De Surinaamse middenklasse staat volgens criticus Guillermo Feller al geruime tijd onder zware druk.
In een analyse van de economische ontwikkelingen van de afgelopen jaren stelt hij dat juist de groep die traditioneel wordt beschouwd als de ruggengraat van de samenleving steeds meer moeite heeft om financieel het hoofd boven water te houden.
Volgens Feller hebben zowel de laatste regeringsperiode van de NDP als de daaropvolgende regeerperiode van de VHP/ABOP geleid tot teleurstelling onder grote delen van de werkende bevolking.
Waar de ene regering werd geconfronteerd met economische achteruitgang en koopkrachtverlies, werd van de volgende regering verwacht dat zij herstel en verlichting zou brengen.
“Veel mensen hadden gehoopt op een merkbare verbetering van hun levensomstandigheden, maar voor een aanzienlijk deel van de middenklasse is die verbetering uitgebleven”, stelt de observator.
Stijgende kosten drukken op gezinnen
Volgens de criticus ervaren steeds meer gezinnen dat de kosten van levensonderhoud sneller stijgen dan hun inkomsten.
Ondanks het feit dat velen een vaste baan hebben, blijft het volgens hem een dagelijkse uitdaging om alle financiële verplichtingen na te komen.
Hij wijst erop dat de middenklasse traditioneel de groep vormt die belasting betaalt, investeert in onderwijs, ondernemerschap stimuleert en de economie draaiende houdt. Wanneer juist deze groep structureel verzwakt, heeft dat volgens hem gevolgen voor de gehele samenleving.
“Steeds meer mensen hebben het gevoel dat zij harder werken, maar minder vooruitkomen,” merkt hij op.
Groeiend gevoel van ongelijkheid
Hij signaleert daarnaast een toenemend gevoel van ongelijkheid binnen de samenleving. Terwijl veel burgers worstelen met stijgende prijzen en beperkte inkomensgroei, ontstaat volgens hem de perceptie dat bepaalde politieke netwerken en invloedrijke groepen economisch sneller vooruitgaan.
Dat verschil in beleving zorgt volgens hem voor frustratie en voedt het wantrouwen richting bestuur en beleid.
“Wanneer mensen het gevoel krijgen dat de voordelen van economische groei slechts bij een beperkte groep terechtkomen, ontstaat er een gevaarlijke kloof tussen overheid en burger,” aldus de criticus.
Vakbonden onder vuur
Ook de rol van de vakbeweging komt in zijn analyse aan bod. Volgens Feller leeft onder een deel van de bevolking de indruk dat vakbonden minder effectief zijn geworden in het verdedigen van de belangen van werknemers.
Hoewel hij erkent dat hierover verschillende meningen bestaan, merkt hij op dat het vertrouwen in traditionele belangenorganisaties afneemt. Dat maakt het volgens hem moeilijker om collectief op te komen voor betere arbeidsvoorwaarden en eerlijke loonontwikkeling.
Vertrouwen als sleutel tot vooruitgang
Volgens hem draait de discussie uiteindelijk niet uitsluitend om salarissen of koopkracht, maar vooral om vertrouwen.
Een samenleving kan volgens hem alleen duurzaam vooruitgaan wanneer burgers geloven dat hun inspanningen worden beloond en dat beleid daadwerkelijk gericht is op verbetering van hun levensomstandigheden.
Hij pleit daarom voor een bredere maatschappelijke dialoog over inkomensverdeling, arbeidsvoorwaarden, economische kansen en de positie van de middenklasse.
“De werkende burger moet opnieuw perspectief krijgen. Mensen moeten niet alleen werken om te overleven, maar ook de mogelijkheid hebben om vooruit te komen, te sparen en te investeren in hun toekomst,” stelt hij.
Meer dan politiek alleen
Feller benadrukt dat de uitdagingen waarmee de middenklasse wordt geconfronteerd niet uitsluitend langs politieke lijnen moeten worden bekeken. Volgens hem overstijgt het vraagstuk verkiezingen, coalities en partijbelangen.
De centrale vraag blijft volgens de criticus of het gevoerde beleid daadwerkelijk leidt tot een betere levenskwaliteit voor de brede bevolking.
“Uiteindelijk gaat het niet om welke partij regeert, maar om de vraag of burgers daadwerkelijk merken dat hun situatie verbetert. Dat is de maatstaf waarop elk bestuur uiteindelijk zal worden beoordeeld,” besluit hij.







