Consumenten in Paramaribo blijven geconfronteerd worden met hogere prijzen voor groenten dan in het district Saramacca en volgens betrokkenen is daar nog steeds geen echt overtuigende verklaring voor.
Verschillende landbouwers hebben aan GFC Nieuws aangegeven dat transportkosten de grootste rol spelen, maar ondernemer Lau Sau Lung vindt dat argument onvoldoende.
De afstand tussen de hoofdstad en landbouwgebieden bedraagt ongeveer een uur rijden. Landbouwers wijzen op brandstofkosten, voertuigonderhoud en logistieke inspanningen om verse producten tijdig in de stad te krijgen.
Volgens hen zorgen deze factoren ervoor dat verkopers hogere prijzen moeten hanteren om hun kosten te dekken.
Vraag en aanbod mogelijk belangrijkste verklaring voor prijsverschil
Lung stelt echter dat deze uitleg slechts een deel van het verhaal is. Volgens hem speelt de lokale situatie in Saramacca een veel grotere rol.
“In dat district verbouwen veel mensen hun eigen groenten of kopen rechtstreeks bij boeren. Daardoor is er meer aanbod en minder afhankelijkheid van commerciële verkopers,” legt hij uit.
In Paramaribo ligt dat anders. Daar zijn veel bewoners volledig afhankelijk van markten en winkels, wat de vraag verhoogt en handelaren meer ruimte geeft om hogere prijzen te vragen.
Minder directe concurrentie kan er volgens Lung toe leiden dat prijzen sneller stijgen.
Hoge huurkosten en tussenhandelaren
Daarnaast noemt hij ook hogere huurkosten voor marktkramen, opslagkosten en verliezen door bederf als mogelijke factoren.
Ook tussenhandelaren kunnen volgens hem bijdragen aan prijsstijgingen doordat producten via meerdere schakels worden verkocht.
Volgens de ondernemer is het belangrijk dat er meer duidelijkheid komt over de werkelijke oorzaken, zodat consumenten begrijpen waarom zij structureel meer betalen voor groenten dan inwoners van landbouwdistricten.







