Zelf afval verbranden wordt door sommigen in Suriname nog altijd gezien als iets kleins, iets praktisch. Een vuurtje, even opruimen, probleem opgelost.
Maar voor de buren begint op dat moment de ellende. Dikke rook trekt zonder pardon huizen binnen, wasgoed moet halsoverkop van de lijn en frisse lucht maakt plaats voor een prikkelende stank die uren blijft hangen.
Wat iemand op zijn eigen erf doet, heeft direct gevolgen voor de hele straat.
Rook kent geen erfgrens
Bij het verbranden van huisvuil, vooral plastic en ander synthetisch materiaal, komen schadelijke stoffen vrij die je niet altijd ziet, maar wel inademt.
Kinderen, ouderen en mensen met astma of andere ademhalingsproblemen zijn de dupe. Hoesten, branderige ogen en benauwdheid worden afgedaan als “aanstellerij”, terwijl het simpelweg een gevolg is van andermans gemakzucht.
Dat iemand te lui is om afval netjes aan te bieden, mag nooit ten koste gaan van de gezondheid van anderen.
As, stank en burenruzies
Alsof de rook niet genoeg is, dwarrelt de as neer op daken, auto’s en planten. De leefomgeving verloederd en irritatie groeit. Buren spreken elkaar niet meer aan of juist te fel, met spanningen tot gevolg.
Zo verandert een rustige woonwijk langzaam in een plek van frustratie en onderlinge ergernis. En dat allemaal omdat iemand zijn afval liever verbrandt dan verantwoord afvoert.
Gemak boven verantwoordelijkheid
Afval correct aanbieden kost misschien wat moeite, maar het is een minimale verantwoordelijkheid in een samenleving. Schone lucht is geen luxe, het is een recht.
Wie bewust afval verbrandt, kiest niet alleen voor gemak, maar ook voor het schaden van zijn omgeving. Dat is geen traditie of noodzaak, dat is asociaal gedrag.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







