Wie in Suriname opgroeit, leert al vroeg schakelen tussen talen. Nederlands op school en bij de overheid, Sranantongo op straat, thuis vaak nog een derde of vierde taal.
Toch hoor je geregeld dat sommige Surinamers wat smalend doen over het Nederlands. Alsof het afstandelijk is, overdreven netjes of zelfs niet echt van ons. Dat roept de vraag op waar die houding vandaan komt.
Taal en macht uit het verleden
Het Nederlands werd vanaf de negentiende eeuw de taal van bestuur, rechtspraak en onderwijs. Wie vooruit wilde komen, moest Nederlands spreken.
Tegelijk werden Sranantongo en andere lokale talen lange tijd gezien als minderwaardig.
Die geschiedenis maakt dat Nederlands voor sommigen nog altijd voelt als de taal van gezag en ongelijkheid, niet als een taal die uit de gemeenschap zelf is gegroeid.
Surinaams Nederlands versus Europees Nederlands
Daar komt bij dat Surinaams Nederlands een eigen variant is. De klank, woordkeus en zinsbouw verschillen van het Nederlands in Nederland.
Sommige Surinamers voelen daardoor afstand tot het Europese standaard-Nederlands, dat soms als stijf of elitair wordt ervaren. Dat wordt dan al snel verward met neerzien op het Nederlands zelf, terwijl het vaak gaat om weerstand tegen een specifieke norm.
De opmars van Engels
Engels speelt ook een rol. Via muziek, films, sociale media en werk in de regio groeit het belang van Engels snel. Voor jongeren voelt Engels vaak wereldser en praktischer.
Niet omdat Nederlands waardeloos is, maar omdat Engels deuren opent richting de Cariben, de VS en internationale handel. Die verschuiving kan het idee versterken dat Nederlands minder relevant is.
Meer nuance dan minachting
Belangrijk is de nuance. De meeste Surinamers zien het belang van goed Nederlands nog steeds, zeker voor onderwijs en carrière.
Wat soms klinkt als neerzien, is vaak een mix van historische gevoeligheid, identiteit en praktische keuzes. Taal in Suriname is geen zwart-witkwestie, maar een dynamisch samenspel van verleden, cultuur en toekomst.
Ida Thornhill is docente aan een lerarenopleiding in Paramaribo en actief als auteur en columniste.
Vanuit haar jarenlange ervaring in het onderwijs en haar brede maatschappelijke betrokkenheid schrijft zij over uiteenlopende thema’s die Suriname raken.







