Suriname werkt verder aan de versterking van de bescherming van mensenrechten en de samenwerking met de Verenigde Naties.
Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking heeft hierover gesproken met vertegenwoordigers van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR).
Tijdens een beleefdheidsbezoek op donderdag 16 juli 2026 ontving minister Bouva de regionale vertegenwoordiger van het OHCHR, Michelle Brathwaite, en Reba Granado John, National Human Rights Officer. Het gesprek stond onder meer in het teken van de voorbereidingen voor de vierde cyclus van de Universal Periodic Review (UPR), een VN-proces waarbij de mensenrechtensituatie van landen wordt beoordeeld.
Voorbereiding nationale rapportage
Minister Bouva sprak zijn waardering uit voor de technische ondersteuning die het OHCHR aan Suriname biedt bij de voorbereiding van de rapportage. Volgens de bewindsman vormt de UPR een belangrijk instrument om landen te ondersteunen bij het verbeteren van beleid en maatregelen op het gebied van mensenrechten.
Ook werd gesproken over de tweedaagse UPR workshop die door het OHCHR werd georganiseerd. Deze bijeenkomst moet bijdragen aan het versterken van de kennis en capaciteit binnen overheidsinstanties die betrokken zijn bij het opstellen van het nationale rapport.
Verdere samenwerking met Verenigde Naties
Tijdens het overleg kwamen ook verschillende mogelijkheden voor verdere samenwerking aan bod. Daarbij werd onder meer gesproken over het verbeteren van nationale mechanismen voor de uitvoering van mensenrechtenbeleid, het versterken van de rapportage over VN mensenrechtenverdragen en het bevorderen van mensenrechteneducatie.
Daarnaast kwam de mogelijke oprichting van een onafhankelijke nationale mensenrechteninstelling volgens de Paris Principes aan de orde. Zo’n instelling moet bijdragen aan een betere bescherming en bevordering van mensenrechten in Suriname.
Minister Bouva benadrukte dat Suriname zich blijft inzetten voor een open dialoog met de Verenigde Naties en voor duurzame samenwerking om de mensenrechtensituatie in het land verder te ontwikkelen.
Bron: gov.sr






