Het valt me soms op in gesprekken met Nederlanders die in Suriname wonen en hun inkomen in euro’s ontvangen.
Het zijn geen klachten met grote woorden, maar kleine bekentenissen. Zinnen als: “Ik kan het niet laten” of “Mijn hoofd blijft maar rekenen.” Alsof er ergens diep vanbinnen een rekenmachine vast is blijven hangen die nooit wordt uitgezet.
Bij het boodschappen doen begint het al. Een pak melk, een zak rijst, schoonmaakmiddel. Alles wordt automatisch omgerekend. SRD wordt euro, zonder nadenken.
Niet omdat het moet, maar omdat het brein dat zo heeft aangeleerd. Sommigen lachen erom, maar voegen er meteen aan toe dat het hen moe maakt. Echt moe.
Wanneer vergelijken geen keuze meer is
Wat vooral opvalt, is hoe automatisch ook de vergelijking met Nederland wordt gemaakt.
“Daar was dit goedkoper.” “In Nederland betaalde ik hiervoor minder.” Ze weten zelf dat het appels met peren vergelijken is, maar het gebeurt toch. Elke keer weer. En juist dát maakt het volgens hen erg vermoeiend.
Een paar van hen zeggen het ronduit: het geeft onrust in het hoofd. Niet omdat ze het geld niet hebben, maar omdat hun gedachten constant bezig zijn met wegen, rekenen en relativeren.
Zelfs bij kleine uitgaven. Zelfs op dagen dat ze gewoon willen leven.
Het hoofd blijft hangen in een ander land
Wat me raakt, is het contrast met mensen die in SRD verdienen en geen band hebben met Nederland of Europa. Zij rekenen niet. Zij vergelijken niet zo vaak. Zij leven gewoon. Hun hoofd is niet verdeeld over twee werelden en twee valuta’s.
Misschien zit het probleem niet in de prijzen, maar in het mentale blijven wonen in een ander land. Want wie steeds blijft omrekenen, blijft ook een beetje weg van hier.
Echte rust begint misschien pas wanneer je stopt met vergelijken.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







