Het Directoraat Beroepsonderwijs van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (MinOWC) heeft bekendgemaakt dat uit een onderzoek van de afdeling Interne Controle is gebleken dat geen sprake is van oneigenlijk beheer van de schoolfinanciën door de directeur van IMEAO 2.
Volgens het ministerie zijn de beschuldigingen en insinuaties die eerder door de verificatiecommissie en het Syndicaat der Onderwijsgevenden zijn geuit, met de uitkomsten van het onderzoek weerlegd.
Onderzoek ingesteld na meldingen over financiële onregelmatigheden
Het onderzoek werd uitgevoerd naar aanleiding van berichtgeving en aantijgingen over vermeende financiële onregelmatigheden binnen de onderwijsinstelling.
Uit de bevindingen van de afdeling Interne Controle blijkt dat de directeur weliswaar enkele procedurele fouten heeft gemaakt, maar dat de financiële middelen van de school op correcte wijze zijn beheerd. Van oneigenlijk financieel beheer is volgens het onderzoek geen sprake.
Ministerie betreurt publieke beschuldigingen
Het ministerie spreekt in zijn verklaring zijn spijt uit over de gang van zaken. Daarbij wordt benadrukt dat zorgvuldig handelen van groot belang is en dat beschuldigingen niet publiekelijk naar buiten zouden moeten worden gebracht zonder dat deze door feiten of onderzoek zijn onderbouwd.
Volgens het ministerie kunnen ongefundeerde uitlatingen niet alleen de organisatie schaden, maar ook leiden tot aanzienlijke reputatieschade voor betrokken personen.
Excuses aan directeur Sewaram
Namens het ministerie en het Directoraat Beroepsonderwijs zijn excuses aangeboden aan directeur Sewaram voor de geleden reputatieschade en het ongerief dat de situatie voor hem en zijn omgeving heeft veroorzaakt.
Met dit gebaar wil het ministerie erkenning geven aan de gevolgen die de publieke beschuldigingen hebben gehad voor de betrokken directeur.
Oproep tot zorgvuldigheid binnen het onderwijsveld
Het Directoraat Beroepsonderwijs roept alle betrokkenen binnen het onderwijs op om bij vermoedens van misstanden gebruik te maken van de daarvoor bestemde formele procedures.
Daarnaast wordt een beroep gedaan op alle partijen om terughoudend te zijn met publieke uitlatingen zolang onderzoeken nog lopen, zodat feiten eerst zorgvuldig kunnen worden vastgesteld voordat conclusies worden getrokken.






