk staat. SROI wordt vervolgens een aanvulling op het project, terwijl beide instrumenten juist zouden kunnen worden gebruikt om sociale mobiliteit te bevorderen.
Daarmee blijft de economische groei beperkt zichtbaar in de levens van gezinnen die structureel achterblijven.
RoffaBOP wil praktijkmodel ontwikkelen
Het Praktijk Trainingsinstituut voor kansengezinnen, RoffaBOP Suriname, wil vanuit een ander uitgangspunt werken.
Als er geen samenhangend nationaal beleid voor kansengezinnen bestaat, moet volgens Pigot worden begonnen met een praktisch uitvoeringsmodel waarin Local Content en SROI juist langs deze gezinnen worden georganiseerd.
Daarbij wordt voorgesteld grassrootsorganisaties te bundelen binnen een zogenoemd Doorbraakteam Inclusie door Kansengelijkheid, gecoördineerd door de sociale tak van RoffaBOP, RoffaBOP Sport is Meer dan Sport.
De gelijknamige beleidsnota vormt volgens de initiatiefnemers het gedachtegoed achter deze aanpak.
Van project-ready naar kansen creëren
Het voorgestelde model draait om een fundamentele verandering in benadering.
Kansengezinnen moeten volgens Pigot niet pas worden benaderd wanneer zij volledig “project-ready” zijn. Zij moeten juist worden bereikt vanuit hun huidige situatie.
Het Praktijk Trainingsinstituut wil leren en werken direct koppelen aan concrete werkzaamheden in sectoren zoals bouw, agro, energie, zorg en de creatieve industrie.
Daarbij moet niet alleen de deelnemer worden begeleid. Ook het gezin moet ondersteuning krijgen, zodat de omstandigheden waarin iemand moet werken en leren verbeteren.
Rust, structuur, basisvoorzieningen en stabiliteit thuis zijn immers belangrijke voorwaarden om werk daadwerkelijk vast te houden.
Local Content anders meten
Volgens Pigot vraagt dit om een andere manier van kijken naar Local Content.
Het gaat dan niet alleen om de vraag hoeveel lokale mensen door een project worden aangenomen, maar ook om de vraag hoeveel kansengezinnen via dat project duurzaam economisch sterker worden.
Hoeveel gezinnen maken de overstap van informele overlevingsstrategieën naar formeel werk?
Hoeveel deelnemers ontwikkelen zich tot micro-ondernemer?
Hoeveel gezinnen bereiken een stabieler inkomen?
En hoeveel jongeren worden dankzij een combinatie van praktijkleren en gezinsondersteuning daadwerkelijk duurzaam inzetbaar?
Dat zijn volgens de initiatiefnemers de vragen die in een modern Local Content- en SROI-beleid thuishoren.
Een nationale definitie ontbreekt
Een belangrijk probleem is volgens Pigot dat Suriname geen duidelijke nationale definitie van een kansengezin kent.
Ook ontbreken volgens hem specifieke indicatoren waarmee kan worden vastgesteld hoeveel van deze gezinnen door economische projecten worden bereikt.
Evenmin bestaat er volgens hem een structurele verplichting om bij grote aanbestedingen, concessies en investeringen inzichtelijk te maken wat een project concreet betekent voor kansengezinnen.
Zonder dergelijke kaders blijft het mogelijk om Local Content grotendeels in te vullen met banen en trainingen voor mensen die al over een zekere mate van inzetbaarheid beschikken.
Grote projecten moeten meer opleveren dan infrastructuur
Suriname staat aan de vooravond van grote economische ontwikkelingen. Investeringen in mijnbouw, energie, infrastructuur, vastgoed en andere sectoren kunnen de economie versterken.
Maar wegen, havens, energiecentrales en industriële projecten lossen volgens Pigot niet automatisch sociale instabiliteit op.
De vraag is daarom niet alleen hoeveel economische waarde een project produceert, maar ook hoeveel maatschappelijke waarde het creëert.
