“Wanneer komen jullie weer?” Het is een vraag die veel Nederlanders met Surinaamse roots direct herkennen.
Soms is het nog maar net januari en wordt er alweer voorzichtig gevraagd naar de volgende reis naar Suriname.
Tegelijkertijd gebeurt het regelmatig dat familieleden in Nederland zich afvragen:
Waarom ben ik al tien keer naar Suriname gevlogen, terwijl sommigen nog nooit deze kant op zijn gekomen?
Het onderwerp zorgt al jaren voor gesprekken binnen families. En opvallend genoeg speelt die discussie niet alleen onder Surinamers.
Op sociale media als Reddit delen ook migranten uit andere landen dezelfde ervaring.
Zij vertellen dat familie vaak verwacht dat zij terugkomen, terwijl bijna niemand belangstelling toont om hun nieuwe leven in het buitenland te bezoeken.
Een patroon dat al jaren bestaat
GFC Nieuws dook in de cijfers en ontdekte dat dit geen nieuw verschijnsel is.
In oude Nederlandse Kamerstukken uit 2008 werd al gesproken over ongeveer 90.000 reizigers vanuit Nederland naar Suriname, tegenover circa 30.000 reizigers vanuit Suriname naar Nederland.
Dat verschil heeft meerdere oorzaken. Om te beginnen is er gewoonte. Als familie al jarenlang naar Suriname komt, ontstaat vanzelf een verwachting.
“Jullie komen volgend jaar toch weer?” wordt dan bijna onderdeel van de familiecultuur.
Daarnaast speelt emotie een grote rol. Veel Surinamers die naar Nederland verhuisden, bleven zich sterk verbonden voelen met hun geboorteland.
Suriname blijft voor hen thuis. Andersom wordt Nederland door veel mensen in Suriname nog altijd gezien als het buitenland.
Geld, weer en papierwerk
Ook praktische zaken mogen niet worden vergeten. Een reis naar Nederland is duur. Daarbij komen visumkosten ingeval van Surinaamse staatsburgerschap, hotelkosten en allerlei documenten kijken.
En dan is er nog het klimaat. Niet iedereen kijkt uit naar regen, kou en korte winterdagen.
Tegelijkertijd sturen veel mensen in Nederland geld naar familie in Suriname.
Daardoor ontstaat soms onbewust het beeld dat Nederland de partij is die langskomt en ondersteunt.
De grootste verklaring lijkt uiteindelijk een combinatie van twee dingen: geld en visa.
Maar voor sommige families blijft de vraag bestaan: als de familieband zo belangrijk is, zou het bezoek dan niet wat vaker van beide kanten mogen komen?







