De berichten dat het Openbaar Ministerie (OM) het parlement wil vragen om voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen, plaatsen De Nationale Assemblée (DNA) voor een van de belangrijkste institutionele tests van de afgelopen jaren.
De namen die circuleren – Bronto Somohardjo, Gillmore Hoefdraad,Riad Nurmohamed en mogelijk Prahlad Sewdien – komen uit verschillende politieke kampen. Juist daarom is deze kwestie zo bepalend.
Het gaat namelijk niet alleen om individuele politici. Het gaat om de vraag of Suriname een rechtsstaat heeft die sterker is dan partijbelangen.
Ex-ministers uit drie politieke kampen
De betrokken namen illustreren hoe breed het vraagstuk reikt binnen de Surinaamse politiek.
Zo is Gillmore Hoefdraad, voormalig minister van Financiën onder de regering van Desi Bouterse (NDP), al jaren onderwerp van nationale en internationale controverses rond staatsfinanciën en vermeende fraude.
De voorvluchtige ex-minister is in januari door het Hof van Justitie in hoger beroep veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf ond de Centrale Bank van Suriname (CBvS).
Aan de andere kant van het politieke spectrum staat Prahlad Sewdien van de Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP), voormalig minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij, die inmiddels tot de oppositie wordt gerekend.
Ook de naam van Riad Nurmohamed, eveneens afkomstig uit de VHP en voormalig minister van Openbare Werken, circuleert in verband met mogelijke onderzoeken.
Daarnaast wordt Bronto Somohardjo genoemd, prominent lid van de Pertjajah Luhur (PL) en tegenwoordig onderdeel van de regeringscoalitie.
Het bijzondere – en politiek gevoelige – aan deze lijst is dat zij coalitie, oppositie én voormalige regeringspartijen raakt.
Het dilemma van het parlement
De Surinaamse wetgeving schrijft voor dat voormalige ministers niet direct strafrechtelijk kunnen worden vervolgd voor handelingen tijdens hun ambtsperiode.
Daarvoor moet eerst het parlement toestemming geven via een besluit tot in staat van beschuldigingstelling.
Dat betekent dat het OM, hoe sterk of zwak een dossier ook is, niet zelfstandig kan beslissen om een strafzaak te starten.
En precies daar ligt het dilemma.
Parlementsleden moeten namelijk oordelen over mogelijke vervolging van politici die: hun partijgenoot kunnen zijn,
hun coalitiepartner kunnen zijn of hun politieke tegenstander kunnen zijn.
Met andere woorden: het parlement moet boven de politiek uitstijgen terwijl het zelf een politiek orgaan is.
De grote test voor de democratie
De manier waarop De Nationale Assemblée met dit verzoek omgaat, zal veel zeggen over de volwassenheid van de Surinaamse democratie.
Als DNA het verzoek objectief beoordeelt op basis van juridische merites, kan dat een krachtig signaal zijn dat niemand boven de wet staat – ongeacht partij, positie of politieke invloed.
Maar als partijpolitieke belangen de doorslag geven, bevestigt dat juist een hardnekkige kritiek die al decennia boven de Surinaamse politiek hangt: dat machthebbers uiteindelijk door het politieke systeem zelf worden beschermd.
Selectieve rechtspraak is de grootste vijand
Wat deze zaak extra gevoelig maakt, is het risico van selectieve rechtspraak.
Als alleen tegenstanders worden vervolgd en bondgenoten worden beschermd, verliest het hele proces zijn legitimiteit.
De geloofwaardigheid van zowel het OM als het parlement staat daarom op het spel.
Een rechtsstaat werkt alleen als burgers geloven dat de regels voor iedereen gelijk gelden – voor ministers, ondernemers, ambtenaren en gewone burgers.
De vraag die nu boven het parlement hangt
De kernvraag voor het parlement is daarom niet alleen juridisch, maar ook historisch:
Durft De Nationale Assemblée een precedent te scheppen waarin politieke macht geen bescherming meer biedt tegen mogelijke strafvervolging?
Als het antwoord ja is, kan dit moment later worden gezien als een keerpunt in de Surinaamse democratie.
Als het antwoord nee is, blijft het oude beeld bestaan: dat in Suriname politieke macht nog steeds de sterkste verdediging is tegen juridische verantwoordelijkheid.
N. Mohari
Dit artikel betreft een ingezonden opiniestuk. Voor de publicatie van ingezonden artikelen hanteren wij specifieke voorwaarden. Voor meer informatie of om zelf een ingezonden bericht te sturen, kunt u contact opnemen via [email protected] of direct via WhatsApp.
Let op: Publicatie van opiniestukken houdt niet in dat GFC Nieuws het eens is met de inhoud








