Aannemingsmaatschappij Baitali stelt dat de stilstand van het infrastructurele project aan de Van ’t Hogerhuysstraat en Slangenhoutstraat niet het gevolg is van handelen van het bedrijf, maar voortvloeit uit de wijze waarop de Staat is omgegaan met een rechterlijk vonnis uit juli 2025.
In een uitgebreide verklaring reageert het bedrijf op recente uitspraken en vragen die in de samenleving en binnen De Nationale Assemblée zijn gesteld over het project.
Volgens Baitali heeft de kortgedingrechter op 10 juli 2025 geoordeeld dat de gronden waarop het bedrijf tijdens de aanbestedingsprocedure werd gediskwalificeerd onrechtmatig waren.
De Staat werd daarbij opgedragen de gunning aan een andere partij in te trekken, de uitvoering van de overeenkomst stop te zetten en de inschrijving van AMB opnieuw te beoordelen.
Beroep op wettelijke rechten
De aannemingsmaatschappij benadrukt dat zij uitsluitend gebruik heeft gemaakt van haar wettelijke recht om bezwaar aan te tekenen en vervolgens de zaak aan de rechter voor te leggen.
Volgens het bedrijf heeft de rechter AMB in het gelijk gesteld en is de vertraging die daarna ontstond niet aan de onderneming toe te schrijven.
De aannemer stelt dat de voortgang vooral werd beïnvloed door de snelheid waarmee de overheid uitvoering gaf aan het vonnis.
Herbeoordeling liet maanden op zich wachten
Baitali wijst erop dat de herbeoordeling van haar inschrijving pas bijna zes maanden na de rechterlijke uitspraak werd afgerond. De resultaten daarvan werden op 5 januari 2026 bekendgemaakt aan het bedrijf.
Twee dagen later diende AMB bezwaar in tegen de uitkomst van die herbeoordeling. Volgens de onderneming bleef een inhoudelijke reactie vervolgens bijna vier maanden uit, totdat eind april overleg werd voorgesteld.
De aannemer stelt dat het grootste deel van de periode sinds het vonnis verloren is gegaan door het uitblijven van acties vanuit de overheid.
Geen sprake van gijzeling van de samenleving
Het bedrijf verwerpt tegelijkertijd de suggestie dat het de samenleving zou gijzelen door de werkzaamheden aan de weg stil te leggen.
Volgens Baitali verbiedt het rechterlijk vonnis de overheid niet om noodzakelijke onderhouds-, herstel- of veiligheidswerkzaamheden uit te voeren aan de Van ’t Hogerhuysstraat. De aannemer benadrukt dat het ministerie van Openbare Werken nooit is belemmerd om dergelijke werkzaamheden uit te voeren.
In de verklaring wordt eveneens benadrukt dat er geen conflict bestaat met Kuldipsingh N.V., het bedrijf dat oorspronkelijk de opdracht kreeg toegewezen.
Volgens AMB draait de kwestie niet om een geschil tussen twee aannemers, maar om de vraag of een aanbestedingsprocedure correct is verlopen en of een rechterlijke uitspraak volledig wordt nageleefd.
Kritische vragen over rol van IDB
De aannemingsmaatschappij plaatst daarnaast vraagtekens bij de rol van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), die het project financiert.
Volgens het bedrijf ontving de Surinaamse overheid kort na het vonnis een brief waarin werd gewezen op mogelijke gevolgen voor de financiering wanneer uitvoering zou worden gegeven aan de rechterlijke uitspraak.
Baitali wijst erop dat de president van de IDB tijdens een bezoek aan Suriname in augustus 2025 publiekelijk verklaarde dat de instelling de Surinaamse wetgeving en rechterlijke uitspraken respecteert. Volgens het bedrijf is het eerdere standpunt over de financiering echter nooit formeel herzien.
Waarschuwing voor precedentwerking
Directeur Farsi Khudabux waarschuwt dat de kwestie gevolgen kan hebben die verder reiken dan dit specifieke infrastructuurproject.
Volgens hem dreigt het vertrouwen van ondernemers in bezwaarprocedures en de rechterlijke macht te worden ondermijnd wanneer rechterlijke uitspraken niet volledig worden uitgevoerd. Dat zou volgens de aannemer een zorgwekkend precedent scheppen voor het Surinaamse bedrijfsleven.
Baitali benadrukt dat het bedrijf uiteindelijk slechts een eerlijke beoordeling van zijn inschrijving verlangt, conform de uitspraak van de rechter.
Tegelijkertijd zegt de onderneming open te staan voor oplossingen die zowel recht doen aan het vonnis als bijdragen aan een snelle hervatting van de werkzaamheden aan de Van ’t Hogerhuysstraat en Slangenhoutstraat.
Volgens het bedrijf verlopen de gesprekken met het ministerie van Openbare Werken momenteel constructief. De verklaring is naar eigen zeggen bedoeld om feitelijke informatie te verschaffen aan het publiek en niet om de lopende besprekingen te







