De Surinaamse economie heeft op dit moment vooral behoefte aan rust en herstel, niet aan stakingen, demonstraties of werkneerleggingen.
Dat stelt Steven Debipersad, voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES). Volgens hem brengen grootschalige acties extra druk op een economie die zich nog in een kwetsbare fase bevindt.
Dialoog boven confrontatie
Debipersad benadrukt dat groepen die financieel of sociaal zwaar worden getroffen, eerst het gesprek moeten aangaan met het verantwoordelijke vakministerie. Onderhandeling en overleg verdienen volgens hem de voorkeur boven publieke acties, juist om escalaties te voorkomen.
Hij wijst in dit kader op de gebeurtenissen van februari 2023, waarbij demonstraties uitmondden in onrust. Dergelijke erupties moeten volgens de VES-voorzitter koste wat kost worden voorkomen, omdat zij het herstelproces van de economie kunnen ondermijnen.
Waarschuwing voor loonsverhogingen
De VES-voorzitter waarschuwt de regering om terughoudend te zijn met het doen van toezeggingen over salarisverhogingen.
Volgens Debipersad kunnen dergelijke maatregelen op korte termijn verlichting bieden, maar op langere termijn juist een negatief effect hebben op de fragiele economische balans.
Hij stelt dat structurele economische groei niet gebaat is bij ad-hocmaatregelen, maar bij consistente beleidskeuzes die de koopkracht duurzaam versterken zonder extra inflatoire druk te veroorzaken.
Verwachtingen rond VES-nieuwsrede
Op 15 januari zal president Jennifer Geerlings-Simons als hoofdgast een toespraak houden tijdens de nieuwsrede van de VES. Debipersad geeft aan uit te kijken naar haar visie op de economische koers van het land.
Volgens de VES-voorzitter is het vooral van belang dat duidelijk wordt hoe de regering de stabiliteit van de wisselkoers wil waarborgen en hoe macro-economisch beleid doorvertaald zal worden naar de dagelijkse realiteit van burgers en bedrijven.
De koppeling tussen macro-economische stabiliteit en verbetering van de micro-economie zal volgens Debipersad bepalend zijn voor het vertrouwen in het beleid en het verdere economisch herstel.