Een project dat honderden miljoenen dollars investeert, zou volgens deze visie niet uitsluitend beoordeeld moeten worden op productie, omzet, werkgelegenheid en belastingopbrengsten. Ook de sociale impact op de omgeving moet onderdeel zijn van de beoordeling.
Rekenen met maatschappelijke opbrengsten
Een SROI-model waarin kansengezinnen centraal staan, vraagt volgens Pigot om een bredere manier van rekenen.
Daarbij kan bijvoorbeeld worden gekeken naar verminderde afhankelijkheid van informele hulp, een hogere arbeidsparticipatie, minder schooluitval, meer ondernemerschap en stabielere woon- en leefsituaties.
Ook de maatschappelijke kosten die op langere termijn kunnen worden voorkomen, zouden onderdeel van de analyse kunnen zijn.
Wanneer gezinnen economisch sterker worden, kan dat immers gevolgen hebben voor de druk op sociale voorzieningen en andere publieke diensten.
De kern is volgens Pigot dat maatschappelijke preventie niet alleen als kostenpost moet worden gezien, maar ook als economische investering.
Suriname als laboratorium voor inclusieve ontwikkeling
Volgens Pigot kan Suriname bovendien profiteren van internationale kennis en ervaringen op het gebied van SROI, wijkontwikkeling, stedelijke planning en sociale inclusie.
Nederland beschikt over ervaring met SROI en gebiedsgerichte ontwikkeling. Andere landen, waaronder Ghana, staan voor grote uitdagingen rond infrastructuur, urbanisatie en economische groei.
Suriname zou volgens deze visie een eigen model kunnen ontwikkelen waarin economische groei, lokale gemeenschapskracht, duurzaamheid en sociale inclusie met elkaar worden verbonden.
Maar daarvoor is wel beleidsmatige verankering nodig.
Van sociaal experiment naar nationaal beleid
De oproep van het Praktijk Trainingsinstituut gaat daarom verder dan het uitvoeren van een tijdelijk sociaal project.
Volgens Pigot zou het model juist kunnen dienen als basis voor een nationaal beleidskader voor kansengezinnen.
Grote projecten in onder meer mijnbouw, energie, infrastructuur en vastgoed zouden volgens deze visie een aantoonbare SROI-bijdrage aan kansengezinnen moeten leveren.
Ook zou bij aanbestedingen en concessies concreet moeten worden aangegeven hoe Local Content bijdraagt aan de versterking van gezinnen en gemeenschappen in het projectgebied.
Daarmee verschuift de aandacht van uitsluitend economische output naar duurzame maatschappelijke impact.
De ongemakkelijke beleidsvraag
De discussie legt uiteindelijk een ongemakkelijke vraag op tafel: voor wie is economische groei eigenlijk bedoeld?
Als de economie groeit, maar gezinnen die al jarenlang aan de onderkant van de samenleving verkeren nauwelijks toegang krijgen tot de nieuwe kansen, kan moeilijk worden gesproken van inclusieve ontwikkeling.
Local Content en SROI hebben volgens Pigot het potentieel om daar verandering in te brengen. Maar daarvoor moeten zij meer worden dan technische of administratieve begrippen.
Zolang kansengezinnen geen duidelijke plaats krijgen binnen nationale economische plannen, investeringskaders en ontwikkelingsstrategieën, blijft het risico bestaan dat economische groei vooral terechtkomt bij degenen die al het beste zijn voorbereid om daarvan te profiteren.
Suriname kan volgens deze visie pas werkelijk spreken over inclusieve en duurzame ontwikkeling wanneer ook de gezinnen met de minste kansen structureel worden meegenomen.
De kernboodschap is dan ook scherp: niet de gezinnen die al klaarstaan voor de economie moeten automatisch als eerste worden geselecteerd, maar juist de gezinnen die met gerichte ondersteuning klaar kunnen worden gemaakt voor de economie van de toekomst.






