Wie regelmatig reist tussen Suriname en Nederland ziet soms meer dan alleen verschillen in weer, infrastructuur of prijzen.
Het zit vaak in kleine, alledaagse handelingen die veel zeggen over hoe mensen denken over status en service.
Neem iets simpels als boodschappen doen. In Nederland is het volkomen normaal dat klanten hun eigen boodschappen bij de kassa inpakken. Niemand kijkt ervan op, niemand klaagt. Ook Surinamers niet.
Zelfs mensen die hier bekendstaan als onderdeel van de welgestelde of invloedrijke groep, doen daar zonder morren mee. Maar zet diezelfde mensen in een luxe supermarkt in Paramaribo en het beeld verandert compleet.
In Nederland geen probleem
In een Nederlandse supermarkt zie je hen rustig hun boodschappen van de band halen, netjes in tassen stoppen en plaatsmaken voor de volgende klant. Er wordt niet gevraagd waar het personeel is, er wordt niet gezucht, er wordt al helemaal niet geklaagd.
Het hoort erbij, zo werkt het systeem en men past zich moeiteloos aan. Misschien omdat iedereen daar gelijk is aan de kassa, of omdat klagen simpelweg geen effect heeft.
Het maakt niet uit of je in een dure buurt woont of een hoge functie bekleedt, bij Albert Heijn of Jumbo pak je zelf je spullen in. Iedereen doet het, van student tot directeur.
In Paramaribo ineens een punt
Maar zet diezelfde mensen in een zeer luxe supermarkt in Paramaribo en het beeld verandert. Wanneer er bij de kassa toevallig geen medewerker staat om de boodschappen in te pakken, ontstaat er irritatie.
Opmerkingen, geklaag en soms zelfs verontwaardiging volgen. Alsof zelf inpakken hier beneden hun stand zou zijn. Alsof het een aantasting is van status of comfort. De toon wordt kortaf, de blikken veelbetekenend en het ongenoegen duidelijk merkbaar.
Wat dit verschil zegt
Wat hier wringt, is niet het inpakken zelf, maar de houding erachter. In Paramaribo lijkt het voor sommigen belangrijk om gezien te worden als iemand die bediend hoort te worden.
Terwijl men in Nederland zonder probleem zwijgend meedraait in het systeem, wordt hier ineens verwacht dat alles om hen heen geregeld is.
Het gaat niet om het gemak, want dat zou in Nederland net zo welkom zijn. Het gaat om wat het zegt over je positie. In eigen land speelt status een andere rol dan daarbuiten, waar je gewoon een van de velen bent.
Status en gewenning
Misschien zegt dit minder over service en meer over hoe status, ego en gewenning in Suriname soms door elkaar lopen. In een kleine samenleving waar iedereen elkaar kent, kan het verleidelijk zijn om jezelf te onderscheiden door middel van hoe je behandeld wordt.
Bediening wordt dan een teken van aanzien. En misschien is het goed om ons af te vragen waarom iets dat in het buitenland geen enkel probleem is, thuis ineens onverteerbaar lijkt. Het antwoord ligt waarschijnlijk niet in de boodschappentassen, maar in hoe we onszelf zien en gezien willen worden.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







