Het Hof van Justitie heeft vorige week in hoger beroep uitspraak gedaan in de strafzaak rond de Centrale Bank van Suriname.
In deze zaak stonden vijf personen terecht, onder wie de voormalig governor van de Centrale Bank, Robert van Trikt. Het Hof veroordeelde Van Trikt tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar. In eerste aanleg was een gevangenisstraf van acht jaar opgelegd.
Voorlopige vrijheid en resterende detentie
Van Trikt werd op 6 februari 2020 in verzekering gesteld en verbleef in detentie tot 7 november 2022, toen hij op humanitaire gronden voorlopig in vrijheid werd gesteld.
Met het vonnis in hoger beroep resteert voor hem nog ongeveer één jaar en vier maanden aan gevangenisstraf die ten uitvoer moet worden gelegd.
Betekening vonnissen door Openbaar Ministerie
Volgens advocaat Irvin Kanhai zijn de vonnissen in de Centrale Bank-zaak inmiddels door het Openbaar Ministerie betekend.
In dit kader is tevens een brief gestuurd aan Van Trikt met het verzoek zich aan te melden bij de penitentiaire inrichting.
Kanhai heeft daarnaast overleg gevoerd met de waarnemend procureur-generaal over de wijze waarop uitvoering zal worden gegeven aan het vonnis van het Hof. Daarbij is neutraal gesproken over de verdere administratieve en praktische afhandeling van de straf.
De verdere stappen in het kader van de tenuitvoerlegging van het vonnis liggen bij het Openbaar Ministerie. Over het tijdstip en de wijze van uitvoering zijn vooralsnog geen nadere mededelingen gedaan.







