Tijdens een vergadering van de Commissie van Rapporteurs (CvR) hebben de directeur van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en vertegenwoordigers van de Centrale Bank van Suriname (CBvS) hun inzichten gedeeld over het initiatiefvoorstel Wet Ontneming Wederrechtelijk Verkregen Voordeel (OWVV).
Het overleg stond in het teken van het verzamelen van inhoudelijke standpunten en het beoordelen van de praktische en juridische implicaties van het wetsvoorstel.
Toelichting door mede-initiatiefnemer
Voorafgaand aan de inhoudelijke bespreking werd mede-initiatiefnemer mr. Ebu Jones LLB aangehoord door de CvR. Hij ging uitgebreid in op de door de commissie geformuleerde vragen en verduidelijkte de achtergrond, doelstelling en noodzaak van de OWVV.
Volgens Jones beoogt het wetsvoorstel een effectief juridisch instrument te bieden om wederrechtelijk verkregen voordeel af te nemen en daarmee criminaliteit structureel te ontmoedigen binnen het bestaande strafrechtelijk kader.
Vanuit de CvR werden aanvullende vragen gesteld om meer duidelijkheid te verkrijgen over de reikwijdte en uitvoerbaarheid van de voorgestelde wetgeving.
Zorgen en aandachtspunten vanuit het bedrijfsleven
In het tweede deel van de vergadering kreeg VSB-directeur Kamlesh Ganesh het woord. Hij belichtte de mogelijke gevolgen van de OWVV voor het ondernemingsklimaat en de financiële sector.
Daarbij werd aandacht gevraagd voor rechtszekerheid, proportionaliteit en de impact van de wet op bonafide ondernemers en financiële instellingen.
Vertegenwoordigers van de juridische afdeling van de Centrale Bank van Suriname bespraken het wetsvoorstel artikelsgewijs.
Zij deelden hun juridische inzichten en brachten mogelijke aanpassingen en aandachtspunten naar voren die van belang zijn voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de wet in de praktijk.
Vervolgtraject
Het initiatiefvoorstel, dat op 10 december 2025 werd ingediend door de DNA-leden Ebu Jones en Ivanildo Plein, zal in de komende periode verder worden uitgewerkt.
De input van de VSB, de CBvS en de CvR zal daarbij worden meegenomen in het verdere wetgevingsproces.







