President Jennifer Simons heeft op 9 juli overleg gevoerd met traditionele gezagsdragers van Inheemse en Marrongemeenschappen over de voorgenomen Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden.
Tijdens de bijeenkomst op het Kabinet van de President stond de bescherming van dorpen en traditionele leefgebieden centraal.
Volgens het staatshoofd wil de regering eerst de visie van het traditioneel gezag meenemen voordat verdere stappen worden gezet richting de afkondiging van de wet.
Tijdelijke bescherming van woongebieden
President Simons gaf aan dat de regering zich zorgen maakt over de ontwikkelingen in verschillende woon- en leefgebieden van Inheemse en Tribale gemeenschappen. Daarom wordt gewerkt aan een wettelijke regeling die deze gebieden tijdelijk beter moet beschermen.
De president benadrukte dat de wet niet bedoeld is als definitieve oplossing voor het grondenrechtenvraagstuk, maar als een tijdelijke beschermingsmaatregel totdat een bredere wettelijke regeling voor de grondenrechten tot stand komt.
Het overleg moest volgens haar bijdragen aan een zorgvuldige afweging van de wensen en aandachtspunten van de betrokken gemeenschappen.
Geen nieuwe rechten zonder toetsing
Edgar Dikan, presidentieel adviseur en voorzitter van de werkgroep Decentralisatie en Grondenrechten, lichtte toe dat de wet moet voorkomen dat de overheid zonder meer rechten aan derden blijft uitgeven binnen de woon- en leefgebieden van Inheemse en Tribale volken.
Wanneer de wet in werking treedt, zullen aanvragen voor concessies of andere gebruiksrechten eerst moeten aantonen dat zij buiten de beschermde gebieden vallen. Aanvragers zullen daarvoor met coördinaten moeten onderbouwen dat hun aanvraag geen betrekking heeft op een beschermd woon- of leefgebied.
Volgens Dikan moet deze werkwijze zorgen voor meer transparantie en een betere bescherming van de betrokken gemeenschappen.
Bescherming tegen ongewenste concessies
Een belangrijk gevolg van de voorgestelde wet is dat binnen beschermde woon- en leefgebieden geen nieuwe concessies, bijvoorbeeld voor goudwinning of andere natuurlijke hulpbronnen, kunnen worden uitgegeven zolang niet is vastgesteld dat de aangevraagde locatie buiten het beschermde gebied ligt.
Daarmee worden met name de ministeries van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) en Natuurlijke Hulpbronnen (NH) gebonden aan aanvullende voorwaarden voordat nieuwe rechten kunnen worden verleend.
Volgens de regering moet deze aanpak voorkomen dat leefgebieden verder onder druk komen te staan.
Stap richting uitvoering internationale uitspraken
Dikan wees erop dat Suriname uitvoering moet geven aan uitspraken van onder meer het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens, waarin bescherming van de rechten van Inheemse en Tribale volken centraal staat.
De voorgestelde wet wordt daarom gezien als een tussenstap richting een definitieve wettelijke regeling van de collectieve grondenrechten.
Parallel hieraan wordt gewerkt aan een duidelijke omschrijving van de positie, bevoegdheden en erkenning van het traditioneel gezag.
Daarbij ondersteunen het Kabinet van de President en het ministerie van Regionale Ontwikkeling de verdere vastlegging van bestaande procedures en gezagsstructuren.
Traditioneel gezag vraagt meer tijd
Tijdens de bijeenkomst heeft het traditioneel gezag aangegeven meer tijd nodig te hebben om de inhoud, werking en gevolgen van de voorgestelde wet zorgvuldig te bestuderen.
President Simons heeft hiermee ingestemd. De regering zal de ontvangen opmerkingen en aanbevelingen betrekken bij het verdere wetgevingstraject voordat een definitief besluit wordt genomen.
Bron: gov.sr







