President Jennifer Simons bezocht donderdag Pikin Saron, een dorp dat getroffen is door vervuilde rivier. Het water is niet drinkbaar en veel vissen zijn dood.
Het Kabinet stuurde voedsel want mensen kunnen niet meer vissen en drinken. Maar het echte probleem: niemand weet nog wat het water heeft vergiftigd.
De president zei het ronduit: dit is een ramp waar Suriname beter op moet zijn voorbereid. Monsters zijn naar het buitenland gestuurd want Suriname heeft geen laboratorium om zelf te testen.
Over twee weken pas komt het antwoord. Dat is veel te lang. Mensen hebben nu water nodig, niet over twee weken.
Suriname moet eigen lab hebben
President Simons zei wat nodig is: Suriname moet zelf kunnen testen. Met een lokaal laboratorium kan de regering snel zeggen wat er is gebeurd en hoe snel het water weer veilig is. Nu hangt alles van trage buitenlandse labs af. Dat moet veranderen.
De regering werkt aan investeringen in lokale labs. Dat kost geld maar het is nodig. Vorstelpingen, vervuiling, chemische ongelukken: dat gebeurt in Suriname dus Suriname moet zelf kunnen onderzoeken.
Goudmijners moeten betalen
De president noemde ook goudmijning. Veel kleine goudmijners gebruiken giftige chemicaliën. Die stoffen verdwijnen in rivieren. Dat vergiftigt water van dorpen stroomafwaarts. Dit moet stoppen.
De regering wil veiliger winningsmethoden. Ironisch genoeg: met veilige methoden winnen goudmijners meer goud want minder gaat verloren door giften. Ook verdienen zij meer en kunnen zij belasting betalen.
Wie betaalt voor schade
De president zei duidelijk: wie het water vervuilt, moet betalen voor schade. Of het een groot bedrijf met vergunning is of kleine goudmijners: iedereen is verantwoordelijk. De Milieu Autoriteit moet controleren dat bedrijven hun chemicaliën niet kunnen morsen.
Ook zei de president dat bossen beschermd moeten worden.
Bron: gov.sr






