Niet iedereen staat te springen om de plannen van de regering om het openbaar vervoer in Suriname te digitaliseren. Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie & Toerisme (TCT) heeft recent in Nederland gesprekken gevoerd over de invoering van een digitaal systeem voor het openbaar vervoer.
Samen met e-Government (e-Gov) zal worden nagegaan hoe deze digitalisering kan worden gerealiseerd, waarna een pilotproject zal worden opgestart.
Volgens de minister zijn gesprekken gevoerd met drie tot vier bedrijven, waaronder een onderneming die betrokken was bij de levering van het digitale systeem voor de Nederlandse Spoorwegen (NS). Dit bedrijf zou Suriname vrijwel kosteloos willen ondersteunen.
Meer grip op subsidies en dienstverlening
Landveld stelt dat digitalisering de overheid beter inzicht zal geven in de subsidies die aan particuliere bushouders worden verstrekt.
Daarnaast zou het systeem bijdragen aan efficiëntere dienstverlening richting de samenleving en meer transparantie binnen het openbaar vervoerssysteem.
Wi Sranan-voorzitter Newalsingh Nanhkoesingh is echter niet te spreken over de plannen. Volgens hem roept de aankondiging dat buitenlandse partijen, waaronder een aan de NS gelieerd bedrijf, Suriname moeten helpen vooral verbazing en frustratie op. Hij spreekt van een vorm van institutioneel geheugenverlies.
“Hebben wij werkelijk niemand in huis met kennis, ervaring en deskundigheid? Of wonen wij soms op Mars of Jupiter?” vraagt Nanhkoesingh zich kritisch af.
Surinaamse expertise wordt genegeerd
Volgens Nanhkoesingh beschikt Suriname — zowel lokaal als binnen de diaspora — over ruim voldoende deskundigen op het gebied van vervoer, logistiek, digitalisering, ICT en openbaar bestuur. Ingenieurs, planners en beleidsmakers met internationale ervaring zouden dit traject uitstekend kunnen uitvoeren, mits zij serieus worden betrokken.
Hij wijst erop dat in het verleden ook buitenlandse bedrijven, waaronder Connexxion, betrokken zijn geweest bij soortgelijke trajecten. “Wat heeft dat concreet opgeleverd?
Welke structurele verbeteringen zijn daaruit voortgekomen? En welke lessen zijn getrokken?” Zonder een grondige evaluatie opnieuw buitenlandse partijen aantrekken, noemt hij geen beleid maar herhaling van fouten.
Kernprobleem ligt niet bij kennis, maar bij bestuur
Volgens Wi Sranan ligt het echte probleem niet bij een gebrek aan kennis, maar bij structurele tekortkomingen in bestuur.
Genoemd worden onder meer het ontbreken van politieke continuïteit, zwakke beleidsuitvoering, gebrekkige institutionele discipline en onvoldoende handhaving en controle.
“Zolang elke nieuwe regering opnieuw begint en lopende trajecten niet borgt, blijven projecten steken in goede bedoelingen,” stelt Nanhkoesingh. Geen enkel buitenlands bedrijf kan dat fundamentele probleem oplossen.
Oproep: begin bij eigen mensen
Wi Sranan pleit ervoor om eerst serieus te investeren in Surinaamse deskundigen, zowel in binnen- als buitenland. De diaspora telt volgens de partij talloze specialisten die wereldwijd werken aan geavanceerde transportsystemen, smart mobility-oplossingen en digitale infrastructuur, en die de Surinaamse context beter begrijpen dan externe consultants.
Elke miljoeneninvestering in buitenlandse consultancy zonder structurele lokale verankering wordt door de partij bestempeld als tijdelijk lapwerk. Duurzame ontwikkeling vraagt volgens hen om kennisoverdracht, capaciteitsopbouw, institutionele versterking en nationale verantwoordelijkheid.
De centrale boodschap van Wi Sranan is duidelijk: Suriname beschikt over voldoende intellectueel kapitaal om het openbaar vervoer te ordenen, moderniseren en digitaliseren. Wat ontbreekt, is politieke wil om dit consequent en nationaal te organiseren.
“De vraag is niet of de NS ons kan helpen,” aldus Nanhkoesingh. “De vraag is: waarom helpen wij onszelf niet eerst?”







